Kan niet – toch gebeurd

Vanochtend ga ik koffiedrinken bij mijn partner en wil de krant opslaan. Ik grijp in m’n jaszak om mijn eeuwig rondzwervende leesbril te pakken. Ik sta met twee brilhelften in m’n hand. Deze leesbril is op maat gemaakt, voor het serieuze leeswerk. Er moet een andere komen. Ik spoed me naar de leesbrillenwinkel. De brillenman ken ik niet alleen van z’n brillen. Hoewel hij eigenlijk met iets anders bezig is gaat hij me helpen. Ik zie het al gebeuren. Gaat het deze keer net zo? Hij is het overduidelijk vergeten, van die vorige keer. Ik niet. Omdat het al een aantal jaren geleden is dat hij mijn vorige bril op maat maakte, moeten mijn ogen opnieuw doorgemeten worden. Hij brengt zijn apparatuur in werking en laat mij plaatsnemen op de stoel. Hij begint. Ik lees braaf wat ik lezen moet. Hij meet. Meet nog eens. Rommelt wat aan het apparaat. Meet nog eens. Mompelt wat. Rommelt nog wat. Mompelt weer iets. Ja: dat begint al aardig op de vorige keer te lijken. ‘Ik moet even in je oog kijken’ zegt hij ietwat van slag. Hij kijkt in mijn oog. Kijkt nog eens. Hij blijft kijken. ‘Dit kan helemaal niet’ zegt hij. Ik lach. ‘Zei je de vorige keer ook, maar dat weet jij waarschijnlijk niet meer.’ Mijn rechteroog ziet zo verschrikkelijk slecht, dat ik eigenlijk niet moet kunnen onderscheiden wat ik wel kan onderscheiden. ‘Je linkeroog compenseert dat allemaal’ zegt hij, nog steeds behoorlijk verbaasd. Zelf ben ik niet verbaasd. Datzelfde heb ik toch ook gedaan na de dood van mijn moeder? Geprobeerd te compenseren? Om het toch allemaal goed te doen? Jammer genoeg kan ik mijn lol daarover niet met hem delen. Maar mijn lol is er niet minder om. Ik heb gecompenseerd als een gek, om de leegte en het onvermogen in mijzelf maar op te vullen. Overleven, noem je dat. Het was een hele klus om van overleven weer naar leven te gaan – maar wel een klus die de moeite waard is geweest. Nog nalachend ga ik naar huis. Mijn dag is goed. Meer dan goed.

PS: nog even was ik in gesprek met de brillenman. Vertelde hem dat ik ooit lenzen heb geprobeerd, maar dat ik ze na een aantal weken had weggegooid. ‘Je compenserende oog verdraagt geen correctie’, zegt hij. Nou: dat klinkt me aardig bekend in de oren. M’n compenserende ik heeft ook heeeeeeel lang geen correcties geaccepteerd.

Responsibility

Verantwoordelijkheid.
Een veel gebruikte term in onze tijd.

Verantwoordelijkheid nemen voor:
je eigen leven;
je proces;
je werk;
je kinderen;
jezelf (of is het: voor je zelf (?).
je volwassen-zijn.
Noem maar op. Het wordt zo gemakkelijk gezegd. En het is zo gemakkelijk gezegd. Maar wat betekent: verantwoordelijkheid nemen voor een situatie eigenlijk voor Verlaat Verdriet-ers? Als je in je jeugd hebt geleerd je aan te passen aan de situatie die ontstond voor en tijdens het overlijden(sproces) van je ouder? En na de dood van je ouder aan nog veel meer nieuwe situaties (zie: verliezen en transities)? Keer op keer op keer je aanpassen aan een nieuwe situatie (die in veel gevallen niet goed voor je was, en zelfs in veel gevallen steeds slechter voor je uitpakte). Aanpassen, aanpassen, aanpassen tot je geen idee meer hebt wie je zelf bent en wat je zelf wilt.

Veel Verlaat Verdriet-ers is dat overkomen. Met als gevolg dat ze als volwassene geen hebben idee wie ze eigenlijk zijn en wat ze eigenlijk willen. Verantwoordelijkheid nemen? Hoe doe je dat als je van jongs af aan hebt geleerd in de eerste plaats rekening te houden met de behoeften van anderen, zoals bijvoorbeeld van je overgebleven ouder? Als je geen last wilde veroorzaken?

Wat is verantwoordelijkheid eigenlijk? Volgens Van Dale is verantwoordelijkheid zorg en toewijding die voor iets vereist zijn. Op andere plaatsen vind je verantwoordelijkheid vooral in de betekenis van aansprakelijkheid, veelal verbonden aan schuld.

Verantwoordelijkheid nemen: een lastige opgave voor volwassenen die er eigenlijk nog zo vaak naar verlangen dat er voor hen wordt gezorgd. Omdat ze in zorg, toewijding en onvoorwaardelijk aanwezig kunnen zijn zo veel zijn misgelopen. Die het diep van binnen eigenlijk (nog steeds) vanzelfsprekend vinden dat er voor hen gezorgd wordt.

In het boek De Lachende Boeddha van Ton van Gelder en Fiona de Vos (zie: bibliotherapie) kwam ik een mooie en verruimende betekenis tegen van verantwoordelijkheid, namelijk via het Engelse woord Responsibility: de manier waarop je respons – antwoord – geeft op een ontstane situatie. Vanuit dat perspectief gezien hebben Verlaat Verdriet-ers al op heel jonge leeftijd verantwoordelijkheid genomen voor een ontstane situatie (en zijn dat vaak blijven doen en doen het in veel gevallen nog steeds).

Een ander perspectief. Een andere manier van kijken en voelen over de betekenis van een woord kan je zoveel ruimte geven om veranderingen aan te brengen.
Je hebt naar vermogen verantwoordelijkheid genomen voor de ontstane situatie en gehandeld. Het is tijd geworden om je te realiseren dat je dat vermogen aan kunt passen aan de mogelijkheden die je nu – als volwassene – hebt.

Uitweg uit Verlaat Verdriet

‘Als ik het woord proces hoor, dan weet ik het wel weer: dat gaat héééél lang duren en er komt nooit een end aan’ las ik een aantal jaren geleden in een interview met een korpschef bij de politie.

Dezelfde soort gevoelens riep/roept bij mij het woord rouwproces ook op: dat gaat héééél lang duren en er komt nooit een end aan.

Proces. Een woord uit de mechanische, maakbare tijd (lineaire tijd). Een woord uit de tijd van de ‘maakbaarheid’.
Er is een begin: namelijk de situatie die is nu is (en die om verandering vraagt). Er is een midden: namelijk het werk dat gedaan moet worden om tot een gewenst eindresultaat te komen. En er is een gewenst eindresultaat. Meten is weten. Bij processen van mechanische aard is dat mogelijk. Je meet de beginsituatie en je meet het eindresultaat. Dan weet je of het doel is gehaald.

Bij een rouwproces na overlijden ligt dat anders. Van de beginsituatie weet je alleen maar dat een ander mens is gestorven. Wat het eindresultaat van dat rouwproces moet zijn is echter een grote onbekende. Raar woord dus eigenlijk in dit verband: proces. Hoe kun je weten of je het goed doet? Wat goed is? Welk resultaat je moet behalen (loslaten, hoor ik meteen roepen. Maar juist loslaten vormt voor Verlaat Verdriet-ers een groot probleem). Lang heb ik aangehikt tegen het woord verlaat rouwproces. Zou daar niet een ander woord voor moeten komen? Maar welk woord dan? Of welk begrip?

Verlaat Verdriet-ers hebben vaak het gevoel vastgelopen te zijn in hun leven. Ze kunnen voor hun gevoel geen kant meer op. Ze zien geen uitweg meer. Ze voelen zich machteloos tegen de situatie waarin ze terecht zijn gekomen. Een begaanbare uitweg uit die gevoelens van machteloosheid creëren is een klus die veel Verlaat Verdriet-ers voor elkaar moeten zien te krijgen. Een uitweg waar een begin aan is en een eind. Die van machteloosheid gaat naar handelen. Van overleven naar leven.

Een proces.

Daarom handhaaf ik toch het begrip verlaat rouwproces. Niet in de zin van: aan het einde van een verlaat rouwproces is ‘het’ over, maar in de zin van: aan het einde van het proces heb je het verlies van toen in je leven van nu geïntegreerd.
Dan heeft het verlies van toen een plaats gekregen in je leven, waardoor je in staat bent steeds opnieuw veranderingen aan te gaan en toe te laten.

Je kunt de feiten in je leven niet veranderen,

wel de rol die deze feiten in je leven van nu mogen spelen.

Verlaat Verdriet Veranderkracht

‘Oh, je bent rouwbegeleider’, hoor ik vaak mensen zeggen als ik ze antwoord geef op de vraag ‘Wat doe jij eigenlijk voor werk?’ Altijd voel ik dan meteen een NEE. En vervolgens natuurlijk toch een JA, want een verlaat rouwproces is een rouwproces en iemand die zo’n proces begeleidt is (ook) rouwbegeleider. Waarom dan toch altijd weer die innerlijke  NEE?

Is dat omdat ik zo weinig affiniteit voel met de wereld van de professionele rouwbegeleiding? De wereld van moeten, van de verwerkdwang die voort is gekomen uit de lineaire tijdsopvatting? De wereld van de sentimenten? Van de rouwparafernalia? Van de clichés?

Is dat omdat ik (nog steeds) zo weinig erkenning hoor en zie voor het feit dat het verlies van een ouder in je kindertijd een primordiaal verlies is, een verlies van de eerste orde? Omdat ook in de professionele rouwwereld nog altijd de opvatting lijkt te heersen dat het verlies van een kind voor een ouder van een andere orde is dan het verlies van een ouder in je kindertijd?

Is dat omdat ik in die wereld nog altijd onvoldoende (h)erkenning zie voor de gevolgen van jong ouderverlies? Omdat ik vind dat Verlaat Verdriet nog altijd onvoldoende recht wordt gedaan?

Ook.

Maar:

In mij is nu ook het weten dat een verlaat rouwproces veel meer en veel omvangrijker is dan alleen een rouwproces. Een verlaat rouwpoces gaat ook – en eigenlijk vooral – om het aanbrengen van veranderingen in wie je bent geworden als gevolg van het vroege verlies van je ouder. In je identiteit, dus.

Veranderkracht

Vorige week viel mijn oog op het woord veranderkracht.

Dat is het.

Een verlaat rouwproces vraagt niet alleen de moed om te rouwen om een verlies dat al lang geleden heeft plaatsgevonden, een verlaat rouwproces vraagt vooral moed om veranderingen in jezelf aan te brengen, en de kracht om jezelf steeds weer te verleiden die veranderingen tot een goed einde te brengen.

Veranderkracht.

Verlaat Verdriet Veranderkracht.

Kritisch verliesmoment

Vanaf het allereerste begin van mijn Verlaat Verdriet-werk ben ik gefascineerd geweest door de overeenkomende kenmerken van Verlaat Verdriet-ers, ongeacht de leeftijd die ze hadden toen ze hun ouder verloren. Ik weet het: er zijn allerlei gangbare ideeën over ontwikkelingsstadia en leeftijdsfasen, gekoppeld aan allerlei ideeën over de invloed die een bepaalde leeftijd zou hebben op de manier waarop een kind om zou gaan met het verlies van een ouder. (Op die leeftijd hebben kinderen nog geen benul van wat de dood is (hoeveel volwassenen hebben dat trouwens wel? En wat denken die volwassenen dan? En hoe gaan die volwassenen dan om met het gegeven dood?), op die leeftijd hebben kinderen daar wel benul van, op die leeftijd hebben ze er nog meer benul van enzovoort enzovoort).

Maar hoe komt het toch dat ik daar in mijn werk zo weinig van terugzie (of terughoor, moet ik eigenlijk zeggen)? Hoe is het toch mogelijk dat Verlaat Verdriet-ers altijd dezelfde dingen zeggen, of ze nu -1 jaar waren, 1 jaar, 2 jaar, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 of 20? Wat is daarvan het geheim?

Bij de meeste Verlaat Verdrieters, die ik in de loop van de jaren heb ontmoet, staat de verliesleeftijd in hun ziel gekerfd. De leeftijd die ze hadden toen hun ouder overleed heeft als het ware als een guillotine hun ziel doorsneden. Staat als een brandmerk in hun ziel gebrand. Bijna iedereen weet – zonder een moment te aarzelen – de leeftijd te noemen die zij/hij had op het moment dat de ouder overleed.

En altijd noemen Verlaat Verdriet-ers dezelfde kenmerken: je altijd aanpassen, geen grenzen kunnen stellen, abrupt de verbinding kunnen verbreken, je vaak overvallen voelen door gevoelens van machteloosheid, een basaal gebrek aan zelfvertrouwen, weinig vertrouwen hebben in de toekomst, enzovoort, enzovoort (lees meer: Verlaat Verdriet).

Ik heb mij in de loop van de jaren georiënteerd op en gezocht in de ontwikkelingspsychologie (als voormalig lerares in bezit van pedagogisch getuigschrift had ik daar in ieder geval al enig idee van), onder meer bij de ontwikkelingsstadia van Eriksson. Eriksson bracht me veel, maar toch vond ik ook bij hem nooit een antwoord op die kwestie dat mij voldoende bevredigde. En dus bleef bij mij nog steeds de vraag knagen: hoe is het mogelijk dat Verlaat Verdriet-ers altijd op dezelfde manier vertellen over de impact die de vroege dood van hun ouder op hen heeft gehad, ongeacht waar ze vandaan komen, welke leeftijd ze hadden toen hun ouder overleed, welke leeftijd ze nu hebben, op welke wijze de ouder overleed, welk opleidingsniveau ze hebben?

Initiatie-leeftijden

Wat mij wel verder bracht is de oeroude kennis die mensen altijd hebben gehad – ook al lang voordat kennis werd gerationaliseerd en schriftelijk werd doorgegeven – over momenten waarop een kind als totaal organisme rijp is voor een overgang naar een andere staat van zijn: initiatie-leeftijden.

Toen viel het kwartje: er moet iets bestaan als het kritische verlies moment en het kritische verliesmoment heeft meer invloed op ontstaan en diepte van de ruptuur dan welke leeftijds-, ontwikkelings-, of omgevingsfactoren dan ook.

Toeval?

Drie weken geleden heb ik op Terschelling een middag in mijn tuintje gewerkt, op oude rubberlaarzen waarvan ik allang weet dat ze eigenlijk weg moeten. De volgende dag loop ik op het strand, en ik voel een pijnscheut in m’n knie. Daarna nog een. En daarna nog veel meer. Maar ik kan er doorheen lopen – en dat doe ik.

De volgende middag ga ik cranberries plukken. Het is nat in de Koegelwieck. Ik doet m’n regenbroek aan en – alweer – m’n oude rubberlaarzen. En de volgende dag nog eens.

Als ik twee dagen later naar huis reis, kan ik bijna niet lopen van de pijn in m’n linkerknie. ‘Sukkel – eigen schuld, dikke bult’, denk ik. ‘Gaat wel weer over.’ Maar, helaas: het gaat niet over. Een week later zit ik bij de dokter. Ik vraag hem of het verstandig is iets verder te kijken dan alleen die knie. ‘Je heupen staan goed’, zegt hij. ‘Het lijkt me niet nodig.’ Wel constateert hij een ontsteking in m’n knie en schrijft ontstekingsremmers voor. Ik kom in een vicieuze cirkel terecht: pijn -> pil -> minder pijn -> meer lopen & staan  -> meer pijn -> pil -> minder pijn -> meer lopen in plaats van rust nemen -> meer pijn -> enzovoort enzovoort.

Als ik de tijd neem eens na te denken realiseer ik me: dit is de zoveelste keer dit jaar. Eerst pijn in m’n liezen, totdat ik bijna niet meer kon lopen. Toen pijn in m’n heupen, totdat ik bijna niet meer kon lopen. Nu pijn in m’n linkerknie en weer kan ik bijna niet lopen. En dat allemaal sinds de borstamputatie in 2011. Toeval?

Een vriend van me geeft me een hint. Podoposturale therapie. In Elburg zit een man die een praktijk heeft als podoposturaal therapeut. Vanochtend had ik een afspraak met hem. Hij constateert een disbalans in mijn lijf, in de manier waarop ik sta en bevestigt mijn idee dat dit een gevolg is van de borstamputatie van anderhalf jaar geleden (en de eerdere ingrepen die ik onderging in verband met borstkanker). Hij schrijft me inlegzooltjes voor. Volgende week kan ik ze ophalen. Met een beetje geluk hervindt mijn lijf – dank zij deze inlegzooltjes – balans. Anders zal ik langer met de zooltjes moeten doen. Maar dat zie ik later wel weer.

 

Voortgeschopt als een steen

Vanavond rijd ik op de fiets uit het dorp naar huis. Het is donker, en een beetje koud. November, dus. Onderweg zie ik een jonge vrouw lopen. Ze loopt alleen, een beetje aan de kant van de weg. Ze zal ergens midden twintig zijn, zie ik in de gauwigheid. En ze ziet er verloren uit.

Ineens ben ik veertig jaar terug in tijd en ben ik zelf de vrouw die daar loopt. Groningen. In mijn studententijd. In november. In de zware zoete lucht van de suikerfabriek. De lucht die in Groningen Stad de herfst geur geeft. Ik zwerf doelloos over straat, zoals zo vaak. Ik kijk naar binnen, in de huizen waar licht brandt. Waar ik mensen in de warmte en het licht zie zitten.

Vanavond voel ik het zoals het was. Ik buiten. Op straat. In de kou. Verloren. Wanhopig verlangend naar een thuis. Naar warmte. Naar licht. Intens eenzaam (waarom?). Intens verlangend (waarnaar?). Intens verdrietig (waarom?). Intens boos (waarom?).

In ben het zelf die daar (in Groningen, in de herfst, in de avond, veertig jaar geleden) loopt en voel nu – op 12 november 2012 –  wat er toen in werkelijkheid met mij aan de hand was: afgescheiden zijn en wanhopig op zoek naar verbinding. Zonder nu de verwarde kluwens van gevoelens – boosheid, verdriet, eenzaamheid, schaamte, onlust, onrust, tekort en verlangen – nog te hoeven voelen. Gewoon zoals het toen was. Afgescheidenheid.

Ik denk aan een gedicht van Leonidas van Tarente, geschreven in de derde eeuw BC, dat altijd weer ergens in mijn leven opduikt

Laat je niet kwellen, o mens,

door’t lot dat je doemde tot zwerven,

voort geschopt als een steen/rollend land in land uit.

Laat je niet langer meer kwellen, nu je eind’lijk

een hut hebt gevonden,

droog, en verwarmd door een vuur / ook al is

dat maar klein.

Bak er een gerstekoek in

van grof gezeefd meel,

dat tevoren

in een ruwstenen trog /

door jou zelf is gekneed.

Als je de maaltijd dan ook

met wat zout of wat tijm

weet te kruiden

of met een korreltje zout /

menslief, wat wil je nog meer.

Man/Vrouw/Rouw

‘Rouwen mannen anders dan vrouwen?’ is een vraag die me regelmatig wordt gesteld. Of eigenlijk is het meestal geen vraag, maar een min of meer voorzichtige constatering van iets dat eigenlijk als een feit wordt gezien. En ja: ook in mijn werk zie ik mannen anders omgaan met hun rouwproces (vastberaden & doelgericht) dan vrouwen (vastberaden en verbindinggericht).

Maar: als mijn werk mij iets heeft geleerd, dan is het wel dat alle mensen in wezen hetzelfde zijn. Ongeacht afkomst. Ongeacht opleidingsniveau. Ongeacht ‘karakter’. Ongeacht werk. Ongeacht andere omstandigheden. Wij – westerse mensen – vinden onszelf zo belangrijk en zo bijzonder. (Hoe zou dat ook anders kunnen in een cultuur en een samenleving die zo vèrgaand zijn geïndividualiseerd als de onze, waarin je jezelf als individu staande moet zien te houden door je te onderscheiden van je medemensen). We verbeelden ons zo verschrikkelijk veel en we vinden onszelf zo verschrikkelijk belangrijk. En toch: heb ik geconstateerd – in de basis zijn alle mensen het zelfde en reageren alle mensen hetzelfde op abrupt verlies van veiligheid en emotionele geborgenheid. Alle verhalen over jong ouderverlies gaan in de kern over afgescheidenheid en een basale eenzaamheid.  Hoe verschillend alle mensen – en hun biografieën – die ik in de loop van vele jaren heb meegemaakt – en gehoord – ook mogen zijn.

Verhalenpiramide

Vandaag bracht mij dat op het idee van de ‘verhalen piramide‘ die er als volgt uitziet:

  1. Je bent een mens;
  2. Je bent een volwassen mens;
  3. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd een ouder door de dood;
  4. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
  5. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
  6. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor op de leeftijd van … jaar je vader/je moeder door de dood;
  7. Je bent een volwassen man/vrouw die haar/zijn verhaal te vertellen heeft over de vroege dood van zijn/haar vader/moeder op het moment dat hij/zij … jaar was en de gevolgen die dat vroege verlies voor hem/haar en zijn/haar verdere leven heeft gehad.

Goed beschouwd moet deze piramide eigenlijk op z’n punt staan: de basis is je menszijn:

  1. Je bent een volwassen man/vrouw die haar/zijn verhaal te vertellen heeft over de vroege dood van zijn/haar vader/moeder op het moment dat hij/zij … jaar was en de gevolgen die dat vroege verlies voor hem/haar en zijn/haar verdere leven heeft gehad;
  2. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor op de leeftijd van … jaar je vader/je moeder door de dood;
  3. Je bent een volwassen man/vrouw en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
  4. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd je vader/je moeder door de dood;
  5. Je bent een volwassen mens en je verloor in je jeugd een ouder door de dood;
  6. Je bent een volwassen mens;
  7. Je bent een mens.

In deze omgekeerde piramide is 1- 7 je levensverhaal als Verlaat Verdriet-er, je Verlaat Verdriet-biografie.

1 is je complete verhaal als volwassen man/vrouw, waarin de gevolgen van jong ouderverlies meer of minder bewust aanwezig zijn: het verhaal zoals zich dat het meest duidelijk in het NU manifesteert. Het verhaal dat je, met name met ervaringsgenoten, kunt delen;
2-5 zijn de deelaspecten van je verhaal: ben je man of vrouw, verloor je je vader of je moeder en op welke leeftijd verloor je je vader/je moeder;
6 en 7 zijn wat je in de allereerste plaats bent: mens en volwassen mens.

Preventie (?)

Preventie is een (hardnekkig) idee, voortkomend uit een lineaire tijdsopvatting en veronderstellingen van maakbaarheid. Je kunt in de lineaire tijdslijn problemen voorkomen door op tijd, of liever nog voor de tijd, te reageren op gebeurtenissen die zouden kunnen gaan plaatsvinden. Pro-actief zijn noem je dat. Hoeft niks mis mee te zijn. In de mechanische, voorspelbare wereld kun je aardig zeker weten welke problemen je kunt voorkomen door op een vroeg moment het proces te beïnvloeden op een manier die zeker toekomstige problemen voorkomt.

Als het gaat om psychologische processen is het preventie-idee in mijn optiek echter zeer discutabel. Want hoe kun je iets voorkomen – of positief beïnvloeden – waarvan je niet zeker kunt voorspellen of het gaat gebeuren en hoe dat er dan in de toekomst uit zal gaan zien? Preventie-denken kan gemakkelijk illusie-denken worden. Met illusie-denken kun je jezelf – en anderen – lang zoet houden, zonder dat je in de komende 10, 20, 30, 40 jaar (of langer) je preventie-gelijk hoeft (of zelfs maar kunt) aan te tonen. Uiteindelijk kan dan 10, 20, 30, 40 jaar blijken dat preventie contraproductief heeft gewerkt. En dan???

Ik vermoed (en vrees) dat preventie-denken bijvoorbeeld voor kinderen die een ouder verliezen door de dood in de realiteit contraproductief zal blijken te zijn. Preventie kan niet voorkomen dat later problemen ontstaan. Preventief werken op grond van veronderstellingen (zijn die ooit aangetoond? Bewezen? Wordt de tijdelijkheid en tijdgebondenheid van veronderstellingen omtrent de gevolgen van jong ouderverlies in het nu onderkend?) sluit een weg af om terug te gaan. ‘Niet in het verleden graven’. Gecompliceerd als je uit het verleden informatie moet halen om te begrijpen waarom je nu bent zoals je bent en doet zoals je doet.

Als preventie niet op de goede manier – dus op de juiste pijnplekken – wordt ingezet en er bovendien geen of onvoldoende besef is van de grenzen aan en de beperkingen van preventieve mogelijkheden, sluit preventie eerder een weg af dan dat er iets goeds – namelijk het beoogde (want wat is het beoogde???) – wordt bereikt. Illusies hebben de plaats ingenomen van de realiteit. Kinderen die een ouder verliezen – en volwassen die als kind een ouder verloren – hebben de realiteit meegemaakt van hoe het ging en niet van hoe het beter had gekund. Met die realiteit hebben ze in hun verlate rouwproces te dealen. Daar past het denken: ‘we hebben er alles aan gedaan om dit te voorkomen. Je hebt je kans gehad’ niet in.

De realiteit onder ogen zien is een belangrijke stap in een verlaat rouwproces bij Verlaat Verdriet. De werkelijkheid van je leven zoals het is geweest onder ogen zien en in je leven van nu integreren. Met preventie heeft dat niets te maken (behalve misschien het ‘wegwerken’ van een aantal – negatieve en/of ongemakkelijke – oordelen die onlosmakelijk aan het preventie-denken vast lijken te zitten).
Met toekomstgericht denken heeft het wel alles te maken.

Liegen-loog-zelfbedrog

Met het verlies van je ouder verloor je ook de ouder die bereid was jou te ‘kasteien’. De ouder die paal en perk stelde aan je gedrag. Die vanuit een onvoorwaardelijke ouderliefde grenzen stelde en je liet voelen dat er grenzen waren en welke grenzen er waren. De ouder die ongetwijfeld ook vanuit haar/zijn eigen tekort meer dan eens onaardig en niet liefdevol reageerde, maar die ondertussen wel je ouder was en jij haar/zijn kind (en bleef). De ouder die op je lette. Die zich afvroeg waar je uithing. Die je aansprak op je fouten. Die je toonde hoe je het anders moest doen, anders kon doen of anders moest oplossen. De ouder met wie je verbonden was met de meest sterke band die je als kind aan hebt kunnen gaan.

Als gevolg van de dood van je ouder werden de mazen in het ‘opvoednet’ groter. Met de komst van een nieuwe partner van je overgebleven ouder werden die mazen misschien steeds groter en werd het makkelijker er doorheen te glippen. Er werd niet meer op een liefdevolle en begripvolle manier op je gelet. Er was geen ouder meer die eerlijkheid de moeite waard maakte.
De komst van een nieuwe partner, met andere normen en waarden dan je gewend was, maakte het extra moeilijk en gecompliceerd om te weten in welke cultuur je nou eigenlijk leefde. Wat mocht wel en wat niet? Wat was belangrijk en wat niet? Waar moest je je aan houden? Wat had je te maken met de cultuur van de nieuwe partner van je ouder? Wat had je met haar/hem te maken? Wat was er nog belangrijk voor je overgebleven ouder?

Ontwijken, negeren, ontkennen werden deel van je overlevingsstrategieën. Oneerlijkheid, onwaarheden vertellen, halve leugens, halve waarheden en smoezen namen mogelijk steeds meer plaats in in je leven en met oneerlijkheid naar buiten toe naar alle waarschijnlijkheid ook zelfbedrog. Liegen werd een gewoonte. Want waarom en voor wie zou je nog eerlijk zijn?

Onderzoek eens bij jezelf:

  • Ben ik gaan liegen?
  • Ben ik halve waarheden gaan spreken?
  • Ben ik gaan liegen uit angst?
  • Heb ik moeten liegen om m’n vege lijf te redden?
  • Ben ik gaan liegen uit gewoonte?
  • Op welk moment in mijn jeugd heb ik besloten geen energie meer te steken in leugens?
  • Wat doe ik nu met liegen, loog, bedrogen als volwassene?
  • Wie bedrieg ik?
  • Hoe zit het bij mij met zelfbedrog?