Controle

Controle. De eerste controle na de operatie van april j.l. Hoewel ik me in de aanloop naar deze dag niet echt zorgen heb gemaakt, word ik – als ik zit te wachten in het ziekenhuis – ineens overvallen door angst. Wat als er wel iets gevonden wordt? Ik weet het, het is niet vanzelfsprekend om gezond te zijn. Ik moet voorlopig weer met dat bewustzijn leven. De controle is goed, de chirurg is tevreden over het herstel van de wond. Het is kennelijk niet druk op deze dag, en we hebben tijd om even bij te kletsen. Ik heb Teruggaan, om verder te kunnen bij me. Ik geef het aan haar. Ruptuur is haar werk. Ruptuur is ook mijn werk. Zij doet het hare, en ondertussen probeer ik het mijne te doen.

Het verlangen naar het paradijs

Steeds meer ben ik weer in het ritme van mijn werk terecht gekomen. Dat is min of meer vanzelf gegaan. Als het rustig aan gaat is het goed en vind ik het ook weer leuk. Een paar individuele sessies, aan het einde van de week een individuele workshop. En donderdag de eerste controle na de operatie van april.

En dan de klus die ik voor mezelf voor ogen heb. Op het moment dat ik de doos met nieuwe boeken opende en het boek Teruggaan, om verder te kunnen zag – en zag dat het goed was – drong het in volle omvang tot me door: en nu moet ik er nog elf! De Amor Fati-reeks. Nu nog elf! Van wie dat moet? Van niemand, behalve van mezelf. Het tweede boek, Het verlangen naar het paradijs is eigenlijk al lang klaar. Is al klaar sinds januari j.l. Ik heb het manuscript niet meer ingezien, maar ik weet heel goed dat ik eigenlijk niet tevreden ben. Ik heb mijn basis teveel losgelaten, de basis van ondervinding en ervaring. Verlaat Verdriet idioom geven vind ik een heerlijk proces om te doen. Bewerkelijk, tijdrovend, maar leuk. Niet zelden verras ik mezelf met nieuwe vindingen (die dan weer uitgewerkt moeten worden en soms schema’s die ik al bedacht had weer helemaal op de kop zetten). In Het verlangen naar het paradijs ben ik teveel op de stoel van de deskundige gaan zitten, ben ik er vaak te gemakkelijk vanuit gegaan dat de lezer begrijpt wat ik bedoel. Zo is er in het boek een soort Verlaat Verdriet-jargon ontstaan, en dat is eigenlijk jammer. Want juist veel reacties op Teruggaan, om verder te kunnen zeggen me dat het boek zo gemakkelijk leest en zo duidelijk is. De lezer als het ware aan de hand meeneemt. Het verlangen naar het paradijs moet opnieuw geschreven worden. Er zit niets anders op.  Dat betekent in de komende weken alle aantekeningen die ik in de afgelopen jaren heb gemaakt opnieuw verzamelen, systematiseren en verdelen over de delen die nog komen gaan. Een grote klus, maar – in deze omstandigheden – ook wel een fijne klus om te doen. Schrijven mag ik op Terschelling, want schrijven kan ik nergens zo prettig en ontspannen als daar. Maar eerst: terug naar de basis van ondervinding en ervaring. En: verzamelen!

Programma Op verhaal komen

Voorbereiding, of liever gezegd: de puntjes op de i zetten in verband met Op verhaal komen, biografisch werk bij Verlaat Verdriet. Onze eerste meerdaagse schrijfcursus op Terschelling van 10-14 oktober a.s. Vandaag komt Els naar Nunspeet, en gaan we samen aan het werk. Els heeft verschillende schrijf-cursussen gevolgd. We stellen het programma samen, maar kijken meteen naar de grootte van de groep. Die is nog vrij klein, en het is de vraag of er veel meer deelnemers bij zullen komen. Een kleine groep biedt ons een goede gelegenheid om deze nieuwe cursus al werkend verder vorm te geven. We verheugen ons er beiden op. Het is ongetwijfeld een mooie cursus, die veel teweeg zal gaan brengen bij de deelnemers, die veel van ons als begeleiders zal vragen, maar waar we elk op onze eigen manier op toe zijn gerust.  Ik heb in de namiddag Nicolette gebeld om twee nieuwe afspraken voor hapto-sessies te maken. Na de derde keer wil ik even stoppen om te laten zakken wat de drie sessies teweeg hebben gebracht. Bovendien ben ik dan op Terschelling.

Haptotherapie

Ik heb er weken naar uit gezien, vandaag is het zover. Naar de hapto-therapeute. Ik ben eraan toe wat hulp van buitenaf te krijgen. Na het kennismakingsgesprek nodigt Nicolette me uit op de tafel te komen liggen. Ze raakt me aan, vraagt, raakt me aan. De sessie duurt vrij kort. Ik sta op, en ga weer naar huis. Onderweg naar huis voel ik m’n benen zwaar worden. Veel zin om iets te doen heb ik niet. Dan maar naar Dronten. Ik wil nog goede omslagen om Teruggaan, om verder te kunnen in te versturen. Maar eerst wil ik bij de groothandel in Dronten zien wat ik precies wil hebben. Op weg naar Dronten voel ik de moeheid in mijn benen groter en groter worden en uitbreiden naar m’ n hele lijf. Het bezoek aan de groothandel duurt kort, ik zie al snel wat ik hebben wil. Ik ben blij dat ik snel naar huis kan. Thuisgekomen kruip ik m’n bed in en slaap twee uur diep. De rest van de avond blijf ik lekker in m n bed liggen lezen. Ik wil alleen maar bij mezelf zijn en verder wil ik helemaal niks, dus ook geen yoga, al is het yoga-avond.

Parels van Verlaat Verdriet

Die titel Stilstaan, om verder te kunnen zit me dwars. Aanvankelijk had ik het gevoel: zie je wel, ik wist het wel in augustus. Het ging niet goed meer. Ik kon me niet meer concentreren. Ik maakte fouten. Ik kon niet meer. Zie hier het resultaat, dat krijg je ervan. Ik vind de titel eigenlijk wel hilarisch, en ik kan er ook wel om lachen. Maar ondertussen groeit er een klein wantrouwend duiveltje in me. Is dit echt alles? Wat heb ik (eigenlijk) fout gedaan. Wat heb ik allemaal nog meer fout gedaan? Wat heb ik laten versloffen? Waar ben ik niet alert op geweest? Ik kan maar een ding verzinnen om te doen: Buro ISBN bellen om te vragen of ik iets vergeten ben, of erger nog, iets fout heb gedaan. Ik word verwezen naar de site waarop de titel en de verdere omschrijving van Teruggaan, om verder te kunnen vermeld staan. En dan zie ik het. Toen al heb ik de fout gemaakt. Niet in augustus, nee al in februari heb ik een onjuiste titel aangemeld. Gelukkig kan ik het zelf aanpassen. Er is geen man over boord. Mijn boek gaat verder de wereld in met de titel: Teruggaan, om verder te kunnen, de subtitel Parels van Verlaat Verdriet en het ISBN 978-90-78163-04-6. Da’s ook weer geregeld.

Olievlek

Wat ben ik moeizaam op gang gekomen, gisteren. Ben ik echt te lang weg geweest? Ben ik toch teveel ontheemd? Woont m’n ziel nog op Terschelling? En m’n hart: waar is dat? Ik vind deze Ontmoetingsdag toch leuk? Ik heb er vorig jaar toch zo van genoten? Alsof ik mijn verjaarsfeest vierde, terwijl een heleboel dochters het werk liepen te doen. Het kost me nu echt tijd om er zin in te krijgen, maar als de deelnemers aan deze dag eenmaal binnen zijn gekomen vind ik het weer even leuk als vorig jaar. En dan mag ik ook nog zo dadelijk mijn boek presenteren. De dag heeft als dagthema Olievlek gekregen. De organisatoren willen daarmee laten zien dat Verlaat Verdriet zich verder en verder uitbreidt. Nico gaat, samen met zijn danstherapeut, de dans introduceren waarmee hij tijdens zijn therapie heeft gewerkt. En daar is de eerste, maar naar in de loop van de dag blijkt ook meteen de laatste, teleurstelling. De danstherapeut is ziek geworden en heeft afgebeld. Nico en de dans moeten we tot volgend jaar bewaren. Margreet, schoolmaatschappelijk werkster, vertelt over de cursus die zij bezig is te ontwikkelen in verband met jong ouderverlies. Het is een lastige klus voor haar, terwijl haar werk ook zoveel tijd, aandacht en energie op-eist. Maar ze gaat verder, zegt ze met stelligheid die geen ruimte voor twijfel laat. Zelf mag ik daarna mijn boek Teruggaan, om verder te kunnen presenteren. Ik sta met het boek in mijn hand. Als ik de eerste zin heb uitgesproken roept Els: hoor je zelf wel wat je zegt? Ik begrijp haar niet. Wat zeg ik dan? Kijk eens op de achterkant van je boek, zegt ze. Als ik dat doe zie ik wat er fout gaat. Ik begon mijn presentatie van Teruggaan, om verder te kunnen met te zeggen Stilstaan, om verder te kunnen. En, erg maar waar, ook op de achterkant van het boek heb ik – tot tweemaal toe – als titel Stilstaan, om verder te kunnen geschreven. Ondertussen zie ik vanuit mijn ooghoek Joyce die ik van der Beuken heb genoemd, in plaats van van den Beuken. Dat gaat goed zeg, en m’n humeur is al zo wankel. Ik pas mijn presentatie aan, en vertel de aanwezigen dat Stilstaan, om verder te kunnen eigenlijk een heel toepasselijke titel is voor waar ik mij in bevind. Ik vertel ze dat mijn lijf het goed doet, maar dat ik mentaal nog wel wat in te halen heb. En dan laat ik ze m’n boek zien. Het wordt met groot enthousiasme ontvangen. Snel deel ik de boeken rond, zodat iedereen het boek in eigen hand kan nemen. Ik zie wat er gebeurt: ook voor andere mensen is dit een boek om vast te houden. En groot en langdurig verlangen is werkelijkheid geworden. Wat voel ik me op dit moment gelukkig! Na mijn boekpresentatie komen de anderen aan de beurt om te vertellen over hun Verlaat Verdriet-werk. Els over de groei in haar werk in De Samenloop en over onze biografische cursus in oktober op Terschelling: Op verhaal komen, Kristien over de wandelactiviteiten van De Samenloop, die ze samen met enkele andere vrouwen van Els heeft vernemen. Marjolein over haar werk en haar ervaringen met Lotgenotencontact Verlaat Verdriet. Tamar over haar scriptie die ze, na heel, heel hard werken gisteren precies op tijd in heeft kunnen leveren. Renate over haar scriptie over Verlaat Verdriet. Inge over haar prentenboek Boeba, het olifantje en over het boek met haar ervaringsverhalen waaraan ze, in samenwerking met Anja Tjallema (redactie), werkt. Wat een mooie, sterke ontwikkelingen allemaal!

Samen praten, samen eten, samen delen en samen twintig dozen boeken naar de zolder brengen. Samen met de deelnemers en de organisatoren geniet ik ruimschoots van deze dag. En ik moet heel erg lachen als aan het einde van de dag C. naar me toe komt en me toevertrouwt: ‘Ik ben zo blij dat het klote met je gaat. Jij lijkt altijd zo onverstoorbaar en sterk te zijn, en nu zie ik dat jij ook een heel gewoon mens bent. Wat een geruststelling. Wat heerlijk!’

 

Afleverdag

Afleverdag van de boeken! Teruggaan, om verder te kunnen. Spannend! Beetje laat om erover na te denken hoe ik dat straks op ga lossen. Gelukkig is het goed weer, droog, en dat blijft het voorlopig ook wel. Ik besluit mijn buurman te vragen of de boeken afgeleverd mogen worden op de oprit naar zijn loods, zodat ze niet midden op het trottoir hoeven te staan. Mijn buurman vind het goed, en heeft zelfs een steekwagen in de aanbieding voor het geval dat nodig is. En als het echt nodig is, dan heeft hij ook nog een pallet-wagentje. Ik maak me nu toch wel een beetje zorgen: hoe zal dat straks gaan? Hoeveel is het eigenlijk? Heb ik wel genoeg ruimte op zolder? Waar moeten de boeken straks staan? In de gang? Terwijl er morgen dertig mensen door die gang moeten? ‘Ben je gek’, roept een vriendin aan de telefoon als ik wat zit te zeuren over: ‘hoe moet dat nou?’ ‘Als er zoveel mensen zijn, dan helpen die toch even de boeken naar boven te brengen?’ O ja, da’s waar! Ik ga er maar het beste van hopen.

Aan het einde van de middag komt de vrachtwagen voorrijden. Ik ben bezorgd benieuwd: hoe groot zal het zijn? Als de chauffeur de vrachtruimte opent zie ik nog een pallet staan. En dat zijn mijn boeken. Zucht van verlichting. Dat gaat wel lukken. De chauffeur rijdt de pallet tot vlak bij mijn voordeur. Zal ik je even helpen ze naar binnen te brengen, vraagt hij. Hoeft niet, valt reuze mee. Doe ik straks wel. Wil je een kop koffie. Graag. Even later blijkt de pallet een mooie sta-tafel te zijn. Prima om in het zonnetje koffie aan te drinken. Als chauffeur en auto weg zijn, ruk ik meteen een doos open. Kijk, daar is Teruggaan, om verder te kunnen. Wat is het boek mooi geworden. Zo hoort een boek te zijn: het moet als het ware vanzelf in je handen springen. En dat doet dit boek. Voorzichtig sla ik het open. En……….. het eerste, echt het aller-, aller-, allereerste wat ik zie is een fout. Een fout in de naam van degene die de illustratie op de voorzijde heeft gemaakt. Joyce van den Beuken. En niet van der, zoals ik in het boek heb geschreven. En ik weet heel erg goed dat Joyce Joyce van den Beuken heet. En ik heb het maar liefst twee keer fout gedaan. Het eerste wat je ziet is een fout. Klopt! En wat voor een. Dit is wel even heel erg slecht voor m’n humeur. Gelukkig wint het plezier van dit mooie boek het even later ruimschoots. Ik breng de dozen naar binnen. In tegenstelling tot de dozen met (Ver)Werkboeken – die echt vreselijk zwaar zijn – zijn dit kleine, handzame doosjes die je gemakkelijk optilt. (Geen wonder: deze nieuwe boeken zijn de helft kleiner, en een kwart van het gewicht van de (Ver)Werkboeken). Ze staan prima in de gang, en je kunt er nog gewoon langs. Ook dertig mensen kunnen dat.

Achilleshiel

Terug naar huis. Ik heb een paar heerlijke dagen achter de rug met veel goed weer, en waarin ik zo nu en dan de laptop heb opgestart om te schrijven. Toch heb ik vooral heel veel rust genomen, en tijd om dit hele blog-proces te laten zakken. Het heeft me zo goed gedaan en het doet me zo goed. Wat ik me bij het schrijven, het lezen van mijn agenda en het herlezen van de blogs die ik al heb geschreven vooral heel duidelijk realiseer, is het belang van goed te luisteren naar wat er wordt gezegd, en dat wat er wordt gezegd als waardevol en dus belangrijk te honeren. Afstemmen op de ander, dus. Ik heb nu weer aan den lijve ondervonden hoe wezenlijk dit is, maar ik ken er ook de keerzijde van. Afstemmen op de ander betekent in verbinding zijn met de ander en open staan voor de ander. Dat maakt kwetsbaar. Belangrijk dus om daar prudent mee om te gaan, zeker als je je ervan bewust bent dat je incasseringsvermogen je kwetsbare plek is. Mijn achilleshiel. Het is tijd om weer naar huis te gaan. Een mij bekend fenomeen heeft weer de kop op gestoken: ik begin me enigszins ontheemd te voelen. Tijd dus om van mijn huis in Nunspeet weer mijn huis te maken en langzaam maar zeker te onderzoeken hoe het er voorstaat met mijn werk en mij.

Vanaf het moment dat ik thuis ben, komt realiteit van de dag om de hoek kijken. Morgen wordt een pallet met boeken bij me afgeleverd. Zaterdag komen er naar verwachting zo’n dertig mensen naar de Ontmoetingsplaats-Ontmoetingsdag in Woon-/Werkplaats ZIN, bij mij thuis dus. En morgenavond verwacht ik tenminste drie logees, die vast de Ontmoetingsdag (gelukkig heb ik deze dag niet zelf hoeven organiseren en hoef ik, in mijn eigen huis, alleen maar aan te schuiven) komen voorbereiden.

Incasseringsvermogen

Prachtig weer op Terschelling. Wat ik helemaal nooit doe – op het strand liggen – doe ik nu wel. En zwemmen in zee. Heerlijk. En dan ook nog, in de avond, werken aan mijn blogs. Ik merk hoe goed me dat doet. Hoe rustig het me maakt al de ervaringen van de afgelopen nog eens door me heen te laten gaan, en op een rijtje te zetten. Ik zie nu wel hoe ik maar door ben blijven gaan, en maar door ben blijven gaan. Ook al heb ik van mezelf zo vaak het gevoel dat ik niet zo heel veel doe, en heb ik daar ook een aantal hele stevige negatieve oordelen over: nu zie ik dat het eigenlijk heel veel is wat ik ondertussen heb gedaan. Geen wonder dat ik in augustus mentaal aan mijn einde was. Dat mijn incasseringsvermogen stuk was. Ik weet het al zo lang dat mijn incasseringsvermogen mijn achilleshiel is – en die achilleshiel heeft nu extra zorg nodig. Twee keer kanker in twee jaar tijd is geen kleinigheid waar je aan voorbij kunt leven.