Goed rouwen

Rouwen is verdriet verwerken om een verlies dat je geleden hebt.
Goed rouwen betekent niet het verlies en het verdriet een plaats geven in je leven, het verlies achter je laten en (zo snel mogelijk) doorgaan met je leven.
Goed rouwen is weten waar je blauwe plekken zitten. Je kwetsbare plekken. Waar de losse eindjes zitten. En hoe je op een goede manier voor je kwetsbare plekken en de losse eindjes zorgt.
Goed rouwen is je opnieuw verbinden met het leven.
Goed rouwen is je opnieuw verbinden met leven.
Goed rouwen vraagt zelfkennis.
Goed rouwen betekent: jezelf leren kennen.

Goed rouwen bij Verlaat Verdriet is je kwetsbare plekken leren zien, je kwetsbare plekken onderkennen, ze erkennen en accepteren en er goed voor leren zorgen.

Een goede therapeut/rouwbegeleider voor een Verlaat Verdriet-er kent, onderkent, erkent en respecteert de kwetsbare plekken van Verlaat Verdriet-ers (en roept bijvoorbeeld niet: je idealiseert je moeder/je vader, maar is volledig doordrongen van de consequenties van het verlies van een ouder voor een kind en van wat een kind mist als het de eigen ouder/opvoeder is verloren door de dood).
Een goede rouwbegeleider kent de specifieke dynamiek van een verlaat rouw-en veranderproces bij Verlaat Verdriet. 

Gat in de weg

Je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden lijkt niet alleen een eigentijdse aanname te zijn met betrekking tot verlies & rouw, maar ook een eigentijdse rouw-opdracht. Regelmatig vraag ik me af of degene(n) die een dergelijke ‘rouw-oplossing’ verzint/verzinnen (wie dat zijn: ik heb geen idee) zich ooit één seconde bezighoudt/bezighouden met de reikwijdte – namelijk met de gevolgen op langere termijn- van dit soort opvattingen. Veerkracht. Je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden.

Maar wat betekent: je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden voor kinderen die een ouder verliezen? Heb je je met succes aangepast als de mensen in je omgeving – zoals bijvoorbeeld je overgebleven ouder en/of andere opvoeders – geen last van je hebben? Of heb je je met succes aangepast als niemand meer iets aan je merkt? Terwijl je altijd op je tenen loopt om iedereen tevreden te houden?

Steeds duidelijker zie ik bij Verlaat Verdriet-ers de consequenties van je met succes aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Want dat is wat de vele Verlaat Verdriet-ers die ik heb ontmoet, en met wie ik heb mogen werken, in hun jeugd hebben gedaan. Zich aanpassen. Geen last veroorzaken. Op de overgebleven ouder letten: gaat het wel goed met haar/hem? Zorg op je nemen die je eigenlijk niet kunt dragen. Zorg geven, in plaats van zorg ontvangen. Al je veerkracht in moeten zetten om jezelf in stand te kunnen houden.
Ik zie volwassen Verlaat Verdriet-ers daar steeds weer in vast lopen. Je altijd weer aanpassen aan omstandigheden die niet goed voor je zijn. Niet om kunnen gaan met grenzen. Jezelf weggeven, zoals je dat al gewend bent te doen sinds de dood van je ouder(s). Met als gevolg dat je geen idee meer hebt van wie je zelf eigenlijk bent.

Afgelopen vrijdag hebben we (opnieuw) een prachtige laatste dag meegemaakt van de jaartraining De kunst van het verbinden bij Verlaat Verdriet. Ingrid, één van de deelneemsters van deze cyclus, bracht een mooie tekst voor ons mee. Een tekst die ik hier graag met je wil delen. Een tekst dat mij uitnodigde om de laatste strofe (4: ik loop er omheen5: ik loop door een andere straat) – ontwijken: daar zijn Verlaat Verdriet-ers al heel erg goed in – een eigen invulling te geven.
Graag nodig ik ook jou uit om te reageren op deze Blog en jouw invulling van de laatste strofe te delen met andere lezers. Een invulling die bij jou en bij jouw ervaringen past.

Gat in de weg

1)     Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik val erin.
Ik ben verloren……ik ben radeloos.
Het is mijn verantwoordelijkheid niet.
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

2)     Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik doe of ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
Maar het is niet mijn verantwoordelijkheid.
Het duurt nog lang voor ik er uit ben.

3)     Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik zie dat het er is .
Ik val er weer in …. Het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Het is mijn verantwoordelijkheid.
Ik kom er direct  uit.

4)     Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik loop er omheen.

5)   Ik loop door een andere straat.

 

Mijn vader eren

In het dagboekje dat ik noemde in mijn eerdere blog van vandaag Lief klein meisje kwam ik een tekst tegen die ik in 1998 (kennelijk) over had genomen uit één van de vele teksten die mijn vader mij heeft nagelaten.

Veel is er, na de dood van mijn moeder in 1957, mis gegaan. In ons gezin. In het latere gezin, nadat mijn vader was hertrouwd. Tussen hem en mij. Boos ben ik geweest over de gang van zaken. Verraden heb ik mij gevoeld. In de steek gelaten. Mijn vader was allang dood toen er bij mij ruimte was ontstaan om met hem te delen over het verlies van mijn moeder. Van zijn vrouw. Van de moeder van mijn jongere broertje.
Ik heb andere wegen moeten zoeken – en gevonden – om de gevolgen van het verlies van mijn moeder te verwerken en te helen.

Een deel van deze tekst wil ik graag met je delen. Voor de duidelijkheid: mijn ouders, die in 1937 trouwden, hebben in verband met de oorlogsdreiging het krijgen van kinderen uitgesteld tot na de oorlog. Ik ben het eerste kind van de twee kinderen die ze hebben gekregen. Ik ben geboren in 1949, mijn moeder was toen 41 en mijn vader was 40 jaar. Mijn moeder was 49 jaar toen ze overleed, mijn vader is 75 geworden.

……..Toen we wisten, dat er toch een kind geboren zou worden, beseften we, dat we dus iets zouden ontvangen boven dat wat we reeds hadden. En zo voelden we heel sterk, dat we jullie dank verschuldigd waren. We gingen immers een grote schuld op ons nemen. Niet alleen zouden we jullie het leven schenken, maar in dit leven ook de dood, die daar onvermijdelijk op zal volgen. En niet alleen het feit van de dood, zoals dat feit ook is in het leven van een dier, maar het besef dat je leven een einde zal nemen, met alle leed en soms angst, die dat besef meebrengt. Ondanks de gedachte dat het zo toch goed is. Jullie hebt niet om je leven gevraagd. We hebben het je ongevraagd gegeven. Betekent dit leven in hoofdzaak geluk, of zal het veel ongeluk brengen? We weten het niet. We namen een hele reeks van risico’s die in hoofdzaak niet wij, maar jullie zelf te dragen hebben. Wij zullen dus niet eens bij benadering de grootte van de schuld kennen, die we tegenover jullie zullen hebben. We zullen die grootte zelfs niet kunnen bevroeden.

We dienen jullie dus dankbaar te zijn voor het feit dat jullie geboren zijn en ons geluk en onze levensvervulling zijn komen vergroten. Ik hoop, dat we onszelf daarvan steeds bewust zullen zijn en dat we in staat zullen zijn die schuld aan jullie zo klein mogelijk te doen zijn, door jullie in je jeugd zoveel mee te geven aan goede verzorging, aan liefde, aan wat niet al, dat de kans op een gelukkig leven voor jullie zo groot mogelijk zal zijn.
…… Maar wanneer we in staat zullen zijn, jullie een gelukkige jeugd te geven en dat wat je nodig zult hebben om daarna een gelukkig mens te kunnen worden, dan hebben we toch iets verwezenlijkt van wat we menen tegenover jullie, die ons leven zozeer zijn komen verrijken als we ons niet voor hadden kunnen stellen vóór jullie komst, schuldig te zijn.

Ik zou mijn vader graag hebben willen kunnen laten weten (ook al zou ik ongetwijfeld van hem op mijn donder hebben gekregen voor deze aaneengekoppelde reeks werkwoorden) dat ik nu – in 2013 –  kan zeggen: gemakkelijk is het niet geweest, maar ik ben een gelukkig mens geworden. Mede dank zij de bijzondere, liefdevolle basis die ik van mijn beide ouders mee heb gekregen.
Op mijn beurt ben ik mijn ouders niet alleen dankbaarheid verschuldigd – ik ben dankbaar voor dat wat ik van hen als geschenk voor het leven heb meegekregen (vooral ook Pap: voor wat niet al).

Titia, dochter van Ben en Jo Liese-Letteboer

Lief klein meisje……

In verband met een Verlaat Verdriet-workshop zocht ik een dagboekje op waarin ik in de winter van 1998 regelmatig schreef.
De volgende tekst van Emily Dickinson (1830-1886), die ik in dit dagboekje tegenkwam, wil ik graag met je delen:

Ik voelde een splijten in mijn hoofd
als was mijn brein gedeeld
Ik probeerde het te maken
voeg voor voeg
maar kreeg het niet geheeld

In hetzelfde boekje, dat ik vooral gebruikte om in contact te komen met het kind in mij – het meisje dat zes was toen haar moeder ziek werd en dat op haar achtste haar moeder verloor – schreef ik op 18 december 1998:

Kom lief meisje
voel je angst
voel je verdriet
voel hoe erg het is geweest
voel hoe erg het voor jou is geweest.

Kom
ik houd je vast.

Wij zijn één,
samen zijn we krachtig
samen zijn we sterk
samen zijn we in staat dat enorme gat dat altijd weer in mijn leven komt te dichten.

Kom meisje
samen zijn we sterk.

Kom meisje
samen maken we een nieuwe basis.

Kom meisje
manifesteer je
laat je zien.

En op 31 december 1998

Lief klein meisje
Ik wil graag van je houden
Ik wil je graag aaien
Ik wil je graag opnemen in mijn leven
Ik wil graag niet meer bang voor je zijn
Ik wil graag je niet meer bang maken
Ik wil graag je niet meer in een hoek drijven

Ik wil je niet slaan
Ik wil je niet vernederen
Ik wil je niet angstig maken

Kom bij me
Laat me je vasthouden
Laat me je verwarmen
Laat me je beschermen

Kom bij me zitten
Dan kunnen we aan elkaar wennen

Kom alsjeblieft

Wacht!
Ik kom naar jou toe. 

 

Is mijn smart niet voldoende?

Vanochtend kwam ik op het web een artikel tegen van Ide Wolzak, ter gelegenheid van het symposium Eigen-wijs rouwen, 6 oktober 2011 (Vereniging Ouders van een Overleden Kind): Een eigen-wijs verhaal; over rouwervaringen en ‘libelle-psychologie 

In dat artikel kwam ik een citaat tegen uit een boek van Elie Wiesel dat ik graag aan je door wil geven:

Toen Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, zijn zoon verloor, kwamen zijn leerlingen hem troosten.
Rabbi Eliëzer herinnerde hem eraan dat hetzelfde ongeluk Adam had getroffen en die had zijn smart weten te overwinnen.
Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen smart niet voldoende? Waarom moet die van Adam erbij gehaald worden?

Rabbi Joshua herinnerde hem aan de beproevingen die Job had moeten doorstaan, en die had zich laten troosten.
Maar Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen leed al niet voldoende? Waarom moet zo nodig dat van Job er nog bij gehaald worden?

Rabbi Josse herinnert hem aan de tragedie van de hogepriester Aäron die zijn beide zonen zag sterven.
En Rabbi Johannan, zoon van Zakkai, antwoordde: Is mijn eigen hartzeer al niet voldoende? Waarom moet dat van Aäron er nog bij gehaald worden?

Elie Wiesel
Bijbels eerbetoon. Portretten en legendes.
Gooi en Sticht
Hilversum 1976
Blz 170

Meisje wordt wees

In De Volkskrant van dinsdag 12 februari 2013 staat een groot artikel – Meisje wordt wees – over jonge weeskinderen in Nederland. Dit naar aanleiding van het boek van Jojanneke van den Bosch: Zo, nu ben je wees. Citaat uit het artikel van 13 februari: ………Ze zijn nagenoeg onzichtbaar. ‘het probleem met weeskinderen in Nederland is dat ze niet opvallen. Deels omdat ze dat niet willen, maar ook omdat ze geen label hebben. De problematiek wordt niet herkend en erkend. Er worden geen inzamelingsacties voor ze gehouden, zoals voor Roemeense of Afrikaanse weeskinderen. Ze komen niet in de media. Er zijn geen weeshuizen meer, sinds de sluitingen in de jaren vijftig en zestig. Ze zijn versplinterd. Ze zitten in pleeggezinnen of wonen bij familie of in internaten. Ze wonen op zichzelf’……..

Jojanneke van den Bosch verloor als kind van 14 eerst haar vader als gevolg van hartfalen en in hetzelfde levensjaar haar moeder door longkanker. Ze schrijft dus vanuit haar eigen ervaringen en doet dit met de bedoeling jonge wezen en halfwezen de hand te reiken ‘Ik vertel in welke situaties een weeskind verzeild kan raken. En ik geef er handreikingen bij, vanuit mijn perspectief als volwassene. Maar er staan ook adviezen in die ik van anderen heb gekregen, zodat omstanders de dingen kunnen ontdekken waarmee weeskinderen te maken krijgen’

Over de boekpresentatie schrijft Jojanneke: ‘de mooiste dag van haar leven. Het was leuker dan mijn afstuderen en al mijn verjaardagen bij elkaar. Het is nu niet meer alleen mijn verhaal. Het heeft zin gekregen wat ik heb meegemaakt. De verhalen hebben een functie gekregen. Ze kunnen mensen hulp bieden. Dat maakt het overlijden van mijn ouders minder zinloos.’

Lees ook de Blog

Eindelijk tijd voor ruimte?

Albert Camus: De eerste man 3

De eerste man werd als onbewerkt – autobiografisch – manuscript na zijn dood in de tas van Albert Camus gevonden. In het boek De eerste man dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven gaat de hoofdpersoon Jacques, die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor, als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

Albert Camus
De eerste man
De Bezige Bij
2004
ISBN 90-234-1481-0

 

Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

Citaten

Bladzijde 187

……. Zoals hij door de nacht van de jaren voortstapte over het land van de vergetelheid, waar ieder de eerste man was, waar hij zichzelf had moeten grootbrengen, alleen, zonder vader, zonder ooit die momenten mee te maken waarop een vader zijn zoon bij zich roept, na jaren gewacht te hebben totdat hij de leeftijd heeft om te luisteren, en hem vertelt over het geheim van de familie, of over een oude wonde, of over zijn leven, die momenten waarop zelfs de belachelijke, onuitstaanbare Polonius plotseling groots wordt als hij het woord richt tot Laërtes, en hij was zestien en daarna twintig geworden zonder dat iemand met hem gesproken had, en hij was doordrongen geweest alleen te leren, alleen te groeien, in kracht, in macht, alleen zijn moraal en zijn waarheid te vinden, eindelijk geboren te worden als mens, om daarna een nog zwaardere geboorte te ondergaan, het geboren worden voor de anderen, voor de vrouwen…………………

Bladzijde 217

…….Eerst gaf hij haar [zijn grootmoeder] een zoen, daarna zijn oom en ten slotte zijn moeder, die hem een tedere, verstrooide kus gaf en dan haar onbeweeglijke houding weer innam, in het halfduister, met haar blik vaag op de straat gericht en op de stroom leven die onvermoeibaar voortkabbelde onder de oever waarop zij onvermoeibaar zat te kijken, terwijl haar zoon haar met een brok in zijn keel onvermoeibaar in het donker gadesloeg, en bevangen door een duistere angst voor een ongeluk dat hij niet kon bevatten naar haar magere, gebogen rug keek.

Bladzijde 287

Als hij 40 is erkent hij dat hij behoefte heeft aan iemand die hem de weg wijst en hem prijst en de les leest: een vader. De autoriteit en niet de macht.

Lees ook:

 

 

 

Albert Camus: De eerste man 2

De eerste man werd als onbewerkt manuscript na de dood Camus gevonden. In het boek, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques – die in zijn eerste levensjaar zijn vader verloor – als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

Albert Camus
De eerste man
De Bezige Bij
2004
ISBN 90-234-1481-0

 

Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

Bladzijde 130

…….Van hen zou hij nooit te weten komen wie zijn vader was en als ze, louter door hun aanwezigheid, in hem toch nieuwe bronnen aanboorden met feiten uit een armoedige, gelukkige jeugd, wist hij niet zeker of die zo rijke, zo spontaan in hem opborrelende herinneringen wel precies beantwoordden aan wat hij als kind had beleefd………

Bladzijde 177/178

……… ‘Geen prater, nee, geen prater’. Maar hij werd duf van het geluid, het dompelde hem in een vervelend soort verdoving waardoor hij hem niet kon zien, zich geen beeld kon vormen van die vader die achter dat immense, vijandige land verdween en opging in de anonieme geschiedenis van dat dorp en die vlakte. Details uit hun gesprek bij de dokter kwamen weer bij hem boven, even traag als de aken die volgens de dokter de Parijse kolonisten naar Solferino hadden gebracht. Even traag, er was geen trein in die tijd, nee, nee, of toch wel, maar die ging niet verder dan Lyon. Dus zes aken, getrokken door jaagpaarden met uiteraard de Marseillaise en Chant du départ door de stedelijke harmonie, en zegening door een geestelijke op de Seineoevers, met een vlag waarop de naam was geborduurd van het dorp dat nog niet bestond maar dat de passagiers uit het niets tevoorschijn gingen toveren. De aak raakte al op drift, Parijs gleed weg, werd vloeibaar, ging verdwijnen, de zegen des Heren ruste op het werk uwer handen, zelfs de meest doorgewinterden, de vechtersbazen van de barricaden, zwegen, beklemd, met hun angstige vrouwen tegen hun kracht gedrukt, en ze moesten slapen op stromatrassen in het ruim met het zijdeachtige geluid en het vuile water op hoofdhoogte, maar eerst kleedden de vrouwen zich uit achter beddenlakens die ze voor elkaar ophielden. Waar was zijn vader bij dit alles? Nergens, en toch vertelden die aken, honderd jaar geleden voortgetrokken over de kanalen van de late herfst, een maand lang afdrijvend over de hoofd- en bijrivieren waarop de laatste dode bladeren dreven, met als escorte kale hazelaars en wilgen onder de grijze lucht, in de steden verwelkomd door officiële fanfares en weer afgeduwd met hun lading nieuwe nomaden naar een onbekend land, die aken leerden hem meer over de dode van Saint Brieuc [zijn vader] dan de oudbakken, chaotische herinneringen die hij was wezen zoeken…………………

Lees ook:

Albert Camus: De eerste man 1

In de afgelopen week las ik De eerste man van Albert Camus. Albert Camus – journalist,  grondlegger van het Absurdisme, auteur onder meer van De Pest en De Vreemdeling en winnaar van de Nobel-prijs in 1957 werd 1913 in Algerije geboren en overleed in 1960 ten gevolgen van een auto-ongeval. Camus verloor in zijn eerste levensjaar zijn vader, die in 1913 tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelde aan de Marne.
De eerste man
 werd als onbewerkt manuscript, na zijn dood, in de tas van Camus gevonden. In het boek De eerste man, dat in Nederland in 2004 opnieuw werd uitgegeven, gaat de hoofdpersoon Jacques als volwassen man op zoek naar wie zijn vader is geweest.
Regelmatig refereert de auteur aan de gevolgen die de vroege dood van de vader voor de hoofdpersoon heeft gehad.

Albert Camus
De eerste man
De Bezige Bij
2004
ISBN 90-234-1481-0

 

Een aantal voor Verlaat Verdriet kenmerkende en herkenbare citaten uit De eerste man geef ik je graag door:

Bladzijde 31

…………..Een gezin waar weinig werd gesproken, waar niet werd gelezen en geschreven, een ongelukkige, verstrooide moeder, wie had hem meer kunnen vertellen over deze jonge, beklagenswaardige vader? Niemand had hem gekend behalve zijn moeder, en zij was hem vergeten. Dat wist hij zeker. En hij was anoniem aan zijn einde gekomen op deze aarde waar hij een kort moment anoniem had rondgelopen. Als er iemand informatie moest zoeken, vragen moest stellen, dan was hij het, Maar wie net als hij niets bezit en de hele wereld wenst te bezitten, die komt met al zijn energie toch nog te kort om zijn leven te kunnen opbouwen en de wereld te veroveren of te begrijpen. In feite was het nog niet te laat, hij kon nog zoeken, erachter komen wie de man was die hem nu nader leek te staan dan enig ander mens in de wereld. Hij kon….

Bladzijde 39

Ik heb vanaf het begin, als kind nog, geprobeerd zelf uit te vinden wat goed was en wat kwaad – aangezien niemand in mijn omgeving me dat kon vertellen. En ook zie ik nu in dat alles me in de steek laat, dat ik behoefte heb aan iemand die me de weg wijst en me prijst en berispt, niet vanuit macht maar vanuit gezag, ik heb mijn vader nodig. Ik meende te weten, mezelf in de hand te hebben, ik weet het nog niet.

Bladzijde 44

……….. terugkeren naar de jeugd waarvan hij nooit was genezen……….

Bladzijde 119

…………Catherine Cormery’s glimlach verdween van haar gezicht en alle ellende en vermoeidheid van de wereld kwam ervoor in de plaats. Daarna ontmoette ze de starende blik van haar zoontje, probeerde nog een keer te glimlachen, maar haar lippen trilden, en huilend liep ze snel naar haar slaapkamer en liet zich op het bed vallen, de enige plek voor rust, voor eenzaamheid en voor al haar verdriet. Jacques liep sprakeloos naar haar toe. Ze had haar gezicht in het kussen begraven, de korte krullen die haar nek vrijlieten en haar magere rug schokten van het snikken. ‘Mamma, mamma’, zei Jacques, terwijl hij haar schuchter met een hand aanraakte. ‘Je bent heel mooi zo.’ Maar ze had het niet verstaan en gebaarde met haar hand dat hij haar met rust moest laten. Hij deinsde terug naar de drempel en begon, geleund tegen de deurpost, ook te huilen, van machteloosheid en liefde.

Lees ook:

 

Kind, zieke ouder & waarneming

In mijn Blog Mislukt (25 januari 2013) schreef ik over de gevolgen die een langdurige – en levensbedreigende – ziekte van een ouder kan hebben voor de ontwikkeling van een kind.

Nog een ander aspect dient hier genoemd te worden. Een aspect dat waarschijnlijk door veel Verlaat Verdriet-ers, die een ouder verloren na langdurige lichamelijk of geestelijke ziekte, herkend zal worden.
Opgroeien in een gezin, in een huis, als kind van een langdurig en levensbedreigend zieke ouder is voor een kind geen gemakkelijke situatie. Er is iets gaande in huis. Er is iets gaande bij je ouders. Er is angst. Er is verdriet. Er is wanhoop. Er is hoop. Er is valse hoop. Vrijwel alle ouders van kinderen, ouders die geconfronteerd werden met levensbedreigende ziekte, waren te jong om te sterven.
Deze ouders wilden niet dood.
Deze ouders wilden niet hun partner verliezen.
Deze ouders probeerden uit alle macht het noodlot – de dood – af te wenden. Grepen alles aan om maar niet dood te hoeven gaan. Probeerden in een wonder te blijven geloven.

Er was nog meer angst.
Nog meer verdriet.
Nog meer hoop.
Nog meer wanhoop.

Je voelde het als kind. Maar je wist het niet. Je had geen idee waar het op uit zou lopen. Wat je boven het hoofd hing. Maar wat je wel voelde was de dreiging. Vaak zonder goed te begrijpen wat die dreiging inhield. Of wat die dreiging uiteindelijk in zou gaan houden.

Als gevolg daarvan hebben Verlaat Verdriet-ers vaak moeite op hun eigen waarneming te vertrouwen. Wat ik zie: klopt dat met wat er werkelijk is? Wat ik voel: klopt dat met wat er werkelijk is? Wat ik denk: klopt dat met wat er werkelijk is?

Verlaat Verdriet-ers zijn in veel gevallen uiterst gevoelig voor omgevingsfactoren. Ze zijn bang voor ‘iets’ dat ze als bedreigend ervaren. Vaak zonder goed te kunnen benoemen waar het over gaat. Als er dan iets lijkt te gebeuren wat ze als ingrijpend ervaren, dan voelt die gebeurtenis vaak oneindig veel groter dan ze zelf zijn. Ze voelen zich machteloos.

‘Geef kinderen open en eerlijke informatie’ is één van de eerste adviezen die ouders wordt gegeven. Het is zo gemakkelijk gezegd. In theorie klopt dit advies ongetwijfeld. Maar doe het maar eens als je – ongewild – in de situatie terecht bent gekomen waarin je partner – of jijzelf – geconfronteerd wordt met een naderende en onafwendbare dood.

Remember me when I’m gone

Speciaal voor ouders, die weten dat ze zullen sterven en die hun kind(eren) een eigenhandig gemaakt herinneringsdocument willen doorgeven, hebben Juliette Reinders Folmer en Titia Liese het wereldwijde project www.rememembermewhenimgone.org ontwikkeld.