• | | | | | | | | | | | | |

    Harriët van Veen

    Met gepaste trots

    Met gepaste trots stellen we de komende dagen de workshopleiders van symposium ZEER op 13 mei 2017 – en hun bijzondere workshops – aan je voor.  Met dank aan alle workshopsleiders die hun medewerking aan het symposium als vrijwilliger verlenen.

    Harriët van Veen

    Mijn naam is Harriët van Veen. Ik ben 38 jaar, getrouwd, moeder, Verlaat Verdriet-er en psychosociaal therapeut.
    Persoonlijk doorliep ik een intensief Verlaat Verdriet traject, waarin ik ontdekte wat het vroege verlies van mijn moeder teweeg had gebracht. Maar vooral ook ontdekte ik hoe Harriët er weer mocht zijn doordat haar hart gehoord werd.
    Tegenwoordig bied ik met mijn praktijk ‘Heel je LEV’ (LEV betekent hart) plek aan mensen die het LEV hebben de reis naar hun hart te maken. De plek waar zowel (verlaat) verdriet als passie en oorsprong liggen.

    Op welk fundament bouw jij?

    Workshop

    Herken jij je in de patronen van Verlaat Verdriet?
    Worstel jij met zóveel meer dan alleen het verlies van je ouder?
    Merk je bijvoorbeeld dat je het moeilijk vindt om jezelf en anderen te vertrouwen, weet je soms niet wat jij zelf wilt en wat jouw passies zijn? V
    ind je het moeilijk om hulp te vragen of om je grenzen aan te geven?

    In deze workshop Op welk fundament bouw jij? wil ik teruggaan naar jouw roots.

    Informatie over Harriët

    Mijn praktijk voor psychosociale therapie en coaching heet ‘Heel je LEV’.
    www.heeljelev.nl
    Email: harriet@heeljelev.nl

    Zorg dat je erbij bent

    Zorg dat je erbij bent op 13 mei 2017
    Meld je aan voor het symposium

    Lees meer

    Lees meer over Harriët en haar workshop Op welk fundament bouw jij?
    Lees meer over de diverse workshops die je kunt volgen bij symposium ZEER.

  • | | | | | | | | | | | | |

    Lezing in Veenendaal: Gat in m’n ziel

    Gat in m’n ziel 

    Gevolgen van ouders verliezen op jonge leeftijd
    Gastspreker: Titia Liese

    Veenendaal

    In de lezing Gat in m’n ziel geeft Titia Liese op 14 maart 2017, op uitnodiging van café Doodgewoon in Veenendaal, informatie over de problematiek die speelt bij volwassenen die in hun jeugd een ouder verloren door overlijden.
    Ruim een miljoen volwassen Nederlanders hebben dit meegemaakt. De impact van dit vroege, onomkeerbare verlies wordt in veel gevallen niet, of onvoldoende, onderkend.
    De gevolgen op de langere termijn uiten zich onder meer in angst- en paniekaanvallen, moeite intieme relaties aan te gaan, twijfel aan bestaansrecht, controle, stressgevoeligheid en gezondheidsproblemen.

    Verwerken

    Titia toont de mogelijkheden voor Verlaat Verdriet-ers om dit verlies alsnog te verwerken, ook als dit verlies naar boven komt op het moment dat het einde van het eigen leven in zicht komt.

    Voor wie

    Deze lezing is bestemd voor ieder die geïnteresseerd is in de levenslange invloed van het vroege verlies van een ouder. Dus zowel voor Verlaat Verdriet-ers, als voor professionals, familieleden en anderszins belangstellenden.

    Datum

    Woensdag 14 maart 2017

    Locatie

    De Cultuurfabriek

    Adres

    Kees Stipplein 74
    Veenendaal

    Thema

    Gat in m’n ziel, gevolgen van ouders verliezen op jonge leeftijd.

    Gastspreker

    Titia Liese

    Inloop

    19.00 uur

    Aanvang

    19.30 uur

    Meer informatie

    www.cafedoodgewoonveenendaal.nl

    www.verlaatverdriet.nu

  • | |

    De realiteit onder ogen zien

     

     

     

     

    De realiteit onder ogen zien

    Sonja Barend (1941) en Wolf Biermann (1936) zien de realiteit van de levenslange invloed van het vroege verlies van hun vader onder ogen.
    Mamma, wat is er gebeurd met mijn vader?’
    ‘Het ingebakken verdriet om mijn vader is de wet waar ik naar leef.’

    Aan het woord Sonja Barend en Wolf Biermann in interviews over de auto-biografieën die ze geschreven hebben. Twee levens, van een succesvolle vrouw en een succesvolle man. Allebei heel jong hun vader verloren. De Nederlandse Sonja Barend en de Duitse Wolf Biermann. Beider levens hebben in het teken gestaan van het vroege verlies van hun vader.

    De dood hoort bij het leven

    Tegelijkertijd is het boek van Mariken Spuy uitgekomen: Rouw bij kinderen en jongeren. Met dit boek pleit Spuy kinderen vertrouwd te maken met de dood. De dood hoort bij het leven. Dat kunnen kinderen zeker leren.
    Dat geloof ik: de dood hoort bij het leven.
    Maar: een kind hoort geen ouder te verliezen. Een kind heeft haar/zijn ouder nodig.

    Onder ogen zien

    Altijd weer mis ik – bij welke ‘rouwdeskundige’ dan ook als het gaat om kinderen die een ouder verliezen – de link naar volwassenheid. Naar de volwassenen die als kind een ouder hebben verloren door de dood. Naar Verlaat Verdriet-ers dus.

    Niet alleen kinderen moeten de realiteit van de dood onder ogen leren zien (veel Verlaat Verdriet-ers geven overigens aan dat als kind zeker gedaan te hebben, terwijl het de volwassenen in hun omgeving waren die nog steeds om de dood heen draaiden) – minstens zo belangrijk en minstens zo noodzakelijk is het onder ogen zien van de realiteit van het menselijk tekort. Want: vele malen invloedrijker op het verdere leven van het kind.
    Dus: onder ogen leren zien van die realiteit.
    De realiteit van het menselijk tekort.
    Door alle betrokkenen.
    Toen en nu.

    Het menselijk tekort

    Het menselijk tekort van de overgebleven ouder die, zelf zwaar beschadigd, verder moet zien te gaan. Ongewenst, door tussenkomst van de dood, alleenstaand ouder en alleenstaand opvoeder geworden. ‘Op het moment dat de ouder daar het minst toe in staat is, wordt het meest van haar/hem gevraagd. Dat is een bovenmenselijke taak’. Woorden van deze strekking las ik jaren geleden van een psychiater die zowel kinderen als volwassenen in behandeling had. Een psychiater die wel de doorgaande lijn van jong ouderverlies onder ogen zag.

    Slechts 20%

    Vierenzestighonderd kinderen verliezen in hun jeugd een ouder door de dood. ‘Slechts 20% van deze kinderen houdt psychische klachten na het overlijden’, aldus mevrouw Spuy. Dat betekent: 1.280 kinderen.
    Laten we de berekening van mevrouw Spuy hier op deze plek het voordeel van twijfel geven.
    Laten we kijken naar de leeftijd van Sonja Barend (76) en Wolf Biermann (81). De gevolgen van jong ouderverlies zou je levenslang kunnen noemen. In elk geval: zij geven dat zelf aan. Niet onbelangrijk, lijkt me.
    Laten we uitgaan van Verlaat Verdriet-ers tot aan de leeftijd van 95 jaar.
    Laten we hier een kleine berekening maken: van 20-95 jaar (Verlaat Verdriet gerekend vanaf 20 jaar) = 75 x 1.280 = 96.000.
    Dat zou kunnen betekenen dat 96.000 volwassen Nederlanders op de één of andere manier de levenslange invloed van het vroege verlies van de ouder zouden kunnen voelen.
    Zelf vermoed ik dat je met het aantal van 96.000 de realiteit bij lange na niet onder ogen ziet.
    Maar zelfs als je dat wel doet: zo’n aantal kun je toch niet ‘slechts’ noemen?

    De realiteit onder ogen zien

    Je kunt niet voorkomen dat kinderen als volwassene worstelen met de gevolgen van het vroeg verlies van hun ouder(s).
    Je kunt wel voorkomen dat ze blijven worstelen omdat Verlaat Verdriet – de gevolgen van jong ouderverlies – niet gehoord en gezien wordt.

    Kennis

    Kennis uit de praktijk van de gevolgen van jong ouderverlies is, allang en ruimschoots (bijvoorbeeld bij mijzelf) voorhanden.
    Nu de wetenschap nog.
    Wetenschappers: er ligt hier een schone taak voor u!
    Het is tijd de realiteit van jong ouderverlies onder ogen te zien.
    Laten we samen aan het werk gaan!
    Niet later, maar NU!

    PS:
    Ik begrijp best dat mijn berekening een steenkolenberekening is.
    De realiteit is, dat er niemand is die de realiteit van de gevolgen van jong ouderverlies in cijfers kent.  

  • | |

    De realiteit onder ogen zien

     

     

     

     

    De realiteit onder ogen zien

    Sonja Barend (1941) en Wolf Biermann (1936) zien de realiteit van de levenslange invloed van het vroege verlies van hun vader onder ogen.
    Mamma, wat is er gebeurd met mijn vader?’
    ‘Het ingebakken verdriet om mijn vader is de wet waar ik naar leef.’

    Aan het woord Sonja Barend en Wolf Biermann in interviews over de auto-biografieën die ze geschreven hebben. Twee levens, van een succesvolle vrouw en een succesvolle man. Allebei heel jong hun vader verloren. De Nederlandse Sonja Barend en de Duitse Wolf Biermann. Beider levens hebben in het teken gestaan van het vroege verlies van hun vader.

    De dood hoort bij het leven

    Tegelijkertijd is het boek van Mariken Spuy uitgekomen: Rouw bij kinderen en jongeren. Met dit boek pleit Spuy kinderen vertrouwd te maken met de dood. De dood hoort bij het leven. Dat kunnen kinderen zeker leren.
    Dat geloof ik: de dood hoort bij het leven.
    Maar: een kind hoort geen ouder te verliezen. Een kind heeft haar/zijn ouder nodig.

    Onder ogen zien

    Altijd weer mis ik – bij welke ‘rouwdeskundige’ dan ook als het gaat om kinderen die een ouder verliezen – de link naar volwassenheid. Naar de volwassenen die als kind een ouder hebben verloren door de dood. Naar Verlaat Verdriet-ers dus.

    Niet alleen kinderen moeten de realiteit van de dood onder ogen leren zien (veel Verlaat Verdriet-ers geven overigens aan dat als kind zeker gedaan te hebben, terwijl het de volwassenen in hun omgeving waren die nog steeds om de dood heen draaiden) – minstens zo belangrijk en minstens zo noodzakelijk is het onder ogen zien van de realiteit van het menselijk tekort. Want: vele malen invloedrijker op het verdere leven van het kind.
    Dus: onder ogen leren zien van die realiteit.
    De realiteit van het menselijk tekort.
    Door alle betrokkenen.
    Toen en nu.

    Het menselijk tekort

    Het menselijk tekort van de overgebleven ouder die, zelf zwaar beschadigd, verder moet zien te gaan. Ongewenst, door tussenkomst van de dood, alleenstaand ouder en alleenstaand opvoeder geworden. ‘Op het moment dat de ouder daar het minst toe in staat is, wordt het meest van haar/hem gevraagd. Dat is een bovenmenselijke taak’. Woorden van deze strekking las ik jaren geleden van een psychiater die zowel kinderen als volwassenen in behandeling had. Een psychiater die wel de doorgaande lijn van jong ouderverlies onder ogen zag.

    Slechts 20%

    Vierenzestighonderd kinderen verliezen in hun jeugd een ouder door de dood. ‘Slechts 20% van deze kinderen houdt psychische klachten na het overlijden’, aldus mevrouw Spuy. Dat betekent: 1.280 kinderen.
    Laten we de berekening van mevrouw Spuy hier op deze plek het voordeel van twijfel geven.
    Laten we kijken naar de leeftijd van Sonja Barend (76) en Wolf Biermann (81). De gevolgen van jong ouderverlies zou je levenslang kunnen noemen. In elk geval: zij geven dat zelf aan. Niet onbelangrijk, lijkt me.
    Laten we uitgaan van Verlaat Verdriet-ers tot aan de leeftijd van 95 jaar.
    Laten we hier een kleine berekening maken: van 20-95 jaar (Verlaat Verdriet gerekend vanaf 20 jaar) = 75 x 1.280 = 96.000.
    Dat zou kunnen betekenen dat 96.000 volwassen Nederlanders op de één of andere manier de levenslange invloed van het vroege verlies van de ouder zouden kunnen voelen.
    Zelf vermoed ik dat je met het aantal van 96.000 de realiteit bij lange na niet onder ogen ziet.
    Maar zelfs als je dat wel doet: zo’n aantal kun je toch niet ‘slechts’ noemen?

    De realiteit onder ogen zien

    Je kunt niet voorkomen dat kinderen als volwassene worstelen met de gevolgen van het vroeg verlies van hun ouder(s).
    Je kunt wel voorkomen dat ze blijven worstelen omdat Verlaat Verdriet – de gevolgen van jong ouderverlies – niet gehoord en gezien wordt.

    Kennis

    Kennis uit de praktijk van de gevolgen van jong ouderverlies is, allang en ruimschoots (bijvoorbeeld bij mijzelf) voorhanden.
    Nu de wetenschap nog.
    Wetenschappers: er ligt hier een schone taak voor u!
    Het is tijd de realiteit van jong ouderverlies onder ogen te zien.
    Laten we samen aan het werk gaan!
    Niet later, maar NU!

    PS:
    Ik begrijp best dat mijn berekening een steenkolenberekening is.
    De realiteit is, dat er niemand is die de realiteit van de gevolgen van jong ouderverlies in cijfers kent.