• | | | | | | | | | | |

    Sterretje

     

     

     

     

    Hemel

    Vroeger, nog niet zo heel lang geleden, gingen vaders en moeders naar de hemel. Die gedachte zat in de Nederlandse en Belgische – christelijke – cultuur verankerd. Kinderen die in gezinnen groot werden waar deze gedachte werd aangehangen, kregen de boodschap mee: Mama/papa is nu bij onze lieve heer en heeft het daar goed. (Wat overigens niet zo’n heel fijne mededeling was voor kinderen die zelf in een ellendige situatie achter bleven. Maar allà, wie stond daar nou bij stil?!).

    Reïncarneren

    In onze tijd is de reïncarnatie-gedachte in toenemende mate populair geworden. Een gedachte die veel minder ingebed is in onze oorspronkelijke Nederlandse en Belgische cultuur. We denken het, inmiddels tamelijk collectief, maar hebben daar eigenlijk nog niet een beelden- en symbolentaal voor die een plaats heeft gekregen binnen de in Nederland en België overgeleverde manier van denken over leven, sterven en dood.

    In mijn blog van 10 juni 2016 De schone slaapster schreef ik over de eerlijkheid die we tegenwoordig betrachten (proberen te betrachten) als we kinderen vertellen over de dood.
    Over overlijden.
    Over overlijden en dood van moeders en vaders.

    Kinderen

    Kinderen zijn in grote mate afhankelijk van de ideeën die hun ouders hebben over sterven, en een eventueel hiernamaals. Het zijn de ideeën en de verhalen van hun ouders, die de ideeën en gevoelens van kinderen (mee) vorm geven. En die ouders zijn weer in grote mate beïnvloed door de ideeën over leven en sterven in hun tijd, in hun familie, in hun gemeenschap, in hun land.
    Hoe vertel je kinderen over reïncarneren?
    Over reïncarnatie?
    Wat denken we zelf eigenlijk echt over reïncarneren en reïncarnatie?

    Sterretje

    We moeten eerlijk zijn tegen kinderen.
    Maar hoe eerlijk zijn we?
    Mama is nu een sterretje. Als je s’avonds naar de hemel kijkt, dan kun je mama altijd zien. (Papa’s ook??).
    Wat doen we, als we tegen kinderen zeggen: Mama is nu een sterretje?
    Proberen we dan een kind te helpen de verbinding met de mama die er niet meer is levend(ig) te houden?
    Of hebben we toch weer een weg gevonden om de dood (een beetje) te ontkennen?
    Ik weet het niet, maar vraag het me vaak af.  

  • | | | | | | | | | | |

    De schone slaapster: voorbeeld uit de praktijk

     

     

     

     

     

     

    De schone slaapster

    ‘Kijk meiske, hoe schoon jouw mama ligt te slapen’.
    Ik herinner het me nog altijd: de Belgische vrouw die lang geleden deel nam aan een workshop voor ‘Dochters zonder Moeder’. Bij de begrafenis van haar moeder had haar heer-oom dat tegen haar gezegd: ‘Kijk meiske, hoe schoon jouw mama ligt te slapen.’

    Confronterend

    Het kwam hard aan bij haar, tijdens de workshop: onder ogen moeten zien dat haar moeder niet, zoals ze een leven lang diep van binnen was blijven geloven, sliep en dus weer wakker kon worden. Confronterend dat ze onder ogen moest zien wat haar hoofd allang wist: dat haar mama dood was. Dat ze, nu als volwassen vrouw, moest erkennen dat haar moeder dood is. Al heel lang. Dat ze op moest houden te denken dat haar moeder op een dag weer wakker zou worden.
    Dat was veel voor haar. Te veel!

    Tegenwoordig

    Tegenwoordig gaan we daar heel anders mee om.
    We vertellen de kinderen van nu geen sprookjes meer.
    We vertellen de kinderen van nu niet meer ‘Kijk hoe schoon je papa/ je mama slaapt’.
    We vertellen kinderen van nu de volle waarheid.
    Want we weten: kinderen moeten de waarheid horen.
    Tegenwoordig doen we dat veel beter.
    Vinden we.

    Stilstaan

    Maar:
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat die volle waarheid voor een kind betekent?
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat het voor een kind betekent op te moeten groeien zonder de ouder die dood is?
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat dit vroege verlies doet met de ontwikkeling van een kind?
    Hoe vaak staan de volwassenen van nu er bij stil wat dit vroege verlies op de langere termijn voor invloed op ze heeft?
    Wie zijn de volwassenen die daar bij stil staan?

    De naakte waarheid

    En:
    Doen we dat echt tegenwoordig?
    Niets dan de waarheid vertellen?
    De naakte, onbarmhartige waarheid?
    Doen we het echt beter?

  • | | | | | | | |

    Zelfdoding door een ouder 1

     

     

     

     

     

    ‘Veerkracht?
    Verkracht!’

    Veerkracht

    We zitten aan tafel tijdens de workshop te praten over het gemak waarmee tegenwoordig gepraat wordt over veerkracht. Ik haal de woorden aan van bijzonder hoogleraar gecompliceerde rouw Jos de Keijzer in een interview. Dit interview stond een kleine twee jaar geleden in het Algemeen Dagblad. Aanleiding was het auto-ongeval in Belgie (Nederlands gezin op weg naar vakantiebestemming), waarbij twee jonge kinderen hun beide ouders verloren. ‘We moeten de veerkracht van kinderen niet onderschatten’, aldus deze Jos de Keijzer.

    Verkracht

    Veerkracht? Ik voel me verkracht’, zo reageert P. tijdens ons gesprek aan tafel. P. verloor jong zijn moeder als gevolg van zelfdoding.
    Aan de eerste jaren van zijn leven bewaart P. goede herinneringen. ‘Een gewoon kinderleven’. Rond zijn tiende jaar verandert zijn moeder in een zichtbaar en ervaarbaar depressieve vrouw. Verschillende opnames volgen. ‘Geen idee waar ze dan was. We gingen een keer op bezoek, maar waar dat was? En wat dat was?’
    ‘Een rusthuis’, werd er gezegd. Maar wat was een rusthuis? Wat deed ze daar? Waarom was ze daar?
    Als zijn moeder thuis was, moest P., zo jong als hij was, altijd opletten. Waar was ze? Wat deed ze? Verschillende keren was ze weg. ‘Dan moesten we haar zoeken. Bijvoorbeeld bij het kanaal.’

    Onveiligheid

    Onduidelijkheid.
    Onveiligheid.
    Chaos.
    Altijd alert zijn.
    Voor je moeder zorgen, in plaats van dat zij er voor zorgt dat jij veilig op kunt groeien.

    Grensoverschrijdend gedrag

    Als kind leven in een huis met een ouder/opvoeder die regelmatig dreigt met zelfdoding en/of regelmatig probeert zich het leven te benemen.
    Je staande zien te houden in deze vorm van grensoverschrijdend gedrag door een ouder.
    De laatste poging van zijn moeder is gelukt.
    Na dagen werd ze gevonden, in het kanaal.

    Veerkracht?
    Verkracht, zul je bedoelen!’

  • | | | | | | | |

    Borstkanker, een voorbeeld uit de praktijk

     

     

     

     

     

     

    Borstkanker, mijn moeder, ik en andere mensen

    Op mijn achtste verloor ik mijn moeder als gevolg van borstkanker. Mijn moeder werd 49 jaar.
    Zelf bleek ik twintig jaar geleden eveneens borstkanker te hebben. Ik had ongeveer dezelfde leeftijd als mijn moeder.
    ‘Ik ga hier niet aan dood’ was het eerste wat ik dacht toen ik te horen kreeg dat er borstkanker was gevonden.
    Gelukkig kreeg ik gelijk.

    Twintig jaar later

    Ongeveer twintig jaar later bleek ik opnieuw borstkanker te hebben.
    Andere borst.
    Andere kanker.
    Ook deze keer leefde ik verder.

    Twee jaar later

    Twee jaar na de tweede borstkanker werd opnieuw kanker gevonden in mijn andere borst. Opnieuw een andere kanker.
    Deze keer ontsnapte ik niet aan een amputatie.
    Ook deze keer leefde ik verder.
    Met plezier!

    De dood van mijn moeder

    Soms vertel ik er over – over die drie keer borstkanker bedoel ik.
    ‘De dood van mijn moeder heeft oneindig veel meer met me gedaan dan die kanker’ vertel ik dan.
    Ik ken de reactie.
    Afschuw. Hoe kun je dat nu zeggen. Inmiddels begrijp ik dat beter. Kanker, da’s erg. Daar kun je aan dood gaan.
    Als kind je moeder verliezen: dat kun je gewoon verwerken.
    Als je zo oud bent als ik nu ben moet je het daar toch niet meer over hebben.

    Wij begrijpen elkaar

    Gelukkig tref ik in mijn praktijk zo nu en dan dubbele-ervaringsgenoten.
    Zij begrijpen het wel.
    Wij begrijpen elkaar!