• |

    Is mijn smart niet voldoende?

    Vanochtend kwam ik op het web een artikel tegen van Ide Wolzak, ter gelegenheid van het symposium Eigen-wijs rouwen, 6 oktober 2011 (Vereniging Ouders van een Overleden Kind): Een eigen-wijs verhaal; over rouwervaringen en ‘libelle-psychologie 

    In dat artikel kwam ik een citaat tegen uit een boek van Elie Wiesel dat ik graag aan je door wil geven:

    Toen Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, zijn zoon verloor, kwamen zijn leerlingen hem troosten.
    Rabbi Eliëzer herinnerde hem eraan dat hetzelfde ongeluk Adam had getroffen en die had zijn smart weten te overwinnen.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen smart niet voldoende? Waarom moet die van Adam erbij gehaald worden?

    Rabbi Joshua herinnerde hem aan de beproevingen die Job had moeten doorstaan, en die had zich laten troosten.
    Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen leed al niet voldoende? Waarom moet zo nodig dat van Job er nog bij gehaald worden?

    Rabbi Josse herinnert hem aan de tragedie van de hogepriester Aäron die zijn beide zonen zag sterven.
    En Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen hartzeer al niet voldoende? Waarom moet dat van Aäron er nog bij gehaald worden?

    Elie Wiesel
    Bijbels eerbetoon. Portretten en legendes.
    Gooi en Sticht
    Hilversum 1976
    Blz 170

  • | | | |

    Mislukt

    Regelmatig ontmoet ik in mijn werk Verlaat Verdriet-ers die vast zijn gelopen in hun werk.
    Ze voelen zich mislukt.

    Ik herken hun gevoelens daarover als de mijne. Al is dat wat mij betreft lang geleden. Ooit gaf ik les. Stond ik voor de klas. Hoewel ik de eerste jaren met heel veel plezier werkte op ‘mijn’ hele kleine schooltje – gelegen in het bos – groeide in de loop van de jaren wel het gevoel: ‘dit is niet mijn werk. Ik wil dit eigenlijk helemaal niet.’ Maar wat wilde ik dan wel? Ik had geen idee. Wat kon ik eigenlijk? Ik had geen idee. Naarmate de jaren verstreken verzandde ik meer en meer in mijn werk. Tot ik het gevoel had geen kant meer op te kunnen. Vastgelopen in mijn werk. Vastgelopen in mijzelf. Dit wilde ik niet langer. Maar wat dan wel? Ik had geen idee. Voelde me totaal mislukt. De dag waarop ‘mijn’ kleine schooltje werd gesloten, en ik op straat kwam te staan zonder werk, voelde als een bevrijding. Maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik was totaal opgebrand. Draaide maanden en maanden (of eigenlijk, om helemaal eerlijk te zijn: jaren en jaren) om me zelf heen. Ik was een zombie in mijn eigen leven geworden. Dat was eigenlijk het enige wat ik nog was: een zombie. Mislukt. Zonder doel. Zonder perspectieven.

    ‘Ik voel me mislukt’ klinkt mij dus erg bekend in de oren als ik het een Verlaat Verdriet-er weer hoor zeggen. ‘Het werk dat ik heb gedaan – ook al was ik succesvol in dat werk – wil ik niet meer doen. Maar wat dan wel?’

    Veel heb ik nagedacht over die gevoelens van mislukt zijn, met name met betrekking tot werk. Hoe komt het toch dat zoveel Verlaat Verdriet-ers daarin terecht komen? Waar komen die gevoelens vandaan? Waar zijn ze op terug te voeren?

    Voor een groot gedeelte zijn ze – mijns inziens – terug te voeren op het feit dat Verlaat Verdriet-ers, als gevolg van de vroege dood van hun ouder, als het ware uit zichzelf zijn gevallen. Ze pasten zich aan de veranderde omstandigheden aan. Raakten zichzelf en hun eigen doelen kwijt. Ze maakten (opleidings- en beroeps)keuzen vanuit hun aangepaste Zelf, niet meer verbonden met hun oorspronkelijke Zelf. Ze lopen vast in hun werk. Ook als ze dat werk met (groot of minder groot) succes uitvoeren.

    Bij een (groot) aantal Verlaat Verdriet-ers begon het proces van aanpassen al veel eerder dan vanaf het moment dat de ouder overleed. Dat zijn de Verlaat Verdriet-ers die een – fysiek of psychisch – langdurig zieke ouder hebben gehad. Deze kinderen pasten zich aan de situatie aan, die voortkwam uit de ziekte van de ouder. In sommige gevallen een situatie die bestond vanaf hun allervroegste jeugd. Ze kregen onvoldoende pedagogische voeding en onvoldoende ruimte om zich vrij te ontwikkelen. De langdurige ziekte van de ouder bleek niet alleen de sluipmoordenaar van de ouder, maar ook een kracht die de eigen kracht van het opgroeiende kind vervormde, soms misvormde. Het kind kreeg onvoldoende kans om geestelijk te groeien. Soms lijkt de sluipmoordenaar van de ouder ook het Zelf in het kind gedood te hebben (wat niet waar blijkt te zijn!). Deze Verlaat Verdriet-ers willen zo graag presteren, maar hebben geen idee hoe je het moet doen: je eigen doelen stellen. Je eigen doelen halen. Ze hebben de ouder gemist die ze bij de hand nam. Die tegen ze zei: ‘Je doet het goed. Doe nog maar een stapje.’ Ze kunnen niet voldoen aan eisen die worden gesteld. Trekken zich terug in zichzelf. Voelen zich mislukt.

    Nog een aspect van gevoelens van mislukt zijn moet hier genoemd worden. Een onzichtbaar, maar groot en venijnig aspect.
    Kinderen die een ouder verliezen proberen op alle mogelijke manieren de verstoorde situatie weer in balans te brengen. Ze gaan zorgen voor de overgebleven ouder. Ze gaan zorg dragen voor broertjes en/of zusjes. Ze doen verschrikkelijk hun best. Ze passen zich aan. Ze gaan geven, in plaats van hun oorspronkelijke kind-recht: te mogen leren ontvangen. Ze gaan op hun tenen lopen. Of trekken zich helemaal terug om geen (over)last te veroorzaken. Gaan presteren. Raken overbelast. Maar hoe hard ze ook hun best doen: het lukt ze niet de balans waarnaar ze zo verlangen te herstellen. Het wordt niet beter. En wat ze ook doen: het wordt niet opgemerkt. Of, als het al wordt opgemerkt: dan nog krijgen ze niet de waardering voor de inspanningen die ze leveren waar ze naar verlangen. Ze worden niet voldoende op waarde geschat.
    Deze Verlaat Verdriet-ers leggen in hun latere leven de lat vaak verschrikkelijk hoog. Ze stellen hoge eisen aan zichzelf. Eisen waar ze niet aan kunnen voldoen. Ze gaan maar door en door. Maar ondanks alles – ook ondanks het feit dat ze mogelijk wel succes hebben in hun werk – dragen ze vaak het gevoel in zich: ‘Ik ben mislukt’.

  • |

    Primordiaal verlies

    Leedconcurrentie! Jij doet aan leedconcurrentie!!!

    De beschuldigende vinger van de collega priemt bijna door m’n computerscherm heen. Aanleiding is een mail van mij waarin ik iets schrijf over de kwetsbaarheid van Verlaat Verdriet-ers. In dat geval met name over de kwetsbaarheid van dochters die heel erg jong hun moeder verloren. Leedconcurrentie!

    De ergste verliezen zijn het verlies van een kind en het verlies van een partner, zo houdt een hooggeleerde rouw-doctor zijn publiek voor. Een geval van hooggeleerde leedconcurrentie (?)

    Ik weet nog goed hoe ik, in het allereerste begin van mijn Verlaat Verdriet-werk – een kleine twintig jaar geleden dus – me realiseerde: volwassenen weten verschrikkelijk zeker van elkaar: het ergste wat je kan overkomen is dat je kind dood gaat. Hoe komt het toch dat volwassenen niet kunnen (of niet willen?) begrijpen dat een kind dat een ouder verliest, een verlies lijdt van dezelfde orde: een primordiaal verlies. Een verlies van de eerste orde. En het leven van deze kinderen moet nog beginnen. Een leven dat ze moeten bouwen op een zwaar beschadigd fundament.

    Een enkele keer bracht ik de moed op om het te zeggen: volwassenen weten verschrikkelijk zeker van elkaar: het ergste wat je kan overkomen is dat je kind dood gaat. Hoe komt het toch dat volwassenen niet kunnen (of niet willen?) begrijpen dat een kind dat een ouder verliest, een verlies lijdt van dezelfde orde?  Voorspelbare reacties. Geschokt. Afwijzend. Boos. Verontwaardigd. Ineens blijken een heleboel mensen iemand te kennen die jong een ouder heeft verloren en die heeft nooit ergens last van gehad.

    Ik bleef het eng vinden om het te doen. Tot de dag waarop een vriendin die ik ruim dertig jaar niet had gezien of gesproken – en die in de tussenliggende jaren een kind heeft verloren – tegen me zei: het ergste wat een ouder kan overkomen is dat je kind doodgaat en het ergste wat een kind kan overkomen is dat je ouder doodgaat.
    Deze erkenning had ik nodig om het verder uit te durven/kunnen dragen: een kind dat een ouder verliest door de dood, lijdt een verlies van dezelfde orde als een ouder die een kind verliest door de dood.

    Een primordiaal verlies.

    Lees meer

    Lees meer over de visie van Titia Liese op de levenslange invloed van de vroege dood van een ouder in Kernthema’s en kenmerken en Expertisecentrum Verlaat Verdriet

  • |

    Responsibility

    Verantwoordelijkheid.
    Een veel gebruikte term in onze tijd.

    Verantwoordelijkheid nemen voor:
    je eigen leven;
    je proces;
    je werk;
    je kinderen;
    jezelf (of is het: voor je zelf (?).
    je volwassen-zijn.
    Noem maar op. Het wordt zo gemakkelijk gezegd. En het is zo gemakkelijk gezegd. Maar wat betekent: verantwoordelijkheid nemen voor een situatie eigenlijk voor Verlaat Verdriet-ers? Als je in je jeugd hebt geleerd je aan te passen aan de situatie die ontstond voor en tijdens het overlijden(sproces) van je ouder? En na de dood van je ouder aan nog veel meer nieuwe situaties (zie: verliezen en transities)? Keer op keer op keer je aanpassen aan een nieuwe situatie (die in veel gevallen niet goed voor je was, en zelfs in veel gevallen steeds slechter voor je uitpakte). Aanpassen, aanpassen, aanpassen tot je geen idee meer hebt wie je zelf bent en wat je zelf wilt.

    Veel Verlaat Verdriet-ers is dat overkomen. Met als gevolg dat ze als volwassene geen hebben idee wie ze eigenlijk zijn en wat ze eigenlijk willen. Verantwoordelijkheid nemen? Hoe doe je dat als je van jongs af aan hebt geleerd in de eerste plaats rekening te houden met de behoeften van anderen, zoals bijvoorbeeld van je overgebleven ouder? Als je geen last wilde veroorzaken?

    Wat is verantwoordelijkheid eigenlijk? Volgens Van Dale is verantwoordelijkheid zorg en toewijding die voor iets vereist zijn. Op andere plaatsen vind je verantwoordelijkheid vooral in de betekenis van aansprakelijkheid, veelal verbonden aan schuld.

    Verantwoordelijkheid nemen: een lastige opgave voor volwassenen die er eigenlijk nog zo vaak naar verlangen dat er voor hen wordt gezorgd. Omdat ze in zorg, toewijding en onvoorwaardelijk aanwezig kunnen zijn zo veel zijn misgelopen. Die het diep van binnen eigenlijk (nog steeds) vanzelfsprekend vinden dat er voor hen gezorgd wordt.

    In het boek De Lachende Boeddha van Ton van Gelder en Fiona de Vos (zie: bibliotherapie) kwam ik een mooie en verruimende betekenis tegen van verantwoordelijkheid, namelijk via het Engelse woord Responsibility: de manier waarop je respons – antwoord – geeft op een ontstane situatie. Vanuit dat perspectief gezien hebben Verlaat Verdriet-ers al op heel jonge leeftijd verantwoordelijkheid genomen voor een ontstane situatie (en zijn dat vaak blijven doen en doen het in veel gevallen nog steeds).

    Een ander perspectief. Een andere manier van kijken en voelen over de betekenis van een woord kan je zoveel ruimte geven om veranderingen aan te brengen.
    Je hebt naar vermogen verantwoordelijkheid genomen voor de ontstane situatie en gehandeld. Het is tijd geworden om je te realiseren dat je dat vermogen aan kunt passen aan de mogelijkheden die je nu – als volwassene – hebt.