Film: Lieve Celine

Geerte stuurde me een link naar de film Lieve Celine.
De film Lieve Celine is gebaseerd op de roman Lieve Celine van Hanna Bervoets.

Het boek

Lieve Céline is het verhaal van de zwakbegaafde Brooke die samen met haar moeder en zus in Amsterdam-Noord woont. Ze is altijd alleen met haar moeder en kan ook op school geen vrienden maken. Tot ze op de begrafenis van haar moeder  de muziek van Céline Dion hoort. Céline lijkt haar te begrijpen want zingt over wat Brooke bezighoudt. Brooke besluit Céline daarom brieven te sturen. Ook wil zij op bezoek gaan bij Céline in Las Vegas. Céline heeft nog niet op de twee brieven van Brooke gereageerd maar desondanks besluit Brooke de reis naar Las Vegas te ondernemen. Tijdens de vliegreis schrijft Brooke opnieuw brieven naar Céline waarin zij haar levensverhaal vertelt. Steeds meer kom je te weten over de belevenissen van Brooke. 

Lieve Celine,

Dit is niet mijn eerste brief. Ik heb je al drie keer eerder geschreven.
Maar nog geen antwoord van je gekregen. Daarom ga ik je deze brief zelf geven.
Want ik kom naar je toe!!
Ik zou al eerder naar je show komen. Ik had genoeg gespaard met mijn baan.
Er kwam alleen iets tussen.
Maar dat is opgelost nu…

http://lieveceline.nl/

De film

 

Bibliotherapie: twee boekentips

Vorige week had ik een heerlijke werkweek op Bonaire, met genoeg tijd om te lezen. Dat heb ik gedaan, en wel in een heel bijzondere combinatie van twee boeken. Zo bijzonder dat ik het niet na kan laten deze twee boekentips – en de combinatie van deze beide boeken – aan je door te geven.

Portret in sepia

Vlak voor vertrek vond ik in een klein particulier kringloopwinkeltje het boek Portret in sepia van Isabel Allende. De vertaling van Portret in sepia is uit 2001. Niet heel nieuw dus, maar ik kende het niet.
In Portret in sepia reconstrueert de inmiddels volwassen geworden hoofdpersoon, Aurora del Valle, haar biografie. Vlak na haar geboorte verliest Aurora, kind uit verschillende rassen en culturen, haar moeder. Tot haar vijfde groeit Aurora, in die tijd Lai-Ming genoemd, op bij haar veramerikaanste grootouders van Chinese en Chileense herkomst, de ouders van haar overleden moeder. Op haar vijfde wordt ze plotseling overgedragen aan haar grootmoeder van vaders zijde, Chileense van afkomst, maar reeds lang in Amerika wonend en werkend. Bij deze grootmoeder van vaders zijde groeit Aurora verder op, haar beide andere grootouders totaal, en onbespreekbaar voor haar grootmoeder, verdwenen uit haar leven.

Aurora / Mai-Ling’s verleden en heden dragen verschillende geheimen in zich. Als volwassen vrouw, beschadigd door het vroege verlies van haar moeder en de gevolgen die dit voor haar heeft gehad, gaat ze op zoek naar deze familiegeheimen, dringt langzaam in ze door tot ze uiteindelijk ook het grootste geheim – de oorsprong van de nachtelijke angsten die haar sinds haar vijfde kwellen – onthult.

Portret in sepia is niet alleen een roman waarin steeds opnieuw gevolgen van jong ouderverlies zichtbaar worden gemaakt, Portret in sepia is tevens een heel bijzonder voorbeeld van de helende kracht van (auto)biografisch werk, de reconstructie van een levensverhaal, met alle positieve en negatieve aspecten die daarvan deel uitmaken.
Een prachtig voorbeeld van veranderkracht.

De stem van je lichaam

Tegelijkertijd had ik het nieuwe boek bij me van Peter Levine: De stem van je lichaam. Trauma’s helen met je lichaam als gids.
In dit boek laat Levine op een zeer toegankelijke manier de effecten zien van trauma op het menselijk lichaam, het brein en de psyche. Hij toont aan dat trauma geen ziekte of afwijking is, maar een opgelopen verwonding als gevolg van angst, hulpeloosheid en verlies.
Een zeer herkenbaar boek voor Verlaat Verdriet-ers, en een prachtige erkenning van de gevolgen van verlies.
Een aanrader!

Boekentips

Isabel Allende
Portret in sepia
ISBN 90-284-192401

Peter A. Levine
De stem van je lichaam
ISBN 9 789069 639741

Ik denk, dus ……

Ik denk, dus ik besta.

Je komt hem sinds enige tijd op allerlei plaatsen tegen – de opmerking dat René Descartes (1596-1650) toch wel heel erg ongelijk had met zijn stelling Ik denk, dus ik besta. De ’top-down-visie’ die uit deze stelling spreekt doet geen recht aan het verschijnsel mens. Alsof de mens alleen uit hoofd bestaat, en niet ook uit gevoel. We zijn toch niet alleen onze hersens, we zijn veel meer dan dat alleen.

Nog afgezien van het feit dat Descartes het in mijn optiek verdient geplaatst te worden in de context van zijn eigen tijd en ruimte, moet ik ook altijd wel een beetje lachen om Ik denk, dus ik besta. Tenminste als ik Descartes plaats in het perspectief van de gevolgen van jong ouderverlies. Descartes verloor zijn moeder namelijk vlak na zijn geboorte. Zou hij anders gereageerd hebben dan talloos veel andere Verlaat Verdriet-ers, die als gevolg van het vroege verlies van hun ouder(s) een abrupte scheiding hebben aangebracht tussen verstand en gevoel?

Onlangs kwam ik het volgende citaat van Descartes tegen: Ik ben iets dat denkt. Dat wil zeggen: dat twijfelt, dat iets bevestigt, dat iets ontkent, dat van weinig dingen iets af weet, dat van veel onwetend is, dat liefheeft, haat, iets wil en iets niet wil, dat zich voorstellingen vormt en gevoelens heeft.  

Ook in dat citaat herken je, zo je wilt, moeiteloos de Verlaat Verdriet-er in Descartes.

 

Mijn Droomreis

Mijn Droomreis, 28 MEI- 4 JUNI 2014

Op 16 mei j.l. stuurde Steef mij haar ervaringsverhaal En dan krijgt je leven een heel andere wending. Op 10 juni stuurde Steef me het vervolg van haar ervaringsverhaal.

Steef,
35 jaar,
14 jaar toen ze haar vader verloor
als gevolg van ziekte.

28-05-2014

Gister (woensdag 28-5-2014) ging om 4 uur de wekker na een goede nacht. Binnen een uurtje zat ik in de auto. Mijn ‘droomreis’ gestart. Dat ik last heb van topografische dyslectie weet ik al langer, maar zo dicht bij huis is nieuw. Op de A12 stonden borden dat de A2 was afgesloten, precies de route die ik wilde nemen. Oké, ik overstag, dan via de A12 en de A3. De TomTom bleef volhouden dat ik fout reed. Uiteindelijk naar hem geluisterd en in de buurt bij Arnhem naar beneden via de A50 en A73. Ook toen speelde de topografische dyslectie weer op. Mijn oriëntatie was weg. Via de regenradar app vond ik weer een soort van oriëntatie. Ik ging de goede kant op, in ieder geval naar het zuiden. Om 7.15, na 198 kilometer bereikte ik de grens. Tot dusver had ik geluk met de file. Om 9 uur hield ik een korte tank en koffie pauze, zo dat heet bijkomen.

530 kilometer gereden

530 kilometer gereden, 11 uur en op de A5. De komende kilometers zijn slopend, iets anders kan ik er niet van maken. Met een gemiddelde van 20 vrachtwagen per 5 minuten. Inhalen was op de 3 en 4 baans weg een lange slang waar dat mondjes maat ging. Tot overmaat van ramp waren er veel wegwerkzaamheden en moesten we van 3 of 4 banen naar 2 en soms 1. Veel file dus en koffie moet er ook weer uit. Op het moment dat er weer gegast kon worden, ik me keurig aan de snelheid hield zag ik een ‘flits’, ik kan hooguit 1 km te hard hebben gereden. Op de A8 ging het file rijden verder. Ik was het al zo zat, opgeven was geen keuze. Om 13.00 uur heb ik er 640 kilometer opzitten – Stuttgart Flughafen.
De A7 gaat lekker, al was ik gespitst want de weg werd 30 minuten afgesloten voor het weghalen van een baustelle, gelukkig niets gezien. Ergens kwam nog een beetje energie vandaan, om 15.30 reed ik Lermoos in. Het voelde echt als thuiskomen. Om 16 uur uitgepakt en wel zat ik op de bank even bijkomen voor de laatste activiteit van vandaag; boodschappen.
De vermoeidheid zat er goed in. Thuis verheugde ik me op vanille yoghurt met rote grutze. Ik was er van overtuigd dat iemand die uit mijn kar had gejat. Het stond ook niet op mijn bon. Even later bleken ze in de koelkast te staan, de vermoeidheid begint zijn tol te eisen.

Papabeeld

De reis heeft me flink uitgewoond. Ondanks dat het goed ging en ik niet emotioneel was, ging ik me in Ehrwald steeds meer beseffen wat ik ga doen. De vermoeidheid en tranen hadden invloed op elkaar. Ik heb ‘mijnpapabeeld’, zijn foto en zonnebloem een mooi plekje op de vensterbank gegeven. Toch was ik meer bezig om mezelf warm te krijgen en houden. De verwarming stond uit en in de woonkamer was de maximum temperatuur 16 graden, badkamer 13 graden en slaapkamer 12 graden. Gelukkig had ik al mijn warmteharten mee, voor een ander doel, maar gaven mij nu voldoende warmte. Elektrisch koken, pan water er op en mijn oventje aan lieten de woonkamer temperatuur stijgen naar 19 graden. In mijn bed lag een metalen dienblad met net gekookte warmteharten en een deksel er op. Met fleecedeken en trui was ik in no-time vertrokken naar dromenland.

29-05-2014

Donderdag 29-5-2014 werd ik frisser en fruitiger wakker. Het was koud, ijskoud in de woonkamer, 14 graden, en net uit bed voelt het nog kouder. Ingewikkeld in een fleece deken, koffie gezet en na 3 mokken koffie kwam er wat leven in me. Bijna alles een plekje kunnen geven, het is hier weer enigszins leefbaar en mijn hoofd lijkt meer tot rust te komen. Om 10 uur een afspraak om te prikken bij Liesbeth, maar eerst naar Café Leitner voor de gastenkaart en om te melden dat ik in een vrieskist leef. Vele excuses en er werd gegarandeerd dat ik er vanavond warmer bij zit. Buiten is het bijna warmer als binnen en merk dat mijn winterjas overbodig is als ik naar Haus Alpenblume loop. Na de prik naar huis gelopen en voelde dat dit het moment was om te bellen voor de rescue medicatie. Terwijl deze inwerkte dronk ik 2 bakken thee en met het aankomst cadeautje, een heerlijke Linzer Auge. Stefan en Milika zag ik aan komen lopen en ja, de verwarming werd lauw, waar een mens al niet blij om kan zijn.

Lärcherwald

Vanmiddag een deel van mijn missie kunnen voltooien. Ik ben via het Lärchenwald, naar het bankje van mijn moeder gelopen. Ik heb het beeld hierop gezet en heb 2 stenen gezocht. Toen pas leek er een soort steentje te vallen dat dit bij mijn hele ritueel hoort. Doorgelopen naar mijn nieuwe bankje, althans nieuwe planken, en hier hetzelfde gedaan. Een heel ander soort steen dan in het bos. Dat merkte ik thuis met het graveren, de stenen bij mijn bankje stonken meer. Ik kon het nog net droog houden en toen ik de steentjes gegraveerd en wel op de vensterbank legde bij ‘mijnpapabeeld’, foto, as en zonnebloem bleven de tranen urenlang op het drempeltje liggen van gaat het komen of niet. Ik heb lange tijd in het hoekje gezeten kijkend naar alles, net een paar zonnestralen die mijn lijf probeerde te verwarmen, ik heb het nog steeds koud.

 

 

 

 

 

Kaunertal

Er was ineens enorme twijfel of ik morgen naar het Kaunertal ga. Ik heb vele weerberichten gezien en iedereen meldt iets anders. Dit is verwarrend. Uiteindelijk na het eten zo veel mogelijk klaar gelegd. Batterijen opgeladen en extra warme kleding klaargelegd.

30-05-2014

Vrijdag 30-5-2014 ging om 7 uur de wekker. Het eerste wat ik deed was het gordijn opzij, pff regen. Twijfel ging verder, ontbijten met twijfel, aankleden met twijfel, twijfel maakt me gek en dat is nu alles wat ik wil. Na 3 keer het weerbericht te hebben gezien, ik ga! Verena Schneider heeft het afgelopen 2 vakanties geen enkele keer goed voorspeld, dus ga ik nu van het tegenovergestelde uit, dat wat de overige weerberichten voorspellen. In de ochtend mogelijk enkele buien en tegen de middag opklaringen. Het panorama beeld in het Kaunertal, die ik al weken volg, laat geen extra sneeuw zien. Na de laatste slok koffie vertrek ik.

Om 10 uur bereik ik het bord ‘Gruss gott im Kaunertal’. Onderweg was het een spel van ruitenwissers aan of uit, een standje langzamer of steller, of de langzame stand met af en toe een keer wissen. Het was niet druk onderweg en kon overal doorrijden. Het was alleen opletten dat ik geen snelwegen nam in verband met de tol, gelukt.

Bij de toegangspoort, ‘ein mal‘, waarop ik direct de vraag terug kreeg ‘zum skifahren?’, ‘nein‘, kassa €23,00 voor een dagkaart. Op het ticket staat ‘wo der Steinbock zu Hause ist‘, ik dus. Te maf voor woorden dat ik moet betalen om naar mijn vader te kunnen.
Een rit van 29 haarspeldbochten staat me te wachten, alsof ik hier gister nog was. Ik voel me vreemd, kan het niet beschrijven. Aan het einde van het stuwmeer trek ik mijn thermokleding aan. Een uitdaging om in de auto te doen. Eerst shirt en na twijfel de broek. Buiten de auto hijs ik alles in juiste vorm. Ga weer zitten en bekijk het stuwmeer. Ik heb hem nooit zo leeg gezien. Binnen no-time schiet de gedachte door mijn hoofd dat mijn vader hier doorheen is gestroomd. De gedachte is snel weg, perplex hoe leeg ik me voel. Ik voel spanning in mijn lijf, mijn hoofd is leeg, vreemd. Terwijl ik gedachteloos naar het lege meer staar, de regen op het raam hoor tikken, eet ik met veel moeite een krentenbol. Ik heb geen trek, maar weet dat ik iets moet eten, op de helft geef ik op en spreek met mezelf af dat ik de andere helft boven op eet, voordat ik ‘mijnpapabeeld’ plaats.
Ik rij verder, het is rustig en ben pas 3 auto’s tegen gekomen. Ik zeg vaak tegen mezelf dat mijn papa trots op me zou zijn, dit neemt het vreemde gevoel in mijn buik niet weg. De temperatuur zakt iedere haarspeldbocht, de eenzaamheid stijgt iedere haarspeldbocht. Ik weet dat ik niet op moet geven, ik voel me sterk, dit wil ik en ik kan het. Langzaam voel ik werking van de thermokleding.

Als ik bij Kehre 7 rij zie ik de regen natte sneeuw worden. Als eerste voel ik of me sneeuwkettingen nog steeds onder me stoel liggen. Ik rij langs de lift die ik al weken volg, groen, klopt. Nu moet ik op gaan letten want Krummgampental ligt tussen Kehre 7 en 6.
Kwart over 11, punt bereikt, ik val stil. Geen idee of ik blij of verdrietig ben of wat dan ook. Motor uitgezet. Leeg, helemaal leeg. De buikpijn die ik al de hele ochtend heb was verdwenen. Zorgen kwamen er langzaam voor terug. Ik voel me vreemd. Drukkende hoofdpijn neemt steeds meer toe, ik weet het niet meer. Dit is wat ik wil, maar met sneeuwval heb ik geen rekening gehouden, alleen mijn sneeuwkettingen, maar die liggen 365 dagen per jaar in mijn auto.
Ik beslis eerst naar de Gletsjer te rijden en de nieuwe situatie te laten bezinken. Ik werp nog snel een blik, maar zie het beekje stromen en een paar sneeuwvrije stenen, opgelucht.

Gletsjer

Boven bij het gletsjer restaurant op 2705 meter, heb net koffie en Germknödel op. Er zitten hier honderden skiërs en toch voel ik me eenzaam. Buiten een grote mistwolk. Hooguit 50 meter zicht. Er valt droge sneeuw. Ik heb hoofdpijn, of het van de spanning of van de sneeuw is durf ik niet te zeggen. Ik moet eerst acclimatiseren. Mijn lijf heeft een stijging van honderden hoogtemeters doorgemaakt en dat merk ik al te goed. De voorspellingen zijn dat het vanmiddag beter wordt, droog en de zon kan doorbreken. Ga ik daar op wachten of niet. Ben zo in tweestrijd.

 

 

 

 

 

Krummgampental

Ik ben zo onrustig dat ik besluit om naar beneden te rijden. Op sommige plaatsen rij ik tussen sneeuwmuren. Het zicht is slecht, de weg is slecht. Aan de eigenschappen van een filmpje zie ik dat ik om 12.45 de parkeerplaats Krummgampental weer bereik. Ik verzamel al mijn spullen uit de kofferruimte en klim over een sneeuwhoop. Ik kies een nieuw spoor, modderig, maar redelijk te doen. De natte sneeuw wordt droger en hoor het tegen me jas tikken. Ik voel me sterk. Mijn oog valt op een groep stenen en zoek het beste pad om er te komen. Het is aan de andere kant van de beek. Via een paar stenen moet het te doen zijn, niet wetende dat aan de overkant mijn rechterschoen drijfnat is. Ik verloor mijn evenwicht, vast van de stress, kan er wel om lachen. Soppend loop ik verder, heb ik weer.

Uit mijn Tirol tas pak ik het beeld en zoek een plekje. Het liefste had ik een kleine steen uit de grond gehaald, zat los, maar had niet de kracht, na een tweede poging geef ik het op. De plek waar het beeld staat kan zo ook. Ik maak de steen droog waar ik hem tegenaan wil hebben. Ik merk dat ik aan het trillen ben. Ondertussen bleef het doorsneeuwen, steeds harder. Met een flinke dot lijm plak ik het beeld vast en de stenen die ik gisteren mee heb genomen bij beide bankjes plak ik er, met wederom een flinke dot lijm, onder. Beide zijn gegraveerd met onze namen en jaartal. Ik moet het beeld klem zetten met een steen erop. Rondom plak ik stenen die om het beeld liggen vast. In korte tijd een tube lijm leeg. Met de grootste precisie, als dat ooit nog los gaat. Ondertussen gaat het steeds harder sneeuwen, het lijkt wel ijsregen. Rondom het beeld leg ik voor de zekerheid nog wat extra stenen. Ik word verdrietig, maar dit lijkt direct te bevriezen. Ik neem de plek in mij op, nee nog meer stenen én lijm. Dit mag gewoon nooit verdwijnen.

Ik zoek nog een paar stenen uit die ik meeneem. Ondertussen zet ik een paraplu boven mijn tas, alles is al zeiknat.

De meegenomen foto van mijn vader zet ik naast het beeld tegen de steen, ik neem het in mij op. Het is zo gek, maar dit wilde ik.
Ik leg er 3 bloemen bij, 3 roosjes in verschillende kleuren. Bloemen uit elkaar, steeltjes raken elkaar. Ik strooi een deel van het ‘as’ over de bloemen en beeld. De andere helft verstrooi ik in de beek, beetje bij beetje. Tranen komen op, maar zijn snel weer weg. Ik lijk me niet te beseffen wat er gebeurd. Het gaat steeds harder sneeuwen. Ik voel me verdrietig maar sterk. Dit hoort bij mijn ‘droomreis’, dit is precies volgens mijn plan. Lange tijd staar ik naar het voorbij stromende water, het is hard maar de waarheid.

Koffie, dat wilde ik met hem drinken. Ik had hier helemaal geen trek in en van de geur werd ik misselijk. Symbolisch heb ik de beker leeggegooid naast het beeld. Het bewaarde Zoeterwoude water heb ik de grote steen mee overgoten.
Stilte, ik, papa en het geluid van de beek. Even wij en niets en niemand anders.

Ik pak alle spulletjes in. Maak een foto voor de exacte locatie en loop richting mijn auto, mijn vader hield ook van Ford. Ik leg alle natte spullen in de kofferruimte en plof in de auto, doodmoe. Laatste restjes energie die ik nog heb verzamelen en naar huis. Laat ik hem verdorie weer achter, maar ik heb nu tegen hem gezegd; ‘over een paar dagen ben ik er weer, echt dat beloof ik‘. Ik barst in huilen uit, er lijkt geen einde aan te komen.

31-05-2014

Zaterdag 31-05-2014 iedereen is weer bij elkaar.
Vanmorgen heel vroeg waker, begrijpelijk ik lag er gisterenavond vroeg in, ik kon niet meer. Rond 1 uur werd ik wakker dat de tablet nog aan stond, geen idee hoeveelste film er werd afgespeeld. Na een pot koffie leeg te hebben gedronken besloot ik naar Garmisch te gaan. Even iets heel anders dan al het emotionele. Geestelijk voel ik me doodmoe, lichamelijk fit genoeg de Zugspitze te beklimmen.

Even 9 uur rij ik Garmisch binnen. De zon breekt steeds meer door, genieten en onvoorstelbaar dat ik gister sneeuw heb gezien en gevoeld. De warmte van de zon doet me goed, ik geniet er echt van, tot ik het te warm krijg. Een paar winkeltjes in, heb het snel gezien. Ik voel dat er nog veel te veel onrust in mijn lijf is. Gelukkig helpt mijn boodschappenlijstje me enigszins. Sommige dingen blijven in Duitsland gewoon goedkoper als Nederland. En op mijn Vighy handcrème scheelt het gewoon 3 euro. De benzine blijft in Oostenrijk het goedkoopst. Er heerst hier volgens mij een benzine oorlog. Ik had 2 dagen geleden geloof ik wel de goedkoopste uitgekozen met 1.374 de liter.

Nadat ik bij de bakker ben geweest rij ik weer naar huis. Zo reed ik de heenweg met de verwarming aan en terug met de airco. Gezellig muziekje van Ilse de Lange, het kan weer. Gisteren na het plaatsen van het beeld kon ik geen muziek en geluiden verdragen, ik had behoefte aan veel stilte. Mijn gezicht voelde dood aan. Thuis stond de tv uren uit, alleen in bed had ik behoefte om een film te kijken. Denk dat de angst voor piekeren overheersender was.

Ehrwald

In Ehrwald rij ik naar de fotograaf. Vragen hoe het met Opa Hannes gaat, maar vooral om 5 foto’s af te laten drukken van gister en een portretfoto van papa die gisteren door de sneeuw helemaal was uitgelopen. Thuis alles uitgestald, het is echt zijn hoekje. Als ik er naar kijk zijn er vele gevoelens, alles loopt kris kras door elkaar heen, vooral de positieve lijken uitschieters.

Broodje gesmeerd en in de tuin gaan zitten. Heerlijk die zon, me energie level zakte, steeds meer, en ik wilde nog zo veel. Ik moest de 2 stenen uit het Kaunertal graveren én de buren waren niet thuis i.v.m. de herrie. Ik werd aan alle kanten afgeleid. Het is een vreselijke zooi in de woonkamer, de tafel ligt bezaaid met van alles en nog wat. Op de hoekbank is geen plek meer voor mijn billen. De verslagen rust in mijn hoofd uit zich door overal zooi. Na het checken van mijn mail besluit ik een sterke bak koffie te maken. Terwijl deze doorloopt doe ik een opruimpoging, koffie is een goede beloning. Ondertussen leg ik de graveerspullen gereed voordat ik het in de kast opruim.

Papa 2014

Nadat de koffie op is, gaat de stekker in het stopcontact. Als eerste graveer ik de goudbruine steen die ik bij mijn moeder haar bankje wil leggen. Ik zet er ‘Henk 2014’ op. Deze steensoort is heel anders dan de stenen van beide bankjes. Ik schrijf op de steen die ik bij mijn bankje wil leggen ‘papa 2014′ na de tweede, diepere, graveerronde zet ik het apparaat uit. Ik voelde de tranen opkomen, deze bleven maar stromen.

Om half 2 trek ik mijn schoenen aan voor een pittige, geplande, wandeling. Ik merk dat mijn hoofd op is en mijn lijf vol energie zit. Ik ben zo uit balans. Ik loop eerst naar het bankje van mijn moeder in het Lärchenwald. Als iedereen voorbij is zoek ik een goede plek om Henk en mijn steen op te plakken. Ineens besefte ik mij dat ik op mijn moeders bankje vrijwel altijd rechts zit. De keuze is snel gemaakt. Onder de plank waar een steunbeugel op zit plak ik de stenen beide met een flinke dot lijm vast. De derde tube al in 2 dagen. De goudkleurige steen valt goed op, als iemand normaal op het bankje zit zie je alleen een paar kleine hoekjes, je moet het weten.

Ik loop door over de Panoramaweg richting Biberwier. Deze wandeling heb ik niet meer gemaakt sinds mijn vader overleden is. Af en toe een stevige klim, maar weet waarvoor ik het doe. Er is veel veranderd sinds ik hier de laatste keer met mijn vader was en hem op de foto zette. Ik vervolg na een paar foto’s mijn route richting de Rochuskapelle. Een flinke daling, dat moet beslist spierpijn zijn morgen. Via ‘ons oude vakantiedorpje’ richting Lermoos over de Wagtersteig. Deze heb ik sinds 1993 niet meer gelopen, de laatste keer was met mijn papa. Maar ook nu is hij erbij, voor de laatste reis naar mijn bankje. Voor ik het weet ben ik in Lermoos en via het Moos loop ik naar mijn bankje. Veel fietsers onderweg en vanuit Lermoos zie ik een grote regenwolk aankomen, vanuit de Alm kant hetzelfde. Bij mijn bankje zocht ik naar een geschikte plek. Weer rechts bij de beugel, nu met de beugel ertussen. Ma aan de buitenkant en papa aan de binnenkant. 4 stenen geplakt en de tube is leeg. Tevreden loop ik naar huis.

 

 

 

 

Missie volbracht

Missie volbracht is het eerste waar ik aan denk. Alles wat ik nu nog doe is allemaal extra! Die gedachte voelt fijn. Ik heb gewoon alle wensen uit ‘mijn droomreis’ in vervulling kunnen laten gaan. De ruim 20 minuten van mijn bankje naar huis lopen, lopen de tranen en snottebellen sneller als mijn voeten. Voor het eerst voel ik me lichamelijk moe. Ik ben op tijd thuis voor de regenbui, ik kan zelfs nog in de zon zitten met een Amaretto-jus. Ik heb het verdiend, al heb ik hem net iets te sterk gemaakt.

Vanavond uit eten, heb ik verdiend. Ik twijfel of ik lopend naar Panorama ga, maar moet ook op mezelf passen, de auto dus. Vertrouwd negeer ik het bord [vrijhouden voor hulpdiensten] en als een, bijna echte, Tirolerin pleur ik mijn auto op de parkeerplaats boven tussen alle einheimische. Jammer, Moni is er niet.
De kaart hoef ik niet te zien, schnitzel met een Almdudler en salade van het buffet. Stamgast! Ondertussen leg ik mijn tablet op tafel om van me af te schrijven. Ondanks dat het lokaal redelijk vol zit voel ik mij wederom eenzaam. Wat is er aan de hand? Bord voor het eerst sinds dagen leeg, trots! Na een uur schrijven bestel ik nog een thee. Als ik straks thuis kom douchen en luieren op de bank. Trots op mezelf zijn, het mag nu echt!

01-06-2014

Zondag 1 juni 2014. Het was vandaag een extra dag. Ik had me gisteren voor het slapen voorgenomen dat als ik uit mezelf op tijd wakker zou zijn en het mooi weer zou zijn, ik nog een keer naar het Kaunertal wilde. Vanmorgen even over 7 werd ik uit mezelf wakker, blauwe hemel. Geen twijfel, gewoon gaan. Om even over 8 stapte ik in de auto. Rustig op de weg, ik zat vol energie.

Om kwart over 9 zag ik het bord ‘Gruss gott im Kaunertal‘ even later stond ik voor de mautstelle. Deze keer kreeg ik er stickers bij, waarom vorige keer niet? Ik rij op me dooie gemakje naar boven, ach snel kan het niet ook al is het rustig. Rijden naar de gletsjer is een spel tussen schakelen van zijn 2 naar 3 en weer terug. Bij het stuwmeer stop ik. Even twijfel ik of ik niet in een keer door zal rijden naar boven. Nee, ik stap uit en loop over de damwand. Het is zo overweldigend zo’n stuwmeer, ik voel me klein en gelukkig. Na diverse foto’s stap ik in de auto en vervolg mijn reis. Ik neem er de tijd voor en stop regelmatig om te genieten van het uitzicht. Mijn camera is mijn maatje vandaag. Als het weer vriendelijker is komt het landschap vriendelijker over. Zelfs voorbij trekkende wolken storen mij niet, ze maken het landschap nog specialer.

Als ik voorbij bord met nummer 22 rijd, tussen Kehre 7 en 6, staat de parkeerplaats vol. Ik rij verder, toch nieuwsgierig. Ja ik zie het beeld, wow. Een stukje verder kom snel tussen sneeuwwanden te rijden, imposant. Voor ik het weet ben ik bij de Gletsjer. Ik zoek een plekje voor mijn auto, ze hebben vandaag echt FC Knudde geparkeerd. Tussen 2 pistenbully’s, ik vind het een prima plek. Ik zie dat het pas kwart over 10 is. 3 uur geleden was ik net wakker en nu sta ik in de sneeuw.

Ik besluit om met de gondel naar het 3 landenpunt te gaan, ik stap in gondel 3. Boven besef ik me dat ik over de 3000 meter ben. De lucht is zeer ijl. De liftman schept de sneeuw in slow motion weg. Ik klim naar het hoogste punt, prachtig uitzicht, maar buiten adem. Er is niemand. Als er niet zoveel wind zou staan kan ik het hier nog uren uithouden. De zon brand op mijn gezicht, al 3 keer ingesmeerd. Ondanks de rust die hier heerst voel ik me niet eenzaam en alleen. Het eerste woord dat ik vandaag sprak was tegen de liftman toen ik met gondel 3 weer naar beneden ging. Wat is er aan de hand met het getal 3?

Relaxed

Beneden loop ik wat rond en ga op zoek naar het bankje waar mijn vader en moeder op zaten toen ik een foto van hen maakte, het was tijdens zijn laatste vakantie. Bankje niet gevonden, er is veel veranderd. Ik heb mijn grote boek mee maar kan de locatie niet achterhalen. Ik vermoed dat het bankje plaats heeft moeten maken voor de ‘nieuwe’ lift. Ik zoek een plekje uit, ga zitten, en geniet van de zon en het prachtige uitzicht. Onbeschrijfelijk. Ik geniet van de skiërs en snowboarders die bezig zijn met hun trainingen, hoog niveau. Ik ben relaxed.

 

 

 

 

Bever

Rond kwart over 11 besluit ik om, in slow-motion, naar mijn auto te lopen om naar beneden te gaan. Lunchen met papa, koffie heb ik mee. Na een paar bochten zie ik ineens een bever lopen, de eerste die ik ooit in levende lijve zie. Even later zie ik er meer lopen, ze lijken een hol te hebben. Ik heb een hekel aan mensen die ‘zomaar’ stil gaan staan aan de kant van de weg, deze keer was ik het zelf. Het was zo gaaf om te zien. Eén liep over de weg, een ander hield mij in de gaten, een echt fotomodel. Bijzondere beesten.

Bij punt 22 stop ik. Ik pak me spullen uit de auto en zie dat ik, als ik wil, met het openbaar vervoer naar mijn vader kan. Ik vraag me af of het bordje van de bus er 2 dagen geleden al stond. Het pad is modderig. Eenmaal op het officiële pad kan ik de modder van me schoenen stampen. 2 dagen geleden had ik een misstap met een vochtige schoen, nu dus goed opletten. Ik bestudeerde de beste route, andere als vorige keer.

bij mijn vader zijn

(13.15) Het geeft zo’n rust om hier bij mijn vader te zijn. Enige wat minder prettig is zijn mijn zeiknatte schoenen, sokken en binnenzolen. Deze keer niet van de natte sneeuw, maar door een misstap over de beek. 2 zeiknatte schoenen, een plas water erin, sokken en binnenzolen zijn om uit te wringen. Ik denk dat als papa dit had gezien hij dubbel had gelegen van het lachen.

13.15

 

 

 

 

 

mijnpapabeeld

Inmiddels zit ik hier al 1½ uur in totale ontspanning. Ik moet moeite doen om contact met mijn blote voeten te krijgen, dit is niet vanwege de kou. Er is een sluier aan bewolking en de zon probeert er al de hele dag doorheen te breken, lukt regelmatig, heerlijk. Op de achtergrond de stromende beek in het Krummgampental. Ik zit op een Droste boodschappentas met allemaal chocolaatjes. Winterjas over mijn schouders, broek ver opgerold, ik voel de natte rand rond mijn kuiten. Verbaasd dat het zo snel droogt. Links van mij de pizza broodjes en een thermosfles met koffie. Ik heb al 2 bekers op, smaakt goed op 2361 meter hoogte. Achter mij liggen mijn sokken en binnenzolen te drogen op een steen, om de steen ligt sneeuw. Rechts van mij mijn ‘waterschoenen’, Ik verheug me er al op ze straks weer aan te trekken. Daarnaast mijn Tirol rugzak met de vele speldjes, natuurlijk die van 35 jaar Ehrwald erop. In de tas, goed beschermd, mijn camera waar ik al vele foto’s van deze reis op staan. Links van mijn voeten uitzicht op ‘mijnpapabeeld’. Het is zo fijn er steeds weer een blik op te kunnen werpen. Bij de laatste blik realiseer ik mij dat er 3 grote stenen achter elkaar liggen. Papa, mama en ik. Als mijn moeder ooit dood gaat strooi ik haar hier uit en maak een beeld die ik op de volgende steen plak; Familie B.-Kaunertal. Ik begrijp dat mijn papa het hier zo mooi vond en vindt. De rust, het prachtige uitzicht, de warmte van de zon, de ongerepte natuur.

Familie B.-Kaunertal

 

 

 

 

Girl power

Zojuist het derde bakkie koffie ingeschonken, als deze op is ga ik de losliggende stenen die ik 2 dagen geleden niet vast heb gelijmd vereeuwigen. De andere stenen en het beeld liggen muurvast, echte girl power!

Om 16 uur besluit ik mijn spullen te pakken, tja dit is voor nu echt het laatste moment. Een mooi en vredig moment. Ooit kom ik hier terug. Papa is hier. Vereeuwigd. Een traan komt op, ik ben helemaal niet verdrietig, ik voel me ontspannen en voldaan. Ik ben trots op mezelf en dat is mijn papa ook, ik weet het zeker. Deze dag van mijn ‘droomreis’ is extra, zo voelt het ook.

Over het beekje springen gaat deze keer goed, al voelen de natte schoenen onaangenaam. Gelukkig heb ik me slippers mee. Het is warm in de auto. Terwijl ik naar beneden rijd geniet ik van de prachtige uitzichten. Dan ineens schrik ik me rot, een hert, of misschien wel een Steenbok schiet de weg over, alles verder prima. In een dik uurtje rij ik met vrolijke muziek aan naar huis. Ik zit nog vol energie, dat was 2 dagen geleden wel anders.

Thuis voel ik de vermoeidheid, en zet mezelf snel in de chill modus. Ik bekijk mijn prachtige foto’s en geniet na van deze bijzondere dag, hier word ik blij van. Een vreemd en onbeschrijfelijk gevoel dat diep zit.

02-06-2014

Op maandag 2 juni 2014 begint mijn vakantie. Al mijn wensen zijn in vervulling gegaan en niets hoeft meer, alles mag. Nou ja, ik moet vanmorgen naar zuster Liesbeth voor een hooikoortsprik. Vooraf ga ik naar de Spar, een klein bedankje kopen. Ik merk snel dat ik te warm ben aangekleed. Thuis verkleed ik mij en ga eerst op weg naar de Intersport, Gerd gedag zeggen, maar hij is er niet. Te vroeg voor Liesbeth loop ik een ommetje door het dorp, langs het kinderland, en zie Gerd, Lisa en andere oud collega’s staan. Ze zijn druk bezig en wil ze verder niet storen. Ik slenter verder, het is heet in de zon. Na een bakkie koffie en een prik bedank ik Liesbeth, ik vertel kort over mijn geslaagde missie en loop naar huis. Regen. Kletsnat kom ik thuis, weer verkleden.

Na de lunch houd het niet op met regenen. Ik besluit om even naar Füssen gaan. De hele dag binnen zitten is niet goed. Onderweg verbaas ik me dat er geen regen is gevallen. In Füssen trek ik me jas maar aan met een T-shirt eronder. Ik zie zwarte wolken en mijn jas kan beter tegen de regen als mijn vest. Het is er gezellig druk. Ik loop een rondje en ga vervolgens nog naar de supermarkt. Inmiddels komt het hier met bakken uit de hemel. Als ik richting Ehrwald rij is er van de regen die vanmiddag viel niets te merken. Ik geniet op het balkon van de zon, heerlijk vakantie!

03-06-2014

Dinsdag 3 juni 2014 schiet ik om 11 uur wakker. Voor mij, als soms extreem vroege vogel, bijzonder. Heb heerlijk geslapen na mijn lavendel bad, huidolie en traum schön thee. Het is voor mij een teken dat ik echt moe was en er aan toe kon geven. Ik geniet van de eerste slok koffie die ik op nuchtere maag mijn lijf binnen voel gaan.

Ik doe het vandaag rustig aan, ik heb tenslotte vakantie. Nadat ik de woning betaald heb rij ik naar Garmisch voor broodjes en wat andere reis proviand voor morgen. Het weer vandaag ik wisselvallig. Ik reed uit Ehrwald weg met 23 graden en zonnig. Richting Garmisch werd het donkerder en steeds koeler en voor ik het wist reed ik in een enorme hoosbui. De terugweg was het omgedraaid. Na de lunch begonnen met het één en ander al in te pakken. Ik heb hier altijd al een hekel aan gehad. Waarom past het op de heenreis wel in 2 tassen en op de terugweg niet.

Even over drie rijdt er een auto de oprit op en toetert. Dan hoor ik ‘Steffie‘. Ingrid komt op de koffie. Ze vraagt om een slappe bak koffie anders kan ze niet slapen. Ik doe me best. Ik vind het een te slappe bak, Ingrid schreeuwt het uit, veel te sterk. De komende drie uur word ik bijgepraat over alle Ehrwalder nieuwtjes, sommige zijn oud. Na 3 uur ben ik suf gekletst en alle stilte van de afgelopen dagen is ingehaald.

Afsluiting Droomreis

Als afsluiter van deze ‘droomreis’ ga ik uit eten bij. Panorama. Moni is er deze keer wel en verbaasd dat ik alleen ben. Dinsdag is duidelijk niet mijn dag, geen idee waar ik trek in heb. Uiteindelijk na drie keer de kaart te hebben gebladerd besluit ik om, zoals altijd, schnitzel te nemen. Ik heb niet heel veel trek, ik voel me moe en suf gekletst.

Thuis spring ik onder de douche en herhaal het relax programma van gister, wetende dat ik morgen echt niet zo lang kan slapen…

De enige vraag die ik nog heb is waarom er op het bord Krumgampental staat en verder overal Krummgampental, dat kan in Nederland.

Inspiratiebron

Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

En dan krijgt je leven een heel andere wending

Ervaringsverhaal van Steef,
35 jaar,
14 jaar toen ze haar vader verloor
als gevolg van ziekte.

Diagnose ‘verlate rouw’

k kan me nog goed het gesprek herinneren waarin ik de diagnose ‘verlate rouw’ kreeg. Achteraf gezien was dat het einde van het ontkennen, het begin van een nieuwe start.
Ondanks dat ik in oktober 2013 de definitieve diagnose ‘verlate rouw’ kreeg, was daarvoor al het één en ander gaan rollen. Al besefte ik mij toen nog niet dat het overlijden van mijn vader zo veel invloed op mijn leven kon hebben. Ik weet nog heel goed het moment dat ik met een vriendin zat te eten bij een strandtent in Zandvoort, we waren op Surfcamp. Even spraken we over het verlies van een ouder, maar ergens bleef er bij mij een muurtje.
Pff, zo van: ‘Ik heb er geen last van’.

Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

Na de diagnose leek mijn wereld op z’n kop te staan. Langzaam ging ik meer en meer accepteren dat ik het verlies van mijn vader niet had verwerkt. Ik ben veel gaan lezen en uiteindelijk kwam ik bij het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek, van Titia Liese, uit en de bijbehorende website.
Het was alsof ik ineens begrepen werd. Dingen die ik jarenlang niet heb kunnen plaatsen kregen een plek.
Vraagtekens kregen woorden.
Zo maf allemaal, maar het was de waarheid.

Vraag en antwoord

Gelukkig kon ik met al mijn vragen bij de GGZ terecht. Het frappantste was, dat ik regelmatig in mijn vraag het antwoord al zette. Ik kon mijn vinger er op leggen, maar ‘het’ niet vastpakken. Ondertussen maakte ik de opdrachten uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek.
Soms snapte ik niet direct de link tussen een opdracht en mezelf; met terugwerkende kracht werd dit me steeds duidelijker. Ik kwam er in de zoektocht naar mijn verleden achter dat ik niet alleen op zoek ben naar mijn vader, maar ook op zoek ben naar mezelf.

Waarom kan ik zo plotsklaps veranderen?
Waarom gaat iets weken goed en dan is het weer mis?
Waarom kan ik anderen zo slecht vertrouwen?
Waarom voel ik me zo anders als anderen?
En zo had ik nog vele vragen.

Boekwerk

De opdracht van het maken van een Levensloop uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek werd iets uitgebreider dan in eerste instantie de bedoeling was.
Ik zocht in fotoalbums, dia’s werden omgezet naar een foto.
Klassenfoto’s, diploma’s, certificaten en getuigschriften werden de basis van mijn levensloop.
Totdat het zo veel was geworden, en zo onoverzichtelijk, dat ik door de bomen het bos niet meer zag. Het duurde even, maar nadat ik blokken van 5 jaar maakte, verspreid door mijn hele kamer, kwam er weer wat overzicht bij het uitzoeken.
Door alles te digitaliseren werd het een mooi boekwerk dat ik nog steeds aanvul. Zo krijgt mijn leven voor mijn 15e levensjaar weer inhoud, maar ook daarna. Het was prettig mijn jeugd ‘terug te hebben’.

Meer reacties

Toch bleven er vele vragen over. In het spoor van het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek voelde ik de zoektocht naar mijn vader al komen, al was ik nog helemaal niet bij dat hoofdstuk. Rond de feestdagen kwam hier verandering in, toen ik een vriendin van mijn moeder, die ik al mijn hele leven ken, een kerstwens per e-mail stuurde en vertelde hoe het met mij ging. Het was net een sneeuwbal die vervolgens bleef rollen, steeds groter werd en af en toe ineens van richting veranderde.
Het was overweldigend hoe mensen reageerden op de vragen die ik per e-mail gesteld had aan familie, vrienden en collega’s van mijn vader. Sommige waren zo verbaasd, andere verbaasde het niets dat ik hier nu mee bezig ben. De antwoorden die ik kreeg waren zo warm en lief, ik had dat totaal niet verwacht. Het heeft een lange tijd geduurd voordat ik met al die antwoorden en verhalen iets kon. Tot eind februari het moment daar was en ik alle antwoorden bij elkaar heb gevoegd en er een mooi lopend verhaal van heb kunnen maken.
Niet alleen mijn jeugd had ik terug, maar ook mijn vader. Hij kreeg steeds meer inhoud en ik ging me beseffen wat voor een bijzondere man hij is.

Mijn vader

Een bijzonder moment, begin februari, was het bezoek aan Machine fabriek Kasteel, de werkgever van mijn vader. Op het moment dat ik binnen stapte was mijn eerste gedachte ‘het ruikt hier nog net zo als vroeger’. Boven aangekomen bleek er veel veranderd te zijn, maar ik herkende nog het één en ander.
Het bijna 1,5 uur durend gesprek dat ik met de heer Kasteel, nu directeur, had was zo fantastisch, ondanks dat ik er tegenop zag. Er werd over mijn vader verteld alsof hij weer levend werd gemaakt. Met zoveel liefde, warmte en humor werd verteld hoe mijn vader was. De anekdotes bleven maar komen en de één nog leuker dan de ander.
Veel stof om te verwerken, maar het voelde zo goed. Ondertussen sloot het naadloos aan bij de informatie die ik van zijn andere collega’s, familie en vrienden ontving. Iets wat niet snel te vergeten is, was de eerste reactie toen ze mij zagen: ‘Jeetje, jij lijkt op je vader zeg’. Er kwam steeds meer verbondenheid met mijn vader.
Zo veel mooie herinneringen, foto’s en anekdotes vond ik zonde om niets mee te doen. Een deel van mijn website heb ik aan hem geschonken. Prachtig hoe alles in elkaar paste, alsof iemand dit van tevoren voor mij had uitgestippeld.

Na de wintervakantie, waar ik geëerd ben voor 35 jaar Ehrwald, had ik een gesprek met de zus van mijn vader. Ik wist inmiddels het één en ander van hem, maar niets uit zijn jeugd. De zoektocht naar mijn vader zijn jeugd liep synchroon met het hoofdstuk waar ik intussen was beland uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek. Het was fijn om zijn jeugd nu te kunnen plaatsen. Ik was heel blij met de foto’s die mij werden toegestuurd. Vooral die mijn vader heeft gemaakt. Herkenbare kaders waaruit ze genomen zijn, zouden zo die van mij kunnen zijn. Naast jeugdfoto’s kwamen er tevens leuke zwart-wit foto’s tevoorschijn van mijn vader zijn ouders, zijn grootouders en overgrootouders. Via informatie van een neef kregen deze mensen ook inhoud.

Mijn wens

In april veranderde het een en ander. Ik startte met Creatieve Therapie en degene die mij begeleidde in het proces ging met pensioen. Gelukkig had ik mij hier al lang op voor kunnen bereiden en de overgang naar een nieuw persoon verliep niet al te moeilijk. Vooral Creatieve Therapie heeft veel in beweging gezet, al is mijn wens al veel eerder uitgesproken.
De eerste twee keer was lastig. Ik wist nauwelijks wat ik er van moest verwachten, maar het deed toch wel iets. Eind april sprak ik mijn wens nogmaals uit in een zeer emotioneel gesprek. Ze kon woorden geven aan ongrijpbare gedachten en verlangens, het smolt zo mooi samen.

Mijn vader bezoeken in het Kaunertal in Oostenrijk. Hij is er dan wel niet meer, maar zijn as hebben we daar wel verstrooid. Voor mij is hij daar. Mijn vader heeft ooit tegen mijn moeder gezegd dat hij het Kaunertal het mooiste plekje van de wereld vond. Mijn moeder gunde hem dit en zo werd het zijn laatste rustplaats.
Ik mis een plek waar ik naar toe kan gaan als ik hem mis. De één gaat naar een begraafplaats, de ander naar een urnenwand of heeft een pot op de kachel staan. Ik heb niets.

En dan ineens krijgt je leven een heel andere wending

In een week kan je je leven totaal op zijn kop gezet worden en krijgt je leven ineens een hele andere wending. Letterlijk van idee tot uitwerking.
Je krijgt een idee wat je wil maken voor hem, een beeld. Je gaat op zoek naar materiaal dat bestemd is voor weer en wind en ondertussen deed ik navraag of het echt zo was.
Dan realiseer je je dat je 2 dagen vrij bent en met logische gedachten kun je er een week van maken.
Je vraagt hals over kop aan je collega’s in het weekeinde of zij plannen hebben die dagen en voordat ik een definitief antwoord van hun had, kreeg ik een aanbod voor een appartement in Ehrwald dat ik eigenlijk helemaal niet wilde hebben, maar dat al vol zat. Voor een leuke prijs kon ik het appartement huren waar we altijd zitten. Twee wegen kruisen elkaar en op goed geluk stonden de antwoorden samen op de ‘groene stip’. Toen pas realiseerde ik mij dat mijn wens uit zou gaan  komen, steeds meer realiteit zou gaan worden.

Beeld

Naast het regelen van vrij op mijn werk en een slaapadres denderde de trein verder. Want wat zou het toch mooi zijn als op het beeldje dat ik wil maken van Sculpture Blok een metalen plaatje komt dat bij de werkgever van mijn vader vandaan zou komen.
Deze wens kwam binnen een week uit en de tranen rolden over mijn wangen toen ik las ‘het plaatje krijg je van ons’. Zo onwerkelijk en zo ontzettend lief.
Een week later bij creatieve therapie (06/55/2014): daar zat ik dan met een beige blok voor m’n neus en een mal van het beeld dat ik wil maken. Precies op maat, getekend met potlood en liniaal. Ook ik heb waarschijnlijk een pleurishekel aan inkt, net als mijn vader. Tijdens het maken van de mal heb ik vaak aan hem gedacht.

Ik legde ook eerst alles klaar, vanuit keurig gesorteerde bakjes, voordat ik daadwerkelijk begon. De verzamelde spullen die ik nodig dacht te hebben kwamen ook uit een bak, keurig gesorteerd, alles bij elkaar.
Ik heb de mal op het blok gezet en wilde het daar voor die dag nog even bij houden. De sneltrein van afgelopen week moet weer een stoptrein worden, die met liefde en vol aandacht kan werken aan deze prachtige droom.

Voor mijn moeder, voor mij en voor mijn vader

Mijn moeder heeft een bankje met een bordje in het Lärchenwald.
Ik heb een bankje met een bordje in het Moos.
Nu krijgt mijn vader een beeldje met een bordje op de Gletsjer.
En zo komen we alle drie weer samen, maar allen zo alleen.

Inspiratiebron

Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

Een heel gewoon mens: een praktijkvoorbeeld

Ook stiefmoeders zijn hele gewone mensen.

Dit is een verhaal dat begint met de ‘achterkant’ van een Verlaat Verdriet-verhaal. Maar: evengoed een voorbeeld uit de praktijk.

‘Ze keken me onderzoekend aan, en nog eens en nog eens. Uiteindelijk zei de moedigste van hen enigszins verbluft: Maar u ziet er heel gewoon uit.
Aan het woord is een hele gewone vrouw. Eind veertig. De tweede vrouw van haar partner, voorheen weduwnaar met hele jonge kinderen. Stiefmoeder geworden van een meisje en een jongetje. Het meisje voegde zich in de nieuwe situatie en paste zich aan. Het jongetje verdroeg de nieuwe vrouw van zijn vader niet. Totaal niet. Toen niet en later ook niet.

Bij toeval ontmoet de stiefmoeder een klein clubje studiegenoten van de zoon, inmiddels student-met-rugzakje. ‘Maar u ziet er heel gewoon uit’ zegt één van de studiegenoten en de anderen knikken instemmend.

De tweede vrouw van mijn vader

Zelf werd ik recent onzacht geconfronteerd met oude angst en pijn als gevolg van de slechte relatie die ik met mijn stiefmoeder heb gehad. ‘De tweede vrouw van mijn vader‘, zo benoem ik deze inmiddels jaren geleden overleden tweede vrouw van mijn vader. Blijkbaar zitten er nog steeds restanten van oude angst, pijn en verdriet, die opspelen als ik er (onverwacht) mee wordt geconfronteerd.

Een heel gewone vrouw (?)

Hoewel: heel gewone vrouw? Net als ik verloor de tweede vrouw van mijn vader op haar achtste haar moeder. Maar heel anders dan ik, had zij haar moeder nauwelijks gekend. Haar moeder werd vlak na haar geboorte opgenomen in een psychiatrische inrichting, maar stiefmoeder werd opgevoed door haar veertien jaar oudere zusje. Ik weet het ook meteen weer. Haar vond ik zielig omdat ze haar moeder zo jong was verloren. Van mezelf vond ik het helemaal niet zielig dat ik mijn moeder was verloren. Zo was dat nu eenmaal. Vorm van pech.
wat kunnen die angst, die pijn en dat verdriet opspelen als ze onverwacht worden aangeraakt.
En wat kan het moeilijk zijn op zo’n moment volwassen te zijn en volwassen te blijven.

Ook uit de praktijk

Stiefmoeders.
Heel gewone vrouwen.
Maar: sommige stiefmoeders zijn geen heel gewone vrouwen, ook al lijken ze dat aan de buitenkant wel te zijn.

Voorbeelden uit de praktijk

Voorbeelden uit de praktijk: verhalen van Verlaat Verdriet-ers

  • ‘Samen met mijn zusje ging ik naar een kindertehuis. Eindelijk voelde ik me veilig. Toen mijn moeder dood was, moesten we weer naar huis. Mijn vader kon niet eens voor zichzelf zorgen. Laat staan voor ons.’
  • ‘Ik ging naar het gezin van mijn oom en tante. Iedereen vond dat ik geluk had en dat vond ik zelf ook wel. Maar mijn tante was niet mijn moeder, mijn oom was niet mijn vader en hun gezin was niet mijn gezin. Ik hoorde er nooit helemaal bij.’
  • Ze was verliefd op mijn vader, en mijn vader op haar. Zelf wilde ze geen kinderen. Mij nam ze ‘op de koop toe’, zoals ze vaak zei. Ik bleef enigst kind.’
  • ‘Mijn moeder hertrouwde met een aardige man. Hij had twee kinderen, net als in ons gezin. Nu waren we met z’n zessen, in plaats van met z’n vieren. We deden allemaal ons best. Nu realiseer ik me, dat ik me zo heb aangepast dat ik totaal niet meer weet wie ik eigenlijk ben.’
  • ‘Het misbruik door die vriend van mijn vader kon zo lang doorgaan, omdat ik intens verlangde naar aandacht en nabijheid.’
  • ‘Mijn moeder was niet sterk. Ze leunde zwaar op mijn vader. Toen hij overleed, nam ik de plaats in van mijn vader en droeg de zorg voor haar. Ik was twaalf, zij achtendertig.’ 
  • ‘Mijn vader bleef alleen. Ik zorgde voor hem en voor mijn oudere broer. ‘We redden het best’ zei hij vaak. ‘Wij hebben niemand nodig.’
  • ‘Mijn moeder dronk steeds meer. Ik schaamde me diep en kreeg steeds meer een hekel aan haar. En daar schaamde ik me ook weer vreselijk voor. Vriendjes en vriendinnetjes, die altijd welkom waren toen mijn vader nog leefde, nam ik niet meer mee naar huis.’
  • ‘We hadden een samengesteld gezin. Ik lijk de enige te zijn die last heeft van Verlaat Verdriet. De anderen vinden mij maar raar, maar ik zie wel degelijk ook bij hen Verlaat Verdriet-patronen.’
  • ‘Jarenlang heeft mijn broer mij seksueel misbruikt. Mijn moeder was te ziek om er iets tegen te doen. Eigenlijk weet ik niet eens of ze het geweten heeft, maar ik denk dat ze er wel een vermoeden van heeft gehad. Wat ik nog het allerergste vindt: hij is ook een kind van haar.’
  • ‘We kwamen allemaal op ons eigen eilandje terecht.’
  • ‘Het huwelijk van mijn vader en zijn tweede vrouw liep al heel snel mis. Tot mijn achtste leefde ik in een harmonieus gezin, na mijn tiende brak de hel los. Toen ik zestien was, zijn ze gescheiden. Zij verdween uit mijn leven, mijn vader bleef alleen. Terwijl hij al die jaren alleen aandacht had voor zichzelf, moest ik nu voor hem gaan zorgen.’

Tips voor mensen in je omgeving

Titia op reis

Bron: Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek

Vaak krijg ik de reacties van mensen die het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek hebben gelezen: De tips voor mensen in je omgeving hebben niet alleen mij, maar ook de mensen in mijn omgeving zoveel inzicht in de gevolgen van jong ouderverlies gebracht.

Reden voor mij om dit Hoofdstuk 17 uit het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek hier op te nemen, zodat je dit hoofdstuk naar believen kunt kopiëren.

Vanzelfsprekend kun je het Verlaat Verdriet (Ver)Werkboek ook als boek bestellen.

Hoofdstuk 17

Tips voor mensen in je omgeving

Wat er allemaal kan spelen

Niet gezien en niet gehoord gevoeld
Veel mensen die als kind een ouder hebben verloren, hebben zich toen niet gezien en niet gehoord gevoeld. Mensen die zich toen niet gezien en gehoord hebben gevoeld, zijn waarschijnlijk niet op een voor hen goede manier getroost. Het ontbreken van de juiste troost kan verstrekkende gevolgen hebben voor hun latere leven. Deze mensen vertonen vaak sterk vermijdingsgedrag en ze kunnen moeilijk om hulp vragen.

Tip:
Je hoeft niet degene te zijn die alsnog troost geeft. Vraag of zij/hij een vorm van troost in haar/zijn leven kent, welke vorm die troost heeft en wat die troost voor haar/hem betekent. Stevig vastgehouden worden is een groot verlangen bij veel mensen die als kind een ingrijpend verlies hebben geleden. Meer hoef je vaak helemaal niet te doen. Je hoeft niets te zeggen. De kwaliteit van jouw aanwezigheid is veel belangrijker dan alles wat je zou kunnen zeggen, maar vraag voor de zekerheid wel even of je zo dicht bij mag komen.

Herinneringen
Mensen die jong een ouder hebben verloren hebben, naarmate ze jonger waren, vaak nauwelijks eigen herinneringen aan de overleden ouder. De herinneringen die ze nog hebben zijn dan de enige echte, eigen herinneringen en die willen ze voor geen goud kwijt, want dan wordt voor hun gevoel de verbinding met de ouder voorgoed verbroken.

Tip:
Probeer niet de herinnering van iemand ‘bij te stellen’. Ook niet als je om de één of andere reden weet dat de herinnering niet kán kloppen. Tenzij je een sterke vertrouwensband hebt met de ander en nooit zonder je te realiseren wat je mogelijk iemand ongevraagd, en waarschijnlijk onbedoeld, afneemt.

Trots, Koppig & Eigenwijs
Veel mensen hebben het gevoel dat ze na de dood van hun ouder helemaal voor zichzelf hebben moeten zorgen en dat ze zichzelf hebben opgevoed zoals ze veronderstelden dat hun overleden ouder dat gedaan zou hebben. Al vanaf hun vroegste jeugd hebben ze hun eigen boontjes moeten doppen. En ze hebben in veel gevallen verantwoordelijkheden gedragen die niet bij kinderen passen. Geen wonder dat veel van hen zich ontwikkeld hebben tot mensen die trots, koppig en eigenwijs zijn, tot mensen die gewend zijn helemaal, en meestal zonder overleg, hun eigen gang te gaan.

Tip:
In deze mensen hebben zich vaak ver uiteenlopende eigenschappen ontwikkeld. Enerzijds zijn ze trots, koppig, eigenwijs en vaak zelfs halsstarrig. Anderzijds kunnen ze zich als geen ander aanpassen, hebben ze een groot inlevingsvermogen ontwikkeld en zijn ze zeer flexibel. Ze kunnen je met deze eigenschappen danig op het verkeerde been zetten. Aan de buitenkant lijken ze zo sterk te zijn, maar van binnen zijn ze dat vaak totaal niet. Ze kunnen heel flexibel zijn en zich gemakkelijk lijken te schikken. Totdat je denkt dat ze zich vanzelfsprekend aan zullen passen aan wat jij van ze verwacht. Dan ineens kunnen ze radicaal en zonder opgaaf van reden weigeren. Je hoeft dat natuurlijk niet zomaar te accepteren, maar het kan je relatie ten goede komen als je weet dat onder deze eigenschappen waarschijnlijk veel verdriet en pijn verborgen zit.

Anders
Voor veel mensen betekent de dood van de ouder dat er voor altijd een ervóór en een erná bestaat. Deze mensen hebben zich een leven lang anders gevoeld dan andere mensen. De eenzaamheid, die ze zich herinneren als kind gevoeld te hebben, speelt in hun leven als volwassene nog een grote rol. Zich buitengesloten voelen ervaren ze vaak als haast vanzelfsprekend. Contacten maken, en contacten (onder)houden, is voor veel van deze mensen een moeilijke en soms haast onmogelijke opgave.

Tip:
De angst voor de confrontatie met de eenzaamheid van tóen is één van de belangrijkste redenen om een verlaat rouwproces niet aan te durven gaan. Veiligheid en werkelijke betrokkenheid van jou, als naaste, zijn belangrijke voorwaarden om de persoon in kwestie de gelegenheid en het vertrouwen te geven iets van zichzelf te laten zien.

Twee-stromenproces
Een verlaat rouwproces is een tweestromen-proces waarin om te beginnen alsnog het verdriet om het verlies van toen verwerkt dient te worden. Veel mensen hebben als kind geen afscheid kunnen nemen of hebben afscheid moeten nemen zonder ook maar het minste idee te hebben van de betekenis die het verlies voor hun verdere leven zou gaan hebben.
De tweede stroom is de rouw om het verstoorde leven, dat het gevolg is geweest van het vroege verlies van de ouder.

Tip:
Deze twee stromen zijn vaak in de persoon verstrikt geraakt en voor de mensen die het aangaat moeilijk uit elkaar te halen en te houden. Wees daarop bedacht. Het gaat niet alleen over het verdriet om het verlies van de ouder. Het gaat in de meeste gevallen om veel meer dan dat. Houd daar rekening mee, zonder te denken dat de problemen steeds maar aan het uitdijen zijn door er aandacht aan te besteden. Het gaat namelijk in veel gevallen om complexe problematiek, waarvan gedurende een verlaat rouwproces steeds weer andere facetten belicht worden.

De Factor Tijd
Bij mensen met verlaat verdriet gaat het altijd om mensen die een ingrijpend verlies in hun jeugd hebben geleden, een verlies dus, dat al lange tijd geleden heeft plaatsgevonden. De factor tijd speelt derhalve in een verlaat rouwproces op veel verschillende manieren een rol.

Tip:
Over de factor tijd in een verlaat rouwproces valt veel te zeggen, te veel om binnen de context van deze Tips uitgebreid aan de orde te kunnen laten komen. Het is in elk geval van groot belang je te realiseren dat de persoon in kwestie niet alleen te maken heeft met de opvattingen over verlies en rouw zoals ze in de huidige tijd gelden, maar ook, en misschien wel vooral, met de opvattingen in de tijd waarin het verlies heeft plaatsgevonden.

Het gezin van herkomst
Veel mensen zijn in een problematische relatie met hun overgebleven ouder terecht gekomen. Vaak viel de oorspronkelijke, natuurlijke (biologische) samenhang van het gezin uiteen. Mensen die jong een ouder hebben verloren, hebben vaak ook met broer(s) en/of zus(sen) geen of weinig contact. De dood van de ouder was, en is nog steeds, in veel gezinnen een niet, of nauwelijks, bespreekbaar onderwerp.

Tip:
De meeste mensen zullen het als prettig ervaren als ze merken dat jij weet dat deze situatie zich mogelijkerwijs voordoet. In veel gevallen lucht het mensen op hier over te kunnen praten met iemand die niet als gezins- of familielid deel uitmaakt van die verstoorde situatie.

Het samengestelde gezin
De overgebleven ouder vond een nieuwe partner en trouwde met die partner of ging met haar/hem samenwonen. Nogmaals veranderde het leven van het kind ingrijpend. Er kwam iemand anders op de plaats van de overleden ouder. Er ontstond een nieuw gezin, er kwamen stiefbroertjes en/of stiefzusjes, halfbroertjes en/of halfzusjes. En misschien moest er verhuisd worden naar een ander huis, dat als nieuw thuis geaccepteerd moest worden.

Tip:
Deze nieuwe situatie is één van de meest ingrijpende gevolgen van de vroege dood van een ouder. Het verhaal van de persoon in kwestie gaat in veel gevallen vooral over dit deel van haar/zijn leven. Zij/hij zal zich eerder uitgenodigd voelen om haar/zijn verhaal te vertellen, als blijkt dat je er van op de hoogte bent dat de problematiek niet alleen over het overlijden van de ouder gaat, maar ook, over het leven dat daarna kwam.

Leeftijd
Over de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind ten tijde van het verlies, en de consequenties daarvan, valt veel te zeggen. Vaak hebben mensen de neiging tegen mensen die zeer jong, of zelfs nog ongeboren, waren te zeggen: ‘Je hebt je moeder/je vader niet gekend. Je kunt haar/hem dus helemaal niet missen’. En ten aanzien van de mensen die rond de 20 jaar waren: ‘Nou, jij was tenminste al volwassen. Jij kon wel voor jezelf zorgen’.

Tip:
Voor elke leeftijds-/ontwikkelingsfase, tussen bovengenoemde uitersten, gelden specifieke kenmerken die, binnen de context van deze Tips, niet uitgebreid aan de orde kunnen komen. Let echter in het verhaal van de persoon in kwestie niet alleen op de leeftijd die hij/zij had toen de ouder overleed, maar ook op de wijze waarop zij/hij de ouder verloor.

Verlies moeder, verlies vader
Is er verschil tussen het verlies van een moeder en het verlies van een vader?’ is een vraag die vaak gesteld wordt in verband met verlaat verdriet en verlate rouw, niet alleen door mensen die zelf jong een ouder hebben verloren, maar ook door heel veel andere mensen.

Tip:
Over het verschil tussen jeugdig verlies van een moeder en van een vader valt een heleboel te schrijven, te veel voor de context van deze Tips. In de allereerste plaats gaat het bij het verlies van een ouder op jonge leeftijd om het verlies van basisveiligheid, geestelijke geborgenheid en continuïteit. Degene die tot taak had voor haar/zijn kinderen te zorgen kon deze taak niet meer vervullen. Angst, verdriet, gemis en boosheid worden door de volwassen geworden kinderen van toen over het algemeen op een overeenkomstige manier ervaren. Ongeacht of de moeder overleed of de vader. De verschillen zijn zeker niet onbelangrijk, maar oprecht aandacht schenken aan gevoelens van angst, boosheid, verdriet en gemis is aandacht schenken aan de diepste oorzaken van een verlaat verdriet en is in die zin een waardevol geschenk.

De Magische Leeftijd
Als een guillotine lijkt de leeftijd die de ouder had toen hij/zij overleed het leven van het kind van toen doorsneden te hebben. Bijna iedereen weet exact hoe oud de ouder bij overlijden was, en bijna iedereen weet exact welke leeftijd hij/zij zelf toen had.

Tip:
Vaak zijn mensen bang niet ouder te worden dan de ouder bij overlijden was. Deze angst kan een zo grote rol in hun leven spelen, dat ze het gevoel kunnen hebben pas te gaan leven als ze voorbij ‘die’ leeftijd zijn gekomen. Niet iedereen is zich hiervan bewust, terwijl dit gegeven onbewust van grote invloed is, of is geweest, op de manier waarop de persoon in kwestie in haar/zijn leven staat. Maar niet alleen de leeftijd die de ouder had kan een grote rol spelen, ook de leeftijd die de persoon in kwestie zelf had toen de ouder overleed, kan er toe doen, met name als het kind van toen intussen zelf moeder/vader is geworden.

Kinderen
Veel mensen die jong een ouder hebben verloren, durven het niet aan zelf moeder/vader te worden. Ze zijn bang hun kind aan te doen wat hen zelf overkwam, hun basale gebrek aan zelfvertrouwen weerhoudt hen ervan of ze hebben geen idee hoe je een kind zou moeten grootbrengen. Voor de mensen die wel kinderen gekregen hebben, is vaak een lastige taak weggelegd. Want kinderen opvoeden als je niet voldoende voorbeeld van je eigen ouder hebt gehad: hoe moet je dat doen?

Tip:
Als mensen die jong een ouder hebben verloren geen kinderen hebben, dan is de kans groot dat dit een direct gevolg is van het vroege verlies van hun eigen ouder. Onder de ‘bewuste’ keus geen kinderen te krijgen ligt dan de pijn van een keuze die ze zelf niet gemaakt hebben: het vroege verlies van de ouder. Mensen die wel kinderen kregen, onderhouden vaak een ingewikkelde relatie met hen, zeker als hun kind(eren) de leeftijd gekregen heeft/hebben die ze zelf hadden toen hun ouder overleed. Tot die tijd wisten ze wel hoe je het moest doen, maar daarna……

Gevoel & Verstand
Als gevolg van de dood van de ouder verloor het kind haar/zijn vanzelfsprekende plaats. Daardoor kreeg het kind het gevoel haar/zijn bestaansrecht te moeten verdienen, zonder precies te weten wat daarvoor gedaan moest worden. Deze kinderen gingen maar doen wat hen goed leek om te doen. Ze gingen presteren….. talenten ontwikkelen….. En werden steeds verstandiger….. en steeds meer verstandelijk….. en steeds meer afstandelijk.

Tip:
Deze mensen ontlenen vaak hun bestaansrecht aan wat ze presteren en aan wat ze met hun verstand kunnen beredeneren. Wees niet verbaasd als iemand je precies kan uitleggen, hoe het bij haar/hem in elkaar zit, zonder je daarbij een spoor van emotie te laten zien.

Afstand & nabijheid
Mensen die jong een ouder hebben verloren, zijn vaak niet helemaal ‘aanwezig’. Altijd houden ze andere mensen op veilige afstand. Altijd bouwen ze reserves in. Nooit kan iemand echt helemaal dichtbij komen. Je kunt je maar beter niet meer aan iemand hechten, want je kunt nooit weten: misschien gaat deze er ook wel weer vandoor.

Tip:
Respecteer deze behoefte aan afstand. Hij is door de jaren heen automatisch ingebouwd geraakt en heeft meestal niets met jou te maken, ook al lijkt het soms alsof dat wel zo is. Afstand, nabijheid en contact, relaties dus, horen bij de allergrootste thema’s in een verlaat rouwproces. Veranderingen aanbrengen in dit automatisme van afstand houden, kan alleen door de persoon zelf tot stand worden gebracht. Het vraagt veel moed en vertrouwen van hen om dat veranderingsproces aan te gaan.

Tekort
Er zit een ‘gat’ in het bestaan van deze mensen, dat vaak niet precies onder woorden valt te brengen. Veel van hen denken en handelen vanuit een overheersend gevoel van tekort. Eigenlijk altijd leven deze mensen met het gevoel dat ze minder hebben dan andere mensen, dat ze niet voldoende ‘in huis’ hebben voor wat ze zouden willen ondernemen.

Tip:
Realiseer je dat jij dit tekort niet veroorzaakt hebt en dat je dit tekort dus ook nooit goed zult kunnen maken. Hoe harder je het probeert, hoe dieper de bodemloze put zal (b)lijken te zijn. Laat de persoon in kwestie weten dat zij/hij voor jou de moeite waard is. Het zal je, naar alle waarschijnlijkheid, in grote dank afgenomen worden. Maar houd wel rekening met haar/zijn goedgetrainde voelhorens: zij/hij registreert het ogenblikkelijk als je niet helemaal meent wat je zegt!

De Grote Verdwijntruc
Mensen die jong een ingrijpend en onomkeerbaar verlies hebben meegemaakt, hebben vaak het vermogen ontwikkeld om op elk door hen ‘gewenst’ moment, en in veel gevallen onbewust van deze wens, te ‘verdwijnen’. Lijfelijk zijn ze nog aanwezig, ze reageren nog op andere mensen, ze lachen en ze praten. Het lijkt alsof ze nog ‘aanwezig’ zijn. Maar dat is níet zo. Ze hebben de verbinding verbroken.

Tip:
Deze ‘Grote Verdwijntruc’ is niet altijd aan de buitenkant te merken. Merk je het wel, dan is het van belang in alle rust en helemaal, zelf aanwezig te zijn en te blijven. Jouw totale aanwezigheid als mens is veel belangrijker en veel minder bedreigend, dan je met woorden tot iemand te richten. Deze verdwijntruc is één van de lastigste van de kenmerkende patronen bij verlaat verdriet, zowel voor de persoon zelf als voor jou. Realiseer je dat je als partner, kind, vriend(in) of collega dit probleem niet op hoeft te lossen. Dat kan alleen degene die het aangaat zelf doen.

Waakzaam
Veel mensen die als kind hebben meegemaakt dat veiligheid en geborgenheid uit hun leven verdwenen, en angst en verdriet daarvoor in de plaats kwamen, hebben zich aangewend voortdurend waakzaam te zijn.

Tip:
Als gevolg van deze langdurige waakzaamheid hebben veel van deze mensen enorme voelhorens ontwikkeld, waarmee ze voortdurend afgestemd zijn op hun omgeving. Veel van hen hebben zich daarmee kwaliteiten van hooggevoeligheid verworven, die echter hun oorsprong vinden in overlevingsmechanismen. Jezelf als ‘hooggevoelig’ kwalificeren kan veel aantrekkelijker zijn dan je omgeving te moeten vertellen, dat je last hebt van de gevolgen van de vroege dood van je ouder. Begrip en acceptatie van verlaat verdriet kan de persoon in kwestie helpen de werkelijke problematiek onder ogen te zien.

Stoer & Zelfstandig
‘Ik red me wel’. ‘Met mij is niks aan de hand’. Stoer en zelfstandig zien mensen die jong een ouder hebben verloren er aan de buitenkant uit. Zíj hebben geen hulp nodig. Zíj redden het zelf wel. Zíj kunnen het allemaal alleen wel af, terwijl ze dat van binnen meestal helemaal niet zo voelen.

Tip:
Veel van de mensen die jong een ouder hebben verloren, hebben zich deze stoere buitenkant aangemeten en zetten de buitenwereld daarmee op het verkeerde been. Zij lijken helemaal niemand nodig te hebben. Maar van binnen snakken deze mensen vaak naar contact, naar aandacht van de ander. Dit Ik-heb-niemand-nodig-spel wordt meestal overtuigend gespeeld, maar het is niet onmogelijk er doorheen te prikken. Laat je niet door die stoere buitenkant misleiden, al zal dat meestal niet vanzelf gaan.

Genieten
Voor veel mensen die jong een ouder hebben verloren, is de dagelijkse realiteit dat ze eigenlijk nooit meer onbekommerd kunnen genieten, alsof er voortdurend een hardnekkige grauwsluier over hun leven ligt. Een depressie lijkt altijd op de loer te liggen en met enige regelmaat ook heel dicht bij te komen.

Tip:
Klachten van depressieve aard zijn veel voorkomende verschijnselen geworden in eigentijds Nederland. Deze verschijnselen zullen met name veel voor komen bij mensen die het als kind aan geestelijke geborgenheid heeft ontbroken. Klachten van depressieve aard worden naar alle waarschijnlijkheid pas opgelost als de persoon om wie het gaat zelf met haar/zijn verlate rouwproces aan het werk gaat.

Over Grenzen
Het ergste gebeurde in hun leven: hun ouder ging dood toen ze nog kind waren, ook al hebben deze mensen dat als kind misschien niet op die manier ervaren. De dood leek in hun leven een vanzelfsprekendheid: zo was dat nou eenmaal gegaan… Maar de gevolgen waren groot. Hoe moet een mens nog weten waar de grenzen liggen als je leven begon met een gebeurtenis die alle grenzen van leven, van hun leven, te buiten ging?

Tip:
Mensen die jong een ingrijpend verlies hebben geleden, hebben vaak moeite met grenzen stellen. Veel van hen hebben na de dood van hun ouder volkomen onvoorbereid moeten leren om zich aan te passen aan omstandigheden die niet goed voor hen waren. Ze kennen als gevolg daarvan hun grenzen niet meer. Ze zijn gewend zich aan te passen aan de wensen van anderen. Maar soms ineens slaan weigering en woede toe, op een onverwacht moment, in proporties die niet in verhouding staan tot de aanleiding. Je hoeft dat natuurlijk niet te accepteren: maar een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Bodemloze Put
Geen grenzen kennen betekent in veel gevallen dat mensen die jong een ouder hebben verloren het geduld, het inlevingsvermogen en het incasseringsvermogen van mensen in hun directe omgeving vaak en grenzeloos op de proef stellen. Met name waar het gaat om aandacht eisen ze heel veel van hun omgeving en tonen ze zich regelmatig ware aandachts-junken, voor wie het nooit genoeg is.

Tip:
Veel van deze mensen hebben met hun ouder ook een ouder verloren die hen corrigeerde en strafte als dat nodig was, maar die evengoed met hen in contact bleef en van ze bleef houden. Te lang hebben kinderen die jong een ouder hebben verloren deze, in liefde corrigerende en grenzen stellende, kant van de opvoeding gemist. Je hoeft als partner natuurlijk niet alles van hen te accepteren, verre van dat, maar het kan in een relatie voor beiden bevrijdend werken als je als partner ook deze kant van de grenzenloosheid kunt zien.

Vertrouwen & zo
Voor mensen die jong een ouder hebben verloren, is het vaak een hele klus om met vertrouwen in het leven te staan. Velen van hen waren, op welke manier dan ook, getuige van het ziekteproces, waarin degene die bedoeld was om voor hen te zorgen zelf steeds meer zorg en aandacht nodig had. Andere kinderen verloren hun ouder door een plotselinge dood. Voor deze mensen kan het gevoel dat het zomaar afgelopen kan zijn, nog steeds ervaren worden als dagelijkse werkelijkheid. Het kan dan moeilijk geworden zijn om nog te kunnen geloven dat de dingen ook goed kunnen gaan.

Tip:
Het vertrouwen herwinnen dat de dingen ook goed kunnen gaan is een belangrijke sleutel in een verlaat rouwproces. Bedenk dat je waarschijnlijk niet iemand met een uitzonderlijk somber karakter voor je hebt als je dit gebrek aan vertrouwen bij iemand opmerkt, maar dat dit een deel is van de meest kenmerkende patronen bij verlaat verdriet.

Zelfvertrouwen
‘Doe ik het een beetje goed in jouw ogen?’ ‘Ben je een beetje trots op me?’ Veel mensen die jong een ouder hebben verloren, zouden er een lief ding voor over hebben als ze daar ooit nog van hun overleden ouder een antwoord op zouden kunnen krijgen. De vanzelfsprekende ondersteuning bij hun ontwikkeling, die door de aanwezigheid van de ouder gewaarborgd had moeten zijn, hebben ze gemist. Een regelrechte aanslag op hun zelfvertrouwen!

Tip:
Onder die stoere, zelfstandige buitenkant zit vaak een onzeker mens met weinig zelfvertrouwen verborgen. Vaak hebben deze mensen geen, of weinig, besef van hun eigen kwaliteiten. Laat je niet misleiden door die stoere buitenkant. Onzekerheid en het gebrek aan zelfvertrouwen vormen de binnenkant, terwijl die stoere buitenkant alleen maar de buitenkant is.

Incasseren
De vroege dood van de ouder betekende een zware klap voor het incasseringsvermogen van het kind. Het leed een verlies dat vele malen groter en omvangrijker was dan het toen kon bevatten. Eigenlijk incasseerde het kind op dat moment genoeg. Meer zou er de rest van haar/zijn leven niet bij moeten komen. Maar zo ging dat waarschijnlijk niet: er kwam meer…… Er was niet alleen de dood van de ouder: er waren ook de gevolgen die dit verlies voor de verdere levensloop had. Voor sommige kinderen begon dat zelfs al voorafgaand aan de dood van de ouder, voor andere kinderen kwam het vooral daarna.

Tip:
Niet altijd, maar in een aantal gevallen zeker wel, namelijk percentueel minimaal evenveel als bij de rest van de Nederlandse bevolking, heeft zich in de tijd voor of nadat de ouder overleed meervoudige problematiek voorgedaan. Zoals bijvoorbeeld echtscheiding, lichamelijke of geestelijke mishandeling en/of seksueel misbruik. Voor een aantal van de mensen die deze ervaringen in hun jeugd hebben gehad, kan gespecialiseerde, professionele hulp zeer gewenst zijn.

Controle
‘Pas op – er kan nog een trein komen’ is een waarschuwing die gemaakt lijkt te zijn voor mensen die als kind een ingrijpend verlies leden. Voortdurend houden ze er rekening mee dat er nog iets ergs kan gebeuren. Dus houden ze alles onder controle. Van minuut tot minuut houden ze alles in de gaten en zijn ze zich bewust van alles wat er om hen heen gebeurt.

Tip:
De behoefte alles onder controle te houden veroorzaakt vaak veel innerlijke onrust bij de persoon zelf en daarmee stress voor mensen in haar/zijn omgeving. Voortdurend zijn deze mensen zich bewust van alles wat er om hen heen gebeurt. Bij voorkeur dient alles zich binnen overzichtelijke structuren af te spelen. Hoewel: veel van deze mensen functioneren als de beste als er iets misgaat. Dan ineens blijken ze, als vanzelfsprekend, tot kordaat en effectief handelen in staat te zijn.

Zorgen & Verzorgd worden
De kinderen van tóen hebben zich vaak niet gezien en niet gehoord gevoeld. Om zichzelf toch zichtbaar en hoorbaar te maken zijn ze gaan zorgen voor anderen. Het zorgen voor anderen is een tweede natuur voor hen geworden. Ze weten meestal veel beter wat een ander nodig heeft, dan wat ze zelf nodig hebben. Goed voor zichzelf zorgen gaat hen meestal stukken slechter af.

Tip:
Ze kunnen het zo slecht, deze kinderen van toen: hulp vragen. En ze willen tegelijkertijd zo vreselijk graag eens zorg van iemand anders ondervinden. Maar o – het is zo moeilijk voor hen om hulp te vragen. Hulp vragen voelt voor hen als falen, alsof je het zelf niet klaar zult spelen. Wees niet al te bang dat zo iemand afhankelijk van je zal worden, als je jouw zorg aan haar/hem aanbiedt. Deze mensen knappen hun hele leven alles al zelf op. Juist daarom kan het zo fijn zijn om eens verzorgd te worden. En het hoeft heus niet lang te duren, daarvoor zijn ze te zeer vergroeid geraakt met hun zelfstandigheid.

Leven & Dood
Altijd, op elk moment, zijn mensen die jong een ouder hebben verloren, zich bewust van het feit dat je dood kunt gaan. Niet dat ze steeds maar met de dood bezig zijn…… Nee – zo is het niet. Maar toch houden ze er altijd rekening mee dat het zomaar kan gebeuren. Of het nu over henzelf gaat of over anderen: altijd houden ze rekening met de mogelijkheid van een abrupt einde.

Tip:
Realiseer je dat deze mensen al hun hele leven weten dat doodgaan bestaat. Deze wetenschap staat voor altijd in hun geheugen, en in hun bewustzijn, gegrift. Maar wees niet te gauw bang: het is meestal niet uit levensmoeheid dat deze mensen praten over de dood, tenzij je sterke andere signalen opvangt.

Verbinding Verbroken
Met de vroege dood van de ouder leed het kind een onomkeerbaar verlies; een verlies dat waarschijnlijk plotseling en onverwacht kwam op het moment dat het zich aandiende, ook al was het kind nog zo goed voorbereid. De verbinding met degene die bedoeld was liefde, zorg, veiligheid, geborgenheid en vanzelfsprekendheid te bieden, werd onomkeerbaar verbroken. Voorgoed. Lijfelijk contact in de realiteit van alledag was niet meer mogelijk.

Tip:
Mensen die jong een ouder hebben verloren, onderscheiden zich vaak van andere mensen door hun vermogen van het ene op het andere moment iets ‘uit hun handen te laten vallen’. Ineens kunnen ze het contact verbreken en lijkt het alsof dat contact zelfs nooit heeft bestaan. Dit patroon komt bij veel van deze mensen voor en het kan ook jou treffen, als partner, als kind, als collega of als vriend/in. Het is in dat geval goed om te weten dat deze verbroken verbinding waarschijnlijk een gevolg is van het plotselinge en onomkeerbare verlies in hun jeugd. Meestal zijn deze mensen er zeer dankbaar voor als jij, dit wetende, het verbroken contact weer kunt en wilt herstellen.

Machteloosheid
De ouder verdween voorgoed, het kind zelf stond aan de kant en kon niets uitrichten tegen de dood. Niet zo vreemd dat deze mensen in hun volwassen leven nog  regelmatig door gevoelens van machteloosheid worden overvallen: de ervaring van machteloosheid zit in hun diepste geheugen gegrift.

Tip:
Wees bescheiden in je oordeel over slachtoffergedrag en slachtofferrol. Deze mensen overkwam een gebeurtenis in hun jeugd waarvan ze niet bij machte waren die te beïnvloeden. Een gebeurtenis die vele malen groter was dan in hun kleine kinderleven paste. Help ze herinneren dat ze, na de dood van hun ouder, hun eigen leven ter hand hebben genomen, ook al moeten ze misschien op latere leeftijd toegeven dat ze dat niet helemaal goed gedaan hebben – wat op zich al moeilijk en pijnlijk genoeg kan zijn. Ze hebben een levensgrote klus geklaard, want groot worden met een gat in je bestaan waar je ouder aanwezig hoorde te zijn is geen geringe taak voor een kind. Herinner de persoon in kwestie aan haar/zijn eerder getoonde moed en kracht als je merkt dat gevoelens van machteloosheid bij haar/hem weer de kop opsteken. 

Aanpassen
De infrastructuur van het leven van deze kinderen veranderde na de dood van de ouder totaal. Wat tot dat moment ‘normaal’ was, de cultuur waarin ze leefden en die hen vertrouwd was, hield van het ene moment op het andere op te bestaan. Waar moesten ze zich voortaan aan houden? Wie verschafte hen daar duidelijkheid over? Ze gingen letten op de overgebleven ouder: als die maar geen verdriet had, als die het maar zou redden…. Vanaf nu wisten ze: je moeder/je vader kan doodgaan. Dus waarom zou dat met de overgebleven ouder ook niet kunnen gebeuren? Misschien kwam er een nieuwe ouder in het gezin. ‘Je bent toch mijn moeder/mijn vader niet’. Deze kinderen werden gedwongen zich aan te passen aan omstandigheden die niet goed voor hun ontwikkeling waren.

Tip:
Nog altijd is het voor deze mensen een tweede natuur: zich aanpassen aan omstandigheden die niet goed voor hen zijn. Voor ze het goed en wel in de gaten hebben, hebben ze het weer gedaan: zich aanpassen. ‘Zeg jij maar wat we gaan doen!’ zul je nog wel eens van deze mensen kunnen horen. Vergis je niet: als ze alleen zijn weten ze vaak heel erg goed wat ze willen. Het is in het contact met andere mensen, dat die tweede natuur ineens weer de kop op steekt en dan is het er weer: ‘Zeg jij maar wat we gaan doen. Mij maakt het niets uit. Ik vind alles goed’.

Bagatelliseren
Als mensen zich als kind niet gezien en niet gehoord hebben gevoeld, als alles belangrijker leek dan wat hen overkwam, als mensen hen vroegen: ‘Hoe is het met je moeder/je vader?’ in plaats van te vragen ‘Hoe is het met jou?’ Als de ouder na haar/zijn dood werd doodgezwegen, als de overgebleven ouder het verlies van haar/zijn partner belangrijker vond dan het verlies van de moeder/de vader voor het kind, dan lijkt het verlies van de ouder een detail. Een vorm van pech, en nauwelijks meer dan dat.

Tip:
Veel mensen die jong een ouder hebben verloren, hebben de neiging als volwassene het verlies dat ze als kind geleden hebben te bagatelliseren. ‘Nou nee hoor, daar heb ik nooit last van gehad’. Er wel of niet om kunnen huilen lijkt dan een criterium te zijn voor ‘er wel of geen last van hebben’. Toch betekent ‘er geen last van hebben’ – er niet meer om hoeven huilen – niet dat de kenmerkende patronen in het leven van de betreffende persoon geen rol zouden kunnen spelen. Wees attent op een al te gemakkelijk uitgesproken ‘Daar heb ik geen last van’. Het kan een halve, of zelfs minder dan dat, waarheid zijn. Neem kennis van de kenmerkende patronen bij verlaat verdriet. Ze kunnen voor jou, als naaste, soms beter waarneembaar zijn dan voor de persoon in kwestie zelf.  

Van wie?
Wie behoorde de overleden ouder toe? Was zij/hij in de eerste plaats de partner van de andere ouder en pas in de tweede plaats de ouder van de persoon in kwestie? Of was de overleden ouder in de eerste plaats ouder van de persoon in kwestie en pas daarna de partner van de andere ouder of dochter/zoon, broer/zus, ouder van haar/zijn andere kinderen?

Tip:
Als iemand als volwassene alsnog op zoek gaat naar wie haar/zijn overleden ouder was, dan gaat zij/hij in de eerste plaats op zoek naar de vrouw/de man die haar/zijn ouder was. Een persoon die op zoek gaat naar wie de overleden moeder/overleden vader was, maakt gebruik van haar/zijn onvervreemdbare recht om te weten wie haar/zijn ouder was. Voor de persoon in kwestie betekent een volmondige erkenning van dit grondrecht een grote steun in haar/zijn verlate rouwproces.

Mijn moeder hield van Fresia’s

Fresia’s

Mijn moeder (overleden in 1957, ik was 8) was een hartstochtelijk tuinierster. Als kind vond ik dat heel normaal. Ik vermoed dat ik dacht dat alle moeders dat deden. Mijn moeder was niet alleen een hartstochtelijk tuinierster, ze was ook een tuinierster die andere mensen inspireerde, heb ik later begrepen.
Ik heb dat niet geërfd van haar, dat tuinieren omdat je van tuinieren houdt. Wel is de betekenis van mijn tuin ingrijpend veranderd nadat ik, nu zo’n tien jaar geleden, van mijn woonplek ook mijn werkplek maakte. Mijn tuin moet een tuin zijn waar het goed toeven is. Dat betekent dat ik regelmatig, en zeker wel met plezier, tijd inruim om in mijn tuin te werken.
Vandaag is het goed tuinwerkweer. Ik sta ik weer eens op mijn kop tussen de planten, als er ineens door mijn hoofd schiet: mijn moeder hield van Fresia’s. Een zin die ik vaak van Verlaat Verdriet-ers hoor in de basisworkshops Verlaat Verdriet. Zowel van vrouwen als van mannen. Mijn moeder hield van Fresia’s.

Ik ben er altijd benieuwd naar.
Houden moeders echt van Fresia’s?
En zo ja: van witte of van gele? Of van paarse? Of van oranje?
Hielden moeders vroeger van Fresia’s?
Hielden alleen vroeg overleden moeders van Fresia’s?
Houden moeders van nu ook van Fresia’s?
Is dat bij bloemverkopers in den lande bekend? Weten die dat moeders van Fresia’s houden?
Verkopen bloemverkopers aanzienlijk veel meer bossen Fresia’s op Moederdag?
Zijn Fresia’s moederbloemen? En zo ja: waarom?

Ik weet het nog steeds niet. Wel schoot me vanmiddag in de tuin te binnen dat mijn moeder een Ex Libris had, gemaakt in maart 1935 door een mij onbekend iemand (hoewel die mij onbekende iemand ook wel eens mijn vader geweest kan zijn, die maakte nog wel eens wat), met daarin een afbeelding van een Fresia.

Eén moeder heb ik al.
Mijn moeder hield van Fresia’s!

Brief aan mijn moeder

Lieve mama,

Ik weet niet of ik je ooit eerder een brief heb geschreven. Misschien een sinterklaasgedicht, misschien een briefje op het aanrecht waarop stond waar ik was.
Dit wordt een andere brief. Ik ben er achter gekomen dat ik iedere dag nog worstel met het feit dat je er niet meer bent.
Na 30 jaar blijk ik behoorlijk in de knoop te zitten. En veel wijst er op dat dat komt door dat ik nooit echt afscheid van je heb genomen. Of heb kunnen nemen.
Opeens was je uit mijn leven. Ik heb je niet meer gezien, niet meer je gezicht. Je lag stil in bed. Te stil. Ze vertelden me dat je gezicht beschadigd was, dat je misschien pijn had gehad en je daarom gekrabd had.
Ik dacht toen dat het beter was om je me te herinneren zoals ik je kende. Levend. Maar heb me nooit kunnen realiseren dat ik me daarmee misschien wel het echte rouwen ontzegd heb.
Pas een paar weken geleden vertelde tante C me dat ze me, toen je overleden was, nooit heeft zien huilen. Zij maakte zich daar toen zorgen om. Ik weet dat niet meer. Mijn nichtje bevestigde toen ik er laatst naar vroeg dat de aandacht in die tijd in ieder geval niet naar mij uit ging en dat ik erg rustig en stil was. Anderen vroegen meer aandacht in hun rouwproces…

Later vertelden mensen me dat je het jammer zou hebben gevonden dat ik zoveel met papa op trok en niet met jou. Naar de Albert Cuyp, Waterlooplein. In mijn herinnering ging ik echter wel vaak mee met je naar tennis, naar je werk, de tuin, boodschappen doen (de kaasboer, slager..), mee naar tante N, op bezoek bij oom M in het verzorgingstehuis…of was ik toen jonger? Mijn herinneringen aan die tijd zijn erg vaag. Ik realiseerde me deze week pas dat ik je gezicht niet meer voor me kan zien. Alleen de beelden foto’s maar niet uit mijn eigen herinnering. Ik heb in ieder geval nooit bewust papa meer opgezocht dan jou.
Ik merk dat ik nu ook net zoveel van jou als van papa in me heb. Jouw creativiteit, enthousiasme met koken, naaien, tuinieren, mensen ontvangen, dingen organiseren, helpen op school.
Papa’s gevoel voor natuur, techniek, water, muziek.
Ik denk dat ik jouw uiterlijk heb al kan ik dat zelf niet zo goed beoordelen. Ik hoop dat ik je niet teleurgesteld heb en je het idee gegeven heb dat ik papa leuker vond dan jou. Jij was er altijd voor ons, misschien was dat het… Iets te veel “for granted”. Daarom sta je ook bijna niet op foto’s…die nam jezelf bijna altijd. Niemand realiseerde zich dat er daardoor geen foto’s van jou waren.
Cijferde je jezelf weg?
Heb ik dat van jou? Anderen helpen, maar jezelf vergeten?
Op je eigen verjaardag te druk met gasten verzorgen ipv zelf jarig zijn.
Dat is mijn valkuil nu. Papa kon de aandacht prima naar zich toe trekken, met grappen, met zijn gitaar. Was jij wel gelukkig? Op de paar foto’s die we van je hebben kijk je erg zorgelijk. Misschien voel ik me wel schuldig dat ik dat niet eerder heb onderkend.
En wil ik nu iedereen pleasen, helpen, blij maken, vrolijk maken, ontzorgen… voordat het misschien niet meer kan. Ik heb je die laatste hete grog nooit meer kunnen brengen, nadat je de avond ervoor grieperig naar bed bent gegaan. Ik kan jou nu niet meer helpen. Maar ik hoop dat je mij nog wel kan helpen….door me los te laten. Dat ik je me gewoon kan herinneren zoals je was. Dat het gewoon domme pech was dat je er niet meer bent. Een kutbacterie in je bloed. Dat ik daar gewoon verdrietig om kan zijn. Eindelijk. En dat jij daarmee ook kan voortleven. In mij, in mijn kinderen… die je nooit gekend hebt maar die jou wel kennen, door mij. Jouw schilderij heeft een prominente plek in ons huis. Je pannen en keukenspullen staan in onze keuken. Wij hebben ook zwartebessenstruiken in de tuin. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar muziek van Conny Vandenbos en Robert Long. Die zijn er inmiddels ook niet meer. En de tranen blijven maar komen. Ik schaam me zo voor wie ik ben, wat ik ben. Ik wil zo graag goed zijn en goed doen, maar lijk alleen maar dingen kapot te maken. Ik hoop zo dat ik straks wel de man ben die ik kan zijn, die ik moet zijn; de zoon waar jij trots op kan zijn, de vader waar mijn kinderen recht op hebben, de vriend en vader voor mijn vriendin en haar zoontje die mij ook zo nodig hebben. Die zelf ook volop kan genieten van het leven. De man die trots op zich zelf kan zijn zoals hij is.

Help me mama. Ik hou van je. Maar laat me los.

Maarten
42 jaar, 12 jaar toen zijn moeder overleed door ziekte

Afbeelding

Johannes Vermeer
Brief