Hartenwens: afsluiting van BeeldTaal delen in tijden van corona

Hartenwens

Wat is goed voor mij? Veel Verlaat Verdriet-ers weten het niet. Ze hebben geen idee: wat is goed voor mij? Ze weten feilloos wat goed is voor een ander. Wat andere mensen nodig hebben. Hoe ze voor andere mensen kunnen zorgen. Maar voor zichzelf? Daarom deze vraag aan jou. Verlaat Verdriet-er: wat is jouw Hartenwens?

Met Hartenwens sluit ik de gratis BeeldTaal-afleveringen af.
Het is mijn Hartenwens dat je – op welke manier dan ook – plezier hebt gehad van dit gratis abonnement op BeeldTaal delen in tijden van corona.

Onder deskundige begeleiding

Mogelijk heb je als abonnée vooral gemerkt dat je bedoelingen goed waren, maar dat het leven van alledag steeds weer je aandacht opslokte. Dat je minder met BeeldTaal hebt gedaan dan je je had voorgenomen. Of misschien wel helemaal niets. Misschien ben je tot de ontdekking gekomen dat het beter is er werkelijk tijd voor uit te trekken. Dat het fijner is om samen met ervaringsgenoten – en onder deskundige begeleiding van Titia Liese – aan het BeeldTaal-(schrijf)werk te gaan.

Nieuwgierig naar BeeldTaal

Of je bent nieuwsgierig geworden naar BeeldTaal.
Wat is BeeldTaal?
Is BeeldTaal iets voor mij?
Kan BeeldTaal mij helpen?
Wat kan ik doen?
Wanneer kan ik iets met BeeldTaal doen?
Waar kan ik iets met BeeldTaal doen?

Mogelijkheden

De weg van liefde

BeeldTaal in Italië
9-15 mei 2021

WindMee

BeeldTaal op Terschelling
2-6 november 2020

ReCreëren

BeeldTaal op de Veluwe
Eens per maand 1 of 2 dagen in een weekend.
Binnenkort meer informatie over inhoud en data.

Informatie

Wil je meer weten over BeeldTaal en wat BeeldTaal voor jou kan betekenen?
Stuur een mailtje naar

De zeven plagen van trauma

 

Ik breng het boek straks terug naar mijn buurvrouw van wie ik het heb geleend. Ik heb het uit. Al een paar dagen geleden. Maar het blijft op een merkwaardige manier in me rondzingen.

Ane Riel

Het boek Hars van de Scandinavische schrijfster Ane Riel. Psychologische thriller.
Een boek over een totaal ‘disfunctioneel’ gezin. Zo disfunctioneel dat ik, al lezend een aantal keren dacht: nou, nou. Overdrijf je nu niet een beetje?

Maar dan.
Het boek is voornamelijk geschreven vanuit het perspectief van Liv, de 8-jarige dochter van vader Jens Haarder. Vader Jens verloor in zijn jeugd zijn vader door de dood. En dat is wat mij voornamelijk bezighoudt. Dat je dit boek kunt zien als één groot metafoor voor jong ouderverlies. En voor de gevolgen van jong ouderverlies op de langere termijn. Hoe zijn binnenwereld verstarde na de dood van zijn vader. Stolde. Bevroor.
Hoe de binnenwereld van deze man steeds meer en steeds ernstiger greep krijgt op zijn buitenwereld. Zijn gezin. Vrouw. Kind. Kinderen. Zijn gezin van herkomst. Moeder. Broer. Zijn huis. Woonomgeving. Werk. Dorpsgenoten. Mede-eilandbewoners.

Middeleeuws schilderij

Nadat ik het boek heb dichtgeslagen zie ik als het ware langzaam maar zeker een middeleeuws schilderij ontstaan. Pieter Breughel. Jeroen Bosch. Zie ik hoe, langzaam maar zeker, de zeven plagen van trauma zichtbaar worden. Vorm krijgen. Een plek krijgen in een tableau vivant dat gaandeweg stolt tot een stilleven. Een stilleven van een absurde werkelijkheid achter een werkelijke werkelijkheid.

Geen boek waar je erg vrolijk van wordt. Hoewel de humor van de 8-jarige Liv die een wereld ziet die niet normaal is, maar voor haar wel omdat ze geen idee heeft wat wel normaal is, dit boek zo nu en dan wel een zekere lichtheid geeft.
Lees, en oordeel zelf.

Hars

Hars
Ane Riel
ISBN 9 789044 642353

Het verlies een plekje geven

‘Rouw, of verdriet, moet je helemaal geen ‘plekje geven’, zoals iedereen altijd zegt.
Het is een min of meer terloopse zin in het interview met Liesbeth Rasker (NRC 14 mei 2020). Ik wil daar graag iets over zeggen.

Het een plekje geven

‘Je moet het een plekje geven.’ Hoe vaak wordt het niet gezegd over een verlies. Niemand die weet hoe je dat doet. Maar iedereen weet dat het moet. ‘Het een plekje geven.’

In de eerste jaren van mijn Verlaat Verdriet-werk had ook ik mijn moeite met dit cliché. Duh – een plekje geven? Wat een plekje geven? Hoe een plekje geven? En dan? Wat heb je dan gedaan? Is het zoiets als een stoel een plekje geven? Of een tafel? Gewoon opzij zetten? En verder met je leven?

Biografie

In de loop van mijn Verlaat Verdriet-werk ben ik steeds meer tot het besef gekomen dat de cliché ‘Het een plekje geven’ wel degelijk inhoud heeft. Hoe belangrijk het is het vroege verlies van je ouder(s) een plekje te geven. Namelijk een letterlijke plek in je biografie.

Dat doe je bijvoorbeeld door

  • je overleden ouder(s) een plek te geven in je levensverhaal. Wie was hij? Wie was zij? En wie ben jij? Wat betekent je overleden ouder nu voor je in je leven als volwassene?
  • de dochter/de zoon te worden van de moeder/de vader die heeft geleefd. In plaats van alleen nog maar het kind te zijn van een ouder die is overleden;
  • als volwassene de gelijkwaardige te worden van je overleden ouder. Je kindperspectief te onderzoeken. Het kindperspectief los te laten;
  • je angst(en) in de ogen te kijken;
  • de overlevingspatronen die je hebt ontwikkeld te onderzoeken en te herwaarderen.

Verwerken en helen

Onderzoek wat goed is voor jou.
Doe wat goed is. Voor jou.
Geef je overleden ouder(s) een plek in je leven van nu.
Geef het verlies – en de gevolgen van het verlies – een nieuwe plek in je leven.

Je kunt het vroege verlies van je ouder(s) verwerken.
Oude wonden kunnen helen.

Maar dan moet je wel in beweging komen.

Doen

Lees in Doen wat Titia Liese je aan mogelijkheden biedt.

Herinneringsboeken

Ga op zoek naar wie de vrouw was die je moeder is: Herinneringsboek Moeder
Ga op zoek naar wie de man was die je vader is: Herinneringsboek Vader

Interview met Liesbeth Rasker in NRC

Rouwenden vormen een club

Vanochtend ontving ik een interview met Liesbeth Rasker. NRC, 14 mei 2020. Interviewer: Rinskje Koelewijn.
Ik geeft dit interview graag aan je door.

Liesbeth Rasker (31), schrijver en reisblogger, maakte een podcast over rouwen. Ze leerde over ‘schoon’ en ‘vuil’ verdriet. „Rouwenden horen bij een club.”

……………. Toen de moeder van Liesbeth Rasker darmkanker kreeg en wist dat ze zou sterven, vroeg ze haar beste vriendin om na haar dood een oogje te houden op haar kinderen. Twee dochtertjes, 5 en 10 jaar oud. Die vriendin, schrijfster Renate Dorrestein, kwam voortaan elke woensdag bij de meisjes en hun vader op bezoek. „We aten met elkaar, daarna lieten zij en ik de hond uit. Dat was óns moment. Zij was mijn neptante, ik haar nepnicht.” Twintig jaar deelden ze elkaars levens, maar toen kreeg Renate Dorrestein slokdarmkanker. Ze overleed in mei 2018, 64 jaar oud. Liesbeth Rasker (31): „Met haar ging mijn moeder nóg een keer dood”………………….

Aan de keukentafel

………… Nu weet ze: álles wat ze toen voelde, viel onder het hoofdstuk rouw. En ook dat dit „zware, zwarte gevoel” in één klap verdween – ineens kon ze weer écht lachen – bleek volkomen normaal. Ze weet dat, omdat ze inmiddels het plan heeft uitgevoerd dat ze bedacht in die zomer van verdriet. „Ik zocht verhalen over wat rouw, of grief, of loss nou eigenlijk is. Maar waar ik behoefte aan had, bestond nog niet.” Ze heeft een podcastserie gemaakt, Dag voor Dag: zes gesprekken, van elk iets meer dan een uur, met mensen die gerouwd hebben. Ze spreekt, aan de keukentafel, twee vriendinnen van haar moeder, die naast hun vriendin ook hun man, een familielid of hun moeder verloren. Ze praat met leeftijdgenoten die een vader, of een vader én moeder missen. En ten slotte spreekt ze haar vader, 75 jaar, die nog elke dag een kaarsje brandt bij een portret van haar moeder………….

……………O ja, zegt ze met een lange uithaal. „Dat is to-taal anders. Een kind dat zijn moeder verliest… Dat gemis is onoplosbaar, dat wordt deel van je identiteit. Het zit verankerd in alle hoeken van wie ik ben, het leeft in me.” Hoe dan? „Ik ben altijd op mezelf geweest, een einzelgänger, ook toen mijn moeder nog leefde. Dat is wel versterkt. Uitvergroot.” Als zij het over rouw heeft, dan bedoelt ze de rouw om Renate. „Haar mis ik. Meer, of anders, dan ik mijn moeder mis. Renate kénde ik. Mijn moeder heb ik nooit echt leren kennen. Renate was degene die het meeste over haar wist te vertellen, dat mis ik ook………………

Interview

Lees dit interview in NRC

Uw leven is al zo versnipperd

‘Uw leven is al zo versnipperd.’ antwoordt de huisarts. Ik bedank haar omdat ze even opbelde om te zeggen dat ze wat later zou komen voor de medische handeling die ze thuis bij mijn partner uit zou gaan voeren.
Deze huisarts verloor haar man. Ze spreekt uit ervaring. Even voel ik heel diep hoe goed deze kennis uit ervaring mij doet. In deze ene zin voel ik me gezien. Erkend.

Intensief

‘Is het niet heel erg zwaar?’ wordt me geregeld gevraagd. Sinds begin november 2019 ben ik mantelzorger voor mijn terminaal zieke (LAT)partner. Zelf ervaar ik het niet als zwaar. Wel als intensief. Maar wat gebeurt er dan als ik van tijd tot tijd ontplof?

Gefragmenteerd

Ineens dringt het helemaal tot me door. Veel Verlaat Verdriet-ers – ook ik vroeger – ervaren hun leven na het vroege verlies van hun ouder(s) als gefragmenteerd. Versnipperd. In duizend stukjes uiteen gevallen. Dat kan je (levenlange) angst bezorgen. Angst om in een peilloos diep gat te vallen. Overlevingspatronen moeten deze angst(en) onder controle houden. Je leven voelt als zwaar. Heel zwaar.

Antwoord

Het antwoord van de huisarts doet me in de volgende dagen een aantal dingen beseffen:

  • de bijzondere waarde van kennis uit ervaring;
  • zelf heb ik mijn leven vergaand geheeld – vandaar dat ik de zorg voor mijn partner ervaar als intensief, niet als zwaar;
  • aan de randen van deze zorg treedt soms toch een oude reactie op. Dan ontplof ik op een manier die niet in verhouding staat tot de aanleiding. Ik wil naar huis. Naar mijn eigen huis. En wel onmiddellijk.

Geleerd

Weer wat geleerd over

  • kennis uit ervaring;
  • Verlaat Verdriet;
  • Verlaat Verdriet-ers;
  • mezelf;
  • me gezien voelen;
  • het gefragmenteerde bestaan van Verlaat Verdriet-ers (inclusief mijzelf);
  • kwetsbaarheid;
  • de kracht van helen.

FLESSENPOST: BeeldTaal delen in tijden van corona

Welke brief zou jij graag in flessenpost willen vinden?

Flessenpost

Uitwaaien aan zee. Banjeren langs het strand. Met stip een van de populairste uitjes van heel veel Nederlanders.
Ook jij doet het vast wel eens. Banjeren. Langs het strand. Met je voeten door het water. Speuren naar bijzondere vondsten. De jutter in jou ontwaakt. Schelpen zoeken. Grote. Kleine. Zeesterren. Drijfhout. Barnsteen. En natuurlijk: flessen. Wie hoopt niet al banjerend door het zand een fles te vinden? Natuurlijk: met die brief er in. Flessenpost.

Ga mee in je verbeelding. Maak die wandeling langs het strand. Zon. Wind. Het wordt eb. Het is stil op het strand. Hier en daar een wandelaar. Een mede-jutter. Wat vind je deze keer? JA. Een fles. Half verstopt onder het zand. JA. Een brief er in. Een brief. Speciaal gericht aan jou.

Nieuwe aflevering van BeeldTaal Speciaal

Vandaag, 15 mei 2020, komt de nieuwe aflevering van BeeldTaal beschikbaar voor abonnees van BeeldTaal Speciaal 2020 FASE III: FLESSENPOST

Laatste fase

Gezien de ontwikkelingen rondom de corona-maatregelen zal naar verwachting fase III de laatste fase zijn van het aanbod je gratis te abonneren op BeeldTaal. Ook in deze laatste fase kun je 3 afleveringen verwachten, namelijk de aflevering van vandaag – 15 mei FLESSENPOST. Op 22 mei 2020 ontvang je met HARTENWENS nog een toegift: de laatste aflevering van BeeldTaal delen in tijden van corona.

Gratis abonneren

Je kunt je tot 22 mei 2020 gratis abonneren op BeeldTaal Speciaal 2020. Je ontvangt dan alle afleveringen van BeeldTaal Speciaal, fase III.

Praktische informatie

Dagelijks BeeldTaal

Volg dagelijks BeeldTaal op de Verlaat Verdriet-Facebook-site van Titia Liese.

Lees meer over Verlaat Verdriet

Kenmerkende patronen bij Verlaat Verdriet
Gids voor Verlaat Verdriet 

De weg van liefde: BeeldTaal in Italië

Wat had ik het graag gewild. Verlaat Verdriet-ers De weg van liefde: BeeldTaal in Italië bieden. Een retreat-schrijfweek op La Concia. Bij Maartje Schonefeld en Davide Donati. De liefdevolle zorg van Maartje en Davide. De overheerlijke maaltijden. De inspirerende plek.

Helen door schrijven

Tijdloosheid. Inspiratie. Dolce far niente: de kunst van het niksen. Tijd voor reflectie. Voor schrijven. Tijd voor woorden geven aan gevoelens. Voor zoeken naar symbolen die passen bij jou. Liefdevolle aandacht. Deskundige begeleiding van Titia Liese. Helen door schrijven.

Helaas.
Het lukte niet in dit voorjaar van 2020. De gezondheidstoestand van mijn partner laat al sinds afgelopen herfst niet toe dat ik me buiten de grenzen van Nunspeet begeef. Laat staan naar Italië te reizen.
En toen kwam corona en was het helemaal niet meer mogelijk naar Italië te reizen.

Najaar 2020

Veel is nog onzeker, maar als het ook maar enigszins mogelijk is De weg van liefde in het najaar van 2020 in Codiponte te laten plaatsvinden, dan ga ik ervoor.

Wind mee

Omdat ik toch wel heel erg graag BeeldTaal in eigen land wil bieden bied ik in het najaar van 2020 Wind mee: BeeldTaal op Terschelling.
Lees meer over Wind Mee.

Meer informatie

Wil je meer informatie over De weg van liefde of over Wind Mee? Stuur een mailtje

‘Verdriet is geen straf’: interview met acteur Raymond Thiry

Verdriet is geen straf

Gisteren kreeg ik het interview toegestuurd met Raymond Thiry.
NRC, 11 april 2015. Interview met Rinskje Koelewijn.
Raymond Thiry verloor zijn moeder toen hij 9 was, en zijn vader toen hij 21 was. 

Ik deel dit interview graag met je. Martine: dank je wel voor het toesturen!

Acteur Raymond Thiry – nu in Bloed, Zweet en Tranen – is een man van onderhuidse emoties. „De kijker projecteert zijn eigen sores op mij”, zegt hij bij een broodje bal.

Een peer, een kiwi, een paar koppen koffie. Het is twee uur geweest, en dit is wat hij vandaag heeft gegeten. Raymond Thiry (55) wipt achterover met zijn stoel, en vouwt zijn armen achter zijn hoofd. „63 kilo woog ik vanmorgen.” Hij klopt op zijn buik. „Mijn ondergrens is eigenlijk 65. Ik moet meer eten.”

Hij pakt de menukaart van tafel. Het restaurant in het Vondelpark heeft allerlei moderns op het menu; salades met quinoa, spelt of bulgur. Hondje Eddy kruipt op schoot, hoopvolle blik op de baas. „We nemen een broodje bal”, besluit die. „Lekker.”

Raymond Thiry is acteur. Als je gaat tellen, valt pas op in hoeveel theaterstukken, series en films hij de afgelopen vijfentwintig jaar speelde. Toch kan hij tamelijk ongestoord en anoniem over straat. „Hooguit één à twee keer per dag wil iemand met me op de foto”, zegt hij. „Gemiddeld.” Hij wordt vooral herkend door de rol die hij speelde in de televisieserie Penoza. Drie seizoenen lang was hij Luther, de beroepscrimineel die stilzwijgend de vuile klusjes opknapt voor de maffiabaas, een vrouw. In de bioscoop draaien nu twee films met hem erin; Tussen 10 en 12, een korte arthouse-film. En Bloed, Zweet en Tranen, de biografische film over zanger André Hazes.
In beide films speelt Raymond Thiry de vader. In de eerste is hij een door verdriet overmande vader wiens dochter is omgekomen bij een auto-ongeluk. Als vader Hazes is hij dreigend en drankzuchtig. 

Zo zijn zijn personages vaak: ogenschijnlijk kalm, maar achter die rustige façade lijkt innerlijke onrust te smeulen. Als zichzelf is Raymond Thiry wel kalm, maar niet dreigend. Hij is kleiner dan hij op het scherm lijkt en heel wat spraakzamer. „Ik beheers de techniek om een verhaal te vertellen door zo weinig mogelijk te doen en te zeggen. Als je dat goed doet, projecteert de kijker zijn eigen sores en emoties op mij, zonder dat er in mij nou per se heel veel omgaat.” Als vanzelf komen de zwaarmoedige rollen zijn kant op, weten ze hem te vinden als de „naar binnen geslagen man”.

Zelf zou hij het liefst meer komische rollen spelen. Zoals hij twintig jaar lang deed bij het absurdistische theatergezelschap Alex d’Electrique. Of als de hyperactieve Van Rossum van ‘Roos en haar mannen’. Met dat trio presenteerde hij de jeugdprogramma’s van Villa Achterwerk. „Van Rossum is een karikatuur. Een uitvergroting van hoe ik echt ben.” En hoe is hij dan? Hij denkt kort na. „Ik liep bij de Jellinek-kliniek.” Jaren geleden, om van het roken af te komen. „Ik kwam in aanmerking voor combinatietherapie. Ik kon ook medicatie krijgen voor de drukte en het centrifugale in mijn gedachten.” Ja, knikt hij. Hij rookt nog.

Intussen is Eddy even verderop aan de drinkbak van een andere hond begonnen. Thiry loopt tussen de volle tafeltjes om haar te halen, zich links en rechts verontschuldigend in plat Amsterdams. „Fijne hond, hoor. Alleen hij drinkt zoveel.” Hij heeft haar meegenomen uit een dorpje aan de Zwarte Zee, hij was er voor filmopnames. „Ze was uit het nest gekieperd”, zegt hij. „Misschien omdat ze kleiner was dan de rest, of niet helemaal goed bij d’r hoofd. Misschien is ze zelf vertrokken. Had ze inmiddels elders wat lekkerders geproefd dan moedermelk.” Van dieren, zegt hij als hij weer zit, kun je ongegeneerd veel houden.

Kippenvel

Als vader in de film Tussen 10 en 12 vertrekt hij geen spier als hem wordt verteld dat zijn dochter is verongelukt. Hij vraagt alleen in wat voor auto ze reed. De film volgt het verhaal van de regisseur Peter Hoogendoorn zelf. Op zijn zeventiende stond de politie voor de deur om te vertellen dat zijn zus dood was. Hij moest het zijn vader vertellen en zij samen aan zijn moeder. Als een soort slechtnieuws-estafette. Thiry: „Het onheil wordt aangezegd op een onverwacht moment. Je ziet de zoon, de vader en de moeder eerst terwijl ze onwetend zijn. Dan komt de omslag.” „De regisseur wilde geen tranen zien”, zegt hij. „Hij wilde onderhuidse, niet uitgesproken emoties.” Dan was hij bij Thiry aan het goede adres? Hij stroopt zijn mouwen op. „Ik krijg weer kippenvel als ik aan die scène denk.”

Hij trommelt ongedurig op tafel. „Zo’n moment is me niet vreemd. Dat plotsklaps de dood zich aandient.” Bedoelt hij dat hij bang is om dood te gaan? „Nou ja, mijn geschiedenis dicteert dat ik te allen tijde op het ergste ben voorbereid.” Het is niet dat hij de dag ermee begint, maar „in een split second” schiet het regelmatig door zijn hoofd: wordt het een ziekbed van zes maanden, of blijft hij tot zijn zeventigste gespaard?

Nee, nee, hij is geen hypochonder, zegt hij. Hoewel. „Ik had paardrijles genomen.” Hij moest het leren voor de jeugdfilm Code M die binnenkort uitkomt. „Vier keer heb ik op zo’n stalpaard gezeten. Het filmpaard was zo’n grote, zwarte hengst van een jaar of acht. Europees kampioen military. Die luistert naar elk kneepje dat je geeft.” Kortom, hij verloor de stijgbeugel, trok uit paniek nog harder aan de teugels waardoor het dier versnelde. Weken later had hij nog een beurse testikel. „Ik wist ergens wel dat het door die rit kwam. Maar ondertussen dacht ik: nu zal het wel chemo worden, en hopelijk snijden ze in het gunstigste geval alles er meteen uit.”

Verlies

Maar, zeg ik, dat gaat over angst voor zijn eigen dood. De film gaat over het plotselinge verlies van een geliefde. „Een vroeg gemis in familieverband is me ook bekend.” Zijn moeder overleed toen hij 9 was, aan borstkanker. Zijn vader overleed twaalf jaar later aan de gevolgen van overgewicht en twee pakjes Caballero per dag. „Ik was net weer thuis komen wonen.” Want in de tussentijd woonde hij….? „In kraakpanden.” Zijn middelste zusje, zes jaar ouder dan hij, kookte af en toe voor hem. Nu nog fietst hij rond etenstijd vaak even bij haar langs.

„Mijn vader had geen flauw idee waar ik uithing of wat ik deed. Zo ging dat. Het was de tijd dat de schooldirecteur je vriendelijk verzocht niet in de gang te blowen, maar buiten. En dat je op je zestiende tegen je vader zei: ik ga uit huis, en trouwens ook van school.”

Toen hij genoeg had van andermans vuile sokken in de asbak, betrok hij de onderste verdieping van zijn ouderlijk huis in de Amsterdamse Pijp, voorheen runden zijn ouders er een confectieatelier. Later, na zijn vaders dood, huurde hij de bovenverdieping erbij. Daar woont hij nu nog. „Bij koningshuizen en farao’s blijven de zonen ook in hun paleizen wonen. Ik heb het van onder tot boven gestript. Maar het voelt heel vertrouwd.”

Eens in de zoveel tijd gooit hij rigoureus de inrichting om. „Niet dat ik zoveel behoefte heb aan verandering. Ik wil alleen graag vaste patronen doorbreken, de routine uit mijn handelen halen. Al is het maar dat ik een keer met links tanden poets, in plaats van altijd met rechts.”

Hapje bal

Hondje Eddy zit intussen ook aan tafel en verorbert een hapje bal. Terloops informeer ik of er, behalve Eddy, nog iemand bij hem in huis woont. „Nee.” Van de 23 jaar dat hij een relatie had met Raymonde de Kuyper (de Roos uit Roos en haar mannen) woonde hij er twee samen. „Ik ben geen familiemens. Ik hoef mijn vrienden ook niet bij me thuis. Ik ga liever de deur uit om mensen te zien.” 

Emoties

In een medisch tijdschrift is hij eens een artikel tegengekomen van de psychiater bij wie hij rond zijn twintigste – uit eigen vrije wil – in therapie was. „De casus die hij beschrijft, volledig geanonimiseerd natuurlijk, dat ging gewoon over mij.” Wat las hij dan? „Nou ja, jonge man op de vlucht, maar wel naarstig op zoek naar contact.” Laat hij zeggen: hij was heel lang nogal bedreven in het buiten de deur houden van emoties. „Het was mijn mechanisme om mezelf te beschermen tegen de impact van het leven.” En hoe deed hij dat? „Je gaat boven de situatie hangen. Loskoppelen, depersonaliseren. Je ziet wat je doet, maar je voelt het niet. Zoiets.”

Hij strijkt over zijn donkerblauwe schipperstrui, zijn wijdvallende donkere broek. „Ik had iets vrolijkers moeten aantrekken. Straks denk je nog dat alles zo somber is.” Want dat is niet zo? „Nee. Zo inktzwart is het allemaal niet. Inmiddels kan ik best tegen verdriet.”

Voorbeeld? „Huisdieren hebben het bambigevoel in me overhoop gehaald. Vroeger kon ik een jaar of langer uit mijn doen zijn na de dood van een hond of kat. Zodra dood of ziekte dreigde, moest ik ervan af. Toen mijn kat ten dode was opgeschreven, bracht ik hem meteen naar mijn zus.” Dat zou hij nu nooit meer doen. „Ik neem de zorg op me tot het eind. Mijn karakter is niet veranderd, maar ik heb geleerd dat als je de poorten opengooit voor narigheid, het kasteel niet in mekaar hoeft te sodemieteren. Of kasteel, kartonnen hutje. Zolang het niet aanhoudend is, is verdriet is geen straf.”

CV

Geboren: Amsterdam, 29 september 1959
Burgerlijke staat: ongehuwd
Woont in Amsterdam
Opleiding: geen
Eerste baan: bollenpeller
Sport: zwemmen
Vervoermiddel: fiets
Boek: Het heerlijk avondje van Aat Ceelen
Film: Gummo van Harmony Korine
Muziek: 99% van Meat Beat Manifesto
Onmisbaar:  goed stel hersenen

Volkskrant Magazine: interview met Hein van der Heijden

In Volkskrant Magazine van dit weekend (9 en 10 mei 2020) een interview met acteur Hein van der Heijden (1958, 2 jaar toen hij zijn vader verloor).
Ook in dit interview lees je weer in vrijwel alles wat gezegd wordt gevolgen van het vroege verlies van zijn vader. Gevolgen voor wie hij is geworden. Voor zijn leven. Voor zijn jeugd. En nu, voor wie hij is als volwassene.

……………  Van der Heijden groeide op met zijn moeder en twee broers. Zijn vader overleed toen hij bijna 2 was en zijn moeder in verwachting was van zijn jongste broer…..

………….. Hein was naar eigen zeggen ‘een dik, boos jongetje’. ‘Ik zat al gauw bij de kinderpsychiater wegens driftaanvallen…..

…………… Edith en je dochter Dunja zeiden allebei dat je nog steeds bovenmatig nerveus kunt zijn voor een rol.
‘Altijd! Elke nieuwe rol is weer een bezoeking: slapeloze nachten, angstzweet, strak staan van de stress. Alsof ik in een diepe afgrond verdwijn. Ik heb heel lang gedacht: door mijn jeugd heb ik nu een probleem met spelen. Dat werd een soort selffulfilling prophecy: zie je wel! Ik ben heel goed in mezelf de put in praten.

‘En als ik er dan moest staan – bam! Dan was dat weg, en stond ik er. Ik denk dat ik ook een beetje ben gaan geloven dat ik die afgrond nodig heb om daarna te kunnen vliegen. Maar dat is een gevaarlijke gedachte.’………….

Lees het interview met Hein van der Heijden in Volkskrant Magazine https://www.volkskrant.nl/mensen/acteur-hein-van-der-heijden-verloor-drie-naasten-aan-corona-het-verdriet-moet-nog-komen~b59c6084/

Verlaat Verdriet-ers en levenslessen

In mijn blog van gisteren OPLEIDING schreef ik over de invloed van het vroege verlies van je ouder(s) op je schoolcarrière. Over de formele vormen van scholing en opleiding dus.
Vandaag schrijf ik over die andere school. Die niet formele school. Vandaag schrijf ik over levenslessen voor Verlaat Verdriet-ers.

In je jeugd verloor je je ouder(s) door de dood. Vanaf dat moment wist je voor de rest van je leven dat de dood bestaat. Een realiteit is. Dat mensen een speciale eigenschap hebben. Ze gaan dood. Vroeg of laat. Nooit van je leven kun je meer doen alsof de dood niet bestaat. Alsof de dood niet jou zou kunnen raken. ‘Ik heb altijd de dood in mijn hoofd’, schreef ooit een Verlaat Verdriet-er tijdens een Verlaat Verdriet- workshop.

Je hebt het van dichtbij meegemaakt. De dood van je ouder. Het verlies van je ouder. Het onomkeerbare verlies. De ruptuur. En de gevolgen van die ruptuur voor de rest van je leven.

Lessen van het leven

Lessen van het leven hebben Verlaat Verdriet-ers geleerd. In sommige opzichten zeer hardhandig. Ik noem een paar van deze lessen.
Je hebt geleerd:

  • dat de dood een realiteit is in het leven;
  • je aan te passen;
  • te zorgen;
  • je staande te houden onder moeilijke omstandigheden;
  • verantwoordelijkheid op je te nemen;
  • flexibel te zijn;
  • door te zetten;
  • kwesties van verschillende standpunten te bekijken;
  • de noden van je omgeving te zien;
  • te handelen in geval van nood;
  • te relativeren;
  • het heel lang uit te houden met schaarse middelen;
  • je gemakkelijk te verplaatsen in andere mensen.

Eigenschappen en overlevingspatronen

Tal van eigenschappen die verborgen zitten in overlevingspatronen. Eigenschappen die jouw leven – en het leven van je naasten – verrijken als jij deze eigenschappen onbekommerd in kunt zetten. Als kwaliteiten.
Aan jou om deze eigenschappen op te duiken. In jouw overlevingspatronen.

Waterlelie

Je kent vast de symboliek van de waterlelie.
Geworteld in de modder.
Naar het wateroppervlak gegroeid.
In stille schoonheid drijvend.

Verlaat Verdriet-er: laat ook jij tal van waterlelies bloeien.