• | | | | | | | | | | | | | | |

    Portret van een man: Jens Christian Grondahl

     

     

     

     

     

     

    ‘Bestaat het alleen in mijn herinnering, het gevoel dat ik buitengesloten was, terwijl de stofdeeltjes vol verwachting kraakten onder de naald van de pick-up?………’ (bladzijde 29)

    ‘Ik word vijfenveertig, meneer Egel’
    Zo noemde ze mij. Soms was ik een galante egel, maar op andere momenten was het gewoon haar afkorting voor raar, tegendraads, introvert, (bladzijde 146).

    ‘Denk je dat je ooit ophoudt jezelf te kwellen?’ (bladzijde 315).

    In Portret van een man blikt de hoofdpersoon – van wie we de naam gedurende het boek niet te weten komen – terug op zijn leven aan de hand van de vrouwen die daarin een belangrijke rol hebben gespeeld.
    Als jonge man (18 jaar) wordt hij zo aangegrepen door de dood van zijn moeder dat hij op zoek gaat naar meer betekenis in zijn leven.

    Archeologische expeditie

    ‘Een archeologische expeditie naar een gewoon leven’ wordt het boek genoemd in één van de recensies die ik las.

    Je herinneren is vertellen wat is geweest. In de taal ís het er nog.
    Het is er als dat wat is geweest, dat wat verteld kan worden. Daar ben ik achter gekomen toen Julie klein was, als ik haar vertelde over de oma die ze nooit zou kennen.
    Ik toonde haar de weinige foto’s die ik heb van mijn kindertijd en de tijd voor mijn geboorte. Toen mijn moeder nog niet iemands moeder was, maar gewoon een jonge vrouw, een meisje.
    Terwijl we naar de foto’s keken, merkte ik dat het gebeurde. De foto’s waren niet meer dan dode afdrukken, maar in mijn verhalen werd Julies oma weer werkelijk.
    Ze was geweest en daarom was ze er op een of andere manier nog steeds.
    Als iemand over wie je kunt vertellen.
    Bladzijde 127

    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

    Het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek helpt je jouw archeologische expeditie naar je leven te structureren.

    Herinneringsboek Moeder

    Herinneringsboek Moeder helpt je woorden en beelden te geven aan het leven van je overleden moeder.

    Herinneringsboek Vader

    Ook beschikbaar: Herinneringsboek Vader

    Portret van een man

    Portret van een man
    Jens Christian Grondahl
    ISBN 978-90-290-9195-4

  • | | | | | | | |

    Stapelingen IIII

    Stapelingen van beschadigingen

    Dubbel Ouderverlies als jeugdervaring: wezen

    ‘De wereld die ik had gekend bestond niet meer.’

    Gisteren sprak ik Lienke.
    Lienke, nu 25 jaar, verloor als kind van vier haar moeder en als kind van zestien haar vader.
    Wees.

    Tijdens ons gesprek realiseerde ik me, dat ik bij de blog’s Stapelingen I, Stapelingen II en Stapelingen III niet de stapeling van dubbel ouderverlies als jeugdervaring had meegenomen. Dubbel ouderverlies is een dermate extreem beschadigende ervaring van jong ouderverlies: deze ervaring van stapelingen dient opgenomen te worden in deze serie blog’s, realiseerde ik me ook tijdens ons gesprek.

    De wereld die ik had gekend bestond niet meer

    Kinderen die jong een ouder hebben verloren, kennen na dat verlies bijna allemaal dezelfde grote angst: de angst om ook de andere ouder te verliezen.
    Voor een aantal kinderen werd deze angst werkelijkheid.
    Ze verloren beide ouders en daarmee voorgoed hun ouderlijk huis en de gezinscultuur waarin ze tot op dat moment hadden geleefd.

    Kinderen die hun beide ouders verloren, verloren op dat moment hun hele vertrouwde bestaanszekerheid.
    Ze verloren de onvoorwaardelijke liefde van hun beide ouders.
    Ze verloren de vanzelfsprekende zorg van hun beide ouders.
    Ze verloren hun vertrouwde huis.
    Ze verloren hun vertrouwde omgeving.
    Ze verloren hun vertrouwde bed.
    Vanaf dat moment konden ze nooit meer ergens vanzelfsprekend aanwezig zijn.

    Ze werden opgevangen door oudere broers of zussen.
    Of ze kwamen bij familie terecht.
    Of ze kwamen in een pleeggezin terecht.
    Of ze kwamen in een kindertehuis terecht.
    Wat er ook verder met ze gebeurde: hun beide ouders waren ze voorgoed kwijt.

    Dankbaar zijn

    Ze moesten dankbaar zijn voor de plaats die ze kregen.
    Ook als ze die plaats helemaal niet als hun plaats konden ervaren.
    Ze moesten dankbaar zijn voor de hulp die ze werd geboden.
    Ook als ze die hulp helemaal niet als hulp konden ervaren.

    Ze wilden helemaal niet dankbaar zijn.
    Ze wilden gewoon hun eigen ouders. 

    Wezen

    Wezen.
    Weeshuizen.
    Vaak hebben we het gevoel dat wezen en weeshuizen behoren tot tijden die voorgoed voorbij zijn.
    We staan er zelden of nooit bij stil dat ook in onze tijd en in ons land nog steeds kinderen wees worden.
    ‘Die kinderen worden tegenwoordig veel beter verzorgd dan vroeger. Ze krijgen wezengeld.’

    Wat deze kinderen in de werkelijkheid overkomt:
    wie vraagt zich dat af?
    Wie weet het?
    Wie wil het weten?
    Hoeveel mensen realiseren zich dat veel kinderen in Nederland die wees worden – anno 2016 – helemaal niet de hulp en de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om veilig op te groeien?
    Hoeveel mensen realiseren zich dat deze kinderen hun veilige thuis voorgoed zijn kwijtgeraakt?
    Hoeveel mensen realiseren zich dat deze kinderen niet zielig gevonden willen worden?
    Hoeveel mensen realiseren zich dat deze kinderen geen medelijden willen?
    Hoeveel mensen realiseren zich dat deze kinderen gezien willen worden in hun verliezen? Gehoord willen worden in hun verliezen? Werkelijk gezien en werkelijk gehoord. In de volle omvang van hun realiteit. In wat hun overkwam.
    Hoeveel mensen realiseren zich dat deze kinderen als volwassene nog wel wat verlaat rouw-werk te verzetten zullen hebben? Dat dat heel gewoon is. En heel natuurlijk. 

    Hulp voor jongen wezen

    Lienke Bekkema heeft het op zich genomen te onderzoeken of ze, vanuit haar eigen ervaring als wees, jonge wezen hulp en ondersteuning kan gaan bieden.
    Hetzij via het web.
    Hetzij via een ontmoetingsgroep in Friesland.
    Wil je meer weten over de plannen van Lienke?
    Neem contact met haar op: lienke12@hotmail.com

    Hulp

    Verloor je als kind je beide ouders?
    Wil je onderzoeken wat het vroege verlies van je ouders op dit moment in je leven voor je betekent?
    Lees meer over de meerdaagse basisworkshop Dubbel Ouderverlies van Titia Liese en Albertine Richaerts.

    Lees meer

    Lees meer over de gevolgen van jong ouderverlies
    Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek, Dubbel Ouderverlies: bladzijde 42
    Gids voor Verlaat Verdriet

  • | | | | | | | | | | | |

    Honderdvierenveertig

     

     

     

     

    ‘Nou: zo’n twaalf jaar. Eens per maand’, antwoord ik op de vraag van een deelnemer aan de workshop van de afgelopen dagen.
    ‘Honderdvierenveertig dus’ reageert hij meteen.

    Of het er helemaal honderdvierenveertig zijn: ik betwijfel het enigszins. Er ging ook wel eens een maand voorbij zonder. Maar ook wel eens een maand met twee. Of drie.
    Uiteindelijk zal het toch aardig in de richting gaan van honderdvierenveertig.
    Een respectabel aantal, denk je dan toch. Tenminste: ik wel op het moment dat dat getal wordt uitgesproken.

    Openen

    Afgelopen dagen was het weer tijd voor een workshop. Drie deelnemers deze keer: Twee vrouwen en een man.
    Voor de (misschien bijna) honderdvierenveertigste keer een bijzondere en prachtige ervaring.
    De ruimte, de rust en de veiligheid die ontstaat als ervaringsgenoten hun ervaringen met elkaar kunnen delen.
    De opluchting als, al werkend, steeds duidelijker wordt hoe groot en omvangrijk de gevolgen zijn van jong ouder verlies. Ook op de langere termijn.
    De rust die de erkenning biedt. Ook – en eigenlijk zeker – als je als deelnemer aan de workshop al een lange ervaring hebt in de hulpverlening. Als er altijd gewerkt moet worden aan ‘van alles’, terwijl het vroege verlies van je ouder stelselmatig wordt genegeerd. Je je niet alleen niet gezien en gehoord voelt (wat op zich al pijnlijk genoeg is), maar er dus ook nooit ruimte is om te werken aan dat wat voor jou voelt als de oorzaak van de problemen waar je mee worstelt.
    De liefde die kan stromen als geopend kan worden wat zo lang afgesloten heeft gezeten.

    Toewijding en liefde

    Elke workshop opnieuw heeft z’n eigen dynamiek.
    Z’n eigen vorm.
    Z’n eigen kenmerken.
    Maar elke workshop opnieuw word ik diep geraakt door de toewijding en de liefde van de deelnemers.
    Altijd weer opnieuw is het bijzonder daarvan getuige te mogen zijn.

  • | | | | | | | | | |

    Leven tussen hoop en vrees

     

     

     

     

     

     

    In mijn blog van 19 juni j.l. Vader dag schreef ik Toen ik net acht jaar was overleed mijn moeder. Ruim twee jaar is ze ziek geweest en hebben ze (we zou ik moeten/willen zeggen, maar dat lukt me niet) geleefd tussen hoop en vrees. Tot mijn moeder overleed.

    We

    We zou ik moeten/willen zeggen, maar dat lukt me niet.
    Deze zin bleef nog lang in me resoneren. Bleef hangen, omdat in deze zin zoveel thematiek van jong ouderverlies zit.

    Ziek

    Mijn moeder werd ziek. Na een ziekteperiode van ongeveer twee jaar overleed ze in 1957. Ze overleed aan de gevolgen van borst-/botkanker.
    In die tijd werd patiënten met een levensbedreigende ziekte niet de waarheid verteld. Als ze zouden weten dat ze levensbedreigend ziek waren, zou dat de patiënt elke hoop op genezing ontnemen. Was de opvatting in die tijd.

    Het leven ging door

    Mijn vader zette alles op alles om voor ons – de kinderen – het leven zo gewoon mogelijk te laten verlopen. Maar er was niets meer gewoon. De stoet van tantes en andere soorten van (gezins)verzorgsters alleen al was erg genoeg voor een uitgestelde ramp. Hoezeer iedereen ook haar/zijn best deed.
    Mijn moeder werd verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis.
    Ik herinner me daar weinig van.
    Behalve mijn ontzettende boosheid toen ze weer opgenomen moest worden op het moment dat we op vakantie zouden gaan (naar een huisje in de buurt van waar we al woonden).
    We gingen op vakantie – zonder mijn moeder.
    Ik herinner me daar niets van.
    Behalve mijn boosheid. En de verschrikkelijke schaamte die ik jarenlang heb gevoeld over die boosheid.

    Hoop en vrees

    Er moet in die jaren van de ziekte van mijn moeder zoveel angst, zoveel verdriet, zoveel hoop, zoveel vrees, zoveel paniek zijn geweest in het huis waarin we samen leefden. Zowel bij mijn moeder als bij mijn vader.
    En bij ons – de kinderen?
    Ik kan me niet herinneren dat ik dat toen heb gevoeld.
    Maar ik weet zeker dat het er was.
    Verborgen aanwezig.
    Maar niettemin: aanwezig.
    Ook in mij.

    Mijn moeder

    Mijn moeder overleed thuis. Zelf logeerde ik die nacht bij een vriendinnetje. Toen ik thuis kwam vertelde mijn vader me dat mammie was overleden. Op dat moment ben ik innerlijk versteend. En uiterlijk weggerend. Terug naar het vriendinnetje om te vertellen dat mijn moeder dood was. Een spannend verhaal, vond ik. Iedereen had wel een moeder, maar een dode moeder: dat was wel heel bijzonder.
    Verder herinner ik me niets.
    Behalve de jarenlange diepe schaamte om deze reactie.

    Trauma

    Mijn moeder is thuis opgebaard.
    Ik herinner me daar niets van.
    Samen met mijn vader heb ik een boeketje gemaakt voor op de kist.
    Ik herinner me daar niets van.
    Mijn vader heeft ons niet meegenomen naar de crematie. Een bewuste keuze, die past in die tijd. ‘Ik hoop de kinderen daarmee een trauma te besparen’.
    Ik herinner me daar niets van.
    Pas jaren en jaren later heb ik kunnen voelen dat we daar bij hadden moeten zijn.
    Het is niet de goede manier geweest om kinderen een trauma te besparen.

    Het menselijk tekort

    Ik heb gelezen over zijn besluiten.
    Op zijn manier heeft mijn vader alles in het werk gesteld om alles zo goed mogelijk te doen. Om alles zo goed mogelijk te laten verlopen.
    De wil was er er.
    Het – verminkte – leven ging verder.
    Het menselijk tekort heeft ons allen parten gespeeld.
    Dat gebeurde toen.
    En dat gebeurt nu nog steeds.
    De tijden zijn veranderd.
    De opvattingen zijn veranderd.
    Het menselijk tekort is er intussen niet kleiner op geworden.

    Paula Modersohn

    Het schilderij boven is geschilderd door Paula Modersohn (1876-1907).
    Paula Modersohn overleed, 31 jaar oud, na de geboorte van haar dochter Mathilde.