‘Nou: zo’n twaalf jaar. Eens per maand’, antwoord ik op de vraag van een deelnemer aan de workshop van de afgelopen dagen.
‘Honderdvierenveertig dus’ reageert hij meteen.
Of het er helemaal honderdvierenveertig zijn: ik betwijfel het enigszins. Er ging ook wel eens een maand voorbij zonder. Maar ook wel eens een maand met twee. Of drie.
Uiteindelijk zal het toch aardig in de richting gaan van honderdvierenveertig.
Een respectabel aantal, denk je dan toch. Tenminste: ik wel op het moment dat dat getal wordt uitgesproken.
Openen
Afgelopen dagen was het weer tijd voor een workshop. Drie deelnemers deze keer: Twee vrouwen en een man.
Voor de (misschien bijna) honderdvierenveertigste keer een bijzondere en prachtige ervaring.
De ruimte, de rust en de veiligheid die ontstaat als ervaringsgenoten hun ervaringen met elkaar kunnen delen.
De opluchting als, al werkend, steeds duidelijker wordt hoe groot en omvangrijk de gevolgen zijn van jong ouder verlies. Ook op de langere termijn.
De rust die de erkenning biedt. Ook – en eigenlijk zeker – als je als deelnemer aan de workshop al een lange ervaring hebt in de hulpverlening. Als er altijd gewerkt moet worden aan ‘van alles’, terwijl het vroege verlies van je ouder stelselmatig wordt genegeerd. Je je niet alleen niet gezien en gehoord voelt (wat op zich al pijnlijk genoeg is), maar er dus ook nooit ruimte is om te werken aan dat wat voor jou voelt als de oorzaak van de problemen waar je mee worstelt.
De liefde die kan stromen als geopend kan worden wat zo lang afgesloten heeft gezeten.
Toewijding en liefde
Elke workshop opnieuw heeft z’n eigen dynamiek.
Z’n eigen vorm.
Z’n eigen kenmerken.
Maar elke workshop opnieuw word ik diep geraakt door de toewijding en de liefde van de deelnemers.
Altijd weer opnieuw is het bijzonder daarvan getuige te mogen zijn.
Laatste berichten van Titia Liese (toon alles)
- Wat is dat toch met Verlaat Verdriet? - 13 maart 2026
- Primavera in Italia: voorjaar in Italië - 4 maart 2026
- Met Uitgeverij Funale alles wel! - 24 februari 2026
